Hoofdstuk 1 – inleiding privaatrecht
Publiekrecht: het recht dat geldt tussen de overheid en de burgers. Hieronder vallen
staatsrecht, bestuursrecht en strafrecht.
Privaatrecht: beschrijft hoe natuurlijke personen (mensen van vlees en bloed) en
rechtspersonen met elkaar moeten omgaan. Hieronder vallen persoonsrecht en
vermogensrecht.
Rechtspersoonlijkheid: de overheid die door rechtspersoonlijkheid privaat gerelateerde
handelingen kan verrichten. (afstaan van een vergunning)
Personenrecht: gericht op de persoon. De natuurlijke rechtspersoon en de rechtspersoon.
Personen en familierecht: boek 1 BW. Geeft regels ten aanzien van minderjarigheid, voor-
achternaam, afstamming, huwelijk en geregisterd partnerschap.
Rechtspersonenrecht: boek 2 BW. Gaat over de regels betreffende de naamloze
vennootschap, besloten vennootschap, verenigen en stichtingen.
Vermogensrecht: gericht op het vermogen van natuurlijke persoon en de rechtspersoon.
Boek 3 tot en met 8 BW.
Vermogen: een geheel van op geld waardeerbare rechten en plichten die iemand op een
bepaald moment tot zijn beschikking heeft.
Goederenrecht: Boek 3 en 5 BW. Regels voor de relatie tussen een persoon en een zaak.
Verbintenissenrecht: Boek 6 tot 8 BW. Rechtsverhouding tussen personen.
(overeenkomsten en schadevergoedingen)
3 belangrijke beginselen van privaatrecht:
- Contractsvrijheid: eenieder vrij is om een overeenkomst al dan niet aan te gaan. Hier
zijn wel beperkingen en aanvullingen.
- Vormvrijheid: op de totstandkoming van de overeenkomst . (mondeling en schriftelijk)
- Pacta sunt servanda: overeenkomst moet worden nagekomen/ belofte maakt schuld.
Kort gezegd wat in de overeenkomst staat moet je nakomen.
Andere beginselen: redelijkheid/ billijkheid, bijzonder gaat voor algemeen, relativiteit,
dwingend / regelend (aanvullend) recht.
Het recht is op verschillende manieren verdeeld:
Internationaal recht – nationaal recht
Privaatrecht – publiekrecht
Dwingend recht – aanvullend recht
Objectief recht – subjectief recht
,Materieel recht (goederenrecht, vermogensrecht en verbintenissenrecht) – formeel recht
(burgerlijk proces)
Feiten en handelingen:
Rechtsfeiten, feiten
zonder rechtsgevolg, blote
rechtsfeiten,
rechtshandeling,
menselijke handeling,
rechtshandeling,
eenzijdige, meerzijdig,
feitelijke handeling,
rechtmatige daad,
onrechtmatige daad,
wanprestaties.
Vier rechtsbronnen:
- Wet: regels die afkomstig zijn van een bevoegd overheidsorgaan. Het belangrijkste
wetboek van privaatecht is het burgerlijk wetboek.
- Jurisprudentie: de uitspraak van rechters. De uitspraken van de rechtbank heet
vonnissen en de uitspaken van de gerechtshoven en de hoge raad noemen we
arresten. Huurzaken, arbeidszaken en geld zaken tot 25.000 euro wordt door de
kartonrechter behandeld al het andere door een civiele rechter. Als je het niet eens
ben met de uitspraak kan je in hoger beroep bij het gerechtshof. Tegen de uitspraak
van de rechter van het gerechtshof kun je in cassatie gaan bij de hoge raad.
- Gewoonterecht:
- Het verdrag
Juridisch stappenplan:
1. Benoem het wetsartikel
2. Geef het een titel (kwalificeren)
3. Benoem de voorwaarden
4. Voorwaarden toepassen op de casus
5. Evt jurisprudentie
6. Conclusie
, Hoofstuk 5 – vermogensrecht in het algemeen
Vermogensrecht bestaat uit verbintenissenrecht en goederenrecht. Vermogensrecht is
gericht op het vermogen van een natuurlijk persoon en de rechtspersoon. De definitie van
vermogen is een geel van op geld waardeerbare rechten en plichten die iemand op bepaald
moment tot zijn beschikking heeft.
Goederenrecht: geeft regels voor de relatie tussen een persoon (natuurlijke persoon of
rechtspersoon) en een goed. (BV eigendomsrecht, erfdienstbaarheid).
Verbintenissenrecht: gaat over de rechtsverhouding tussen personen (natuurlijke persoon
of rechtspersoon). Er zijn veel verschillen tussen goederenrecht en het verbintenissenrecht
namelijk:
Goederenrecht Betekenis Verbintenissenrecht betekenis
Gesloten systeem De rechten op goederen Open systeem Het aantal verschillende
opgesomd in het BW de enige soorten verbintenissen is
rechten zijn van het onbeperkt en zijn niet allemaal
goederenrecht. opgenomen in de BW.
Absolute werking Het is ten opzichte van iedereen. Relatieve werking Werkt alleen ten opzichte van
de partij waarmee je de
verbintenis aan bent gegaan.
Dwingend recht Er zijn geen uitzonderingen voor Relatief recht Een recht dat alleen tegen
deze wet. Wettelijke bepalingen bepaalde personen kan worden
waarvan niet mag worden ingeroepen.
afgeweken door partijen.
Er zijn veel situaties waarbij iemand niet te goeder trouw is. Dit staat in artikel (3:11 BW).
Iemand is niet te goeder trouw als die wist of behoorde te weten of kende of behoorde te
kennen.
Volgens artikel 3:12 BW moet bij het gebruik van redelijkheid en billijkheid rekening
gehouden worden met:
- Algemeen erkende rechtsbeginselen; Algemeen erkende rechtsbeginselen, deze
beginselen zijn vaak ongeschreven, maar vormen wel de onderliggende
beweegreden voor vele andere geschreven wetten en regels. (scheidingen der
machten)
- Die in Nederland levende rechtsovertuigingen; In Nederland levende
rechtsovertuigingen gaat het om overtuigingen bij een specifieke groep van
mensen. (verzekeringsbranche)
- Maatschappelijke en persoonlijke belangen: De belangen worden tegen over elkaar
afgewogen. Niet een belang van een partij kan er toe leiden dat het tot redelijkheid en
billijkheid wordt beschouwd.
Redelijkheid en billijkheid kunnen aanvullende werking hebben: overeenkomst wordt
aangevuld. En een derogerende werking hebben hierbij kunnen veranderingen in een
overeenkomst worden aangebracht.