AANTEKENING LES 1:
Je krijgt een dilemma, Je gaat het dilemma analyseren en je opties bekijken. Je moet niet tot een
oordeel komen.
- Van mening geven naar afweging maken.
- Wat is ‘goed’ volgens verschillende ethische theorieën.
- Kennen van basisbegrippen in de ethiek.
- Herkennen van een ethisch dilemma en deze analyseren.
Normen: algemene regels, richtlijnen, gedragsinstructie. Soms verbiedend (je mag niet stelen, soms
gebiedend (geef aan de armen). Je kunt het herkennen door een werkwoord.
Hoe je het wilt gaan bereiken.
BV:
- Luister naar wat je oma zegt
- Je houdt de deur open voor degene die achter jou aan komt
- Je mag niet stelen.
Wanneer normen overtreden worden, voelen we ons moreel
Waarden: de idealen waar je naar streeft, als individu, als beweging of als maatschappij.
Ideaal.
BV:
- Eerlijk zijn, rechtvaardig te zijn naar anderen, beleefd zijn.
Waarden (ideaal) Normen (gedrag instructies)
Beleefdheid Hand geven
Gelijkheid Collegegeld betaalbaar houden
Eerlijkheid Niet liegen
Gezondheid Niet roken, wel sporten
Verantwoordelijkheid Langstudeerboete
Respect Iemand uit laten praten.
Verzorgdheid Jezelf opmaken
Vrede Geen ruzies maken over stukken land
Eerlijkheid Gevonden geld teruggeven
Zorgzaam EHBO verlenen
Vrijheid van godsdienst Kiezen naar welke school je wil
Milieu bewustheid Geen vlees eten
Punctualiteit Op tijd komen
Assertief, zelfwaarding Zorgen voor jezelf
Behulpzaamheid Iemand helpen
Vrijheid, respect Leven laat leven
Integriteit Iemand eerlijk en oprecht is in al zijn handelingen en beslissingen
Inlevingsvermogen Iemand geen pijn doen
Solidariteit Opkomen voor andere
Verdraagbaarheid Leven laat leven
Respect De vrede bewaarden
Assieviteit Voor jezelf opkomen
Tip: kijk op internet naar de lijst van waarden en normen om zo al die woorden wat beter kent.
, AANTEKENING LES 2:
Moraliteit: het geheel aan normen, waarden, regels en houdingen dat het gedrag van mensen
reguleert. Vertelt over wat mag en niet mag, moet en niet moet, goed en kwaad. – gaat tussen
mensen, milieu, dieren en buitenaardse wezen.
Normatief: vingertje wijzen, wat iemand tegen je zegt.
Normatieve ethiek: het voorschrijven van gedrag, wie je moet zijn en wat je moet geloven.
Descriptieve ethiek: beschrijvingen van wat als goed of slecht wordt ervaren, verheldering van
morele begrippen.
Waarden Normen
Avontuurlijk Landen willen ontdekken, openstaan voor
nieuwe ervaringen
Autonomie Zelf beslissingen nemen
Creativiteit, vindingrijkheid Oplossingen bedenken
Strijdvaardigheid Knopen doorhakken
Dankbaarheid Dankjewel zeggen
Competitie Winnen
Leergierigheid, zelfontwikkeling kunstzinnigheid Museumbezoek
Doorslaggevendheid Daadkracht hebben
AANTEKENING LES 3:
Bleh – Zou je kunnen gebruiken voor die toets.
Handel alleen zo, dat je zou willen dat jouw handelen de basis zou kunnen zijn voor een voor iedereen
en altijd gelende wet – KANT
Iedereen zou jou voorbeeld kunnen volgen
Kant: Mensenbeeld heeft twee soorten wereld:
- Natuurlijke wereld: hier wordt de mens geboren - in deze wereld worden we gedreven door
verslagens, driften en emoties. Manier van denken: berekening.
Het centrale woord is: IK WIL.
- Rationele wereld: - in deze wereld zijn we vrij van driften, verlangens en emoties.
Onafhankelijk, echte denkers. Motiveren we onze morele keuzes met Praktische Rede.
Praktische rede: maakt gebruik van imperatief – gebiedende wijs (slaaplekker, eet je bord leeg).
De imperatief is dus de gebiedende wijs waarmee men een norm formuleert… maar met de imperatief
kom je niet automatisch tot het goede. Daarom heb je 2 soorten van normen:
- De hypothetische imperatief: (het zou kunnen, dus op veronderstelling berusten):
herkenbaar aan als, dan, redenatie
Met dit kom je niet per se tot het goede. Hierdoor is dus iets anders: