Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Verbintenissenrecht | Samenvatting | InHolland | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
31
Geüpload op
18-06-2026
Geschreven in
2024/2025

Dit document bevat uitgebreide studiestof voor het vak Verbintenissenrecht aan Hogeschool InHolland, gericht op studenten Sociaal Juridische Dienstverlening. Hoofdstuk 1 behandelt de plaatsbepaling van verbintenissenrecht, waaronder de definitie van verbintenis, ontstaan uit overeenkomsten en uit de wet (onrechtmatige en rechtmatige daad), en de relatie tot het privaatrecht. De stof omvat ook essentiële concepten als schuldenaar/schuldeiser, wanprestatie, vermogensrecht en personenrecht. Ideaal voor examenvoorbereiding en om de fundamentele principes van verbintenissenrecht helder in kaart te brengen.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

VERBINTENISSENRECHT



HOOFDSTUK 1: VERBINTENISSENRECHT: PLAATSBEPALING

1.1 Verbintenis: iets wat je volgens het recht verplicht bent om te doen of te laten. (een prestatie
leveren). We spreken alleen van verbintenissen als het gaat om een verplichting die geld waard zijn.
Er zijn altijd minimaal 2 partijen betrokken. De ene partij heeft recht op iets, waartoe de andere partij
verplicht is. Verbintenissen moeten worden nagekomen. Kom je de verbintenis niet na ben je hiervoor
aansprakelijk.

Verbintenissen kunnen op 2 manieren ontstaan. Uit de Wet en uit een
Overeenkomst.

1.2 Uit overeenkomsten:
(bijvoorbeeld koopovereenkomst bij een drankje of nieuwe trui,
arbeidsovereenkomst bij werk).
Verbintenis is altijd met twee partijen. Beide rechtssubjecten: dragers van rechten en plichten.
Een overeenkomst is een afspraak tussen partijen. Een overeenkomst komt tot stand door een
aanbod en aanvaarding. Uit het aanbod moet wel een wil blijken (wilsovereenstemming)
Als een verbintenis wordt nagekomen, houdt die op met bestaan: tenietgaan van een verbintenis.

 Prestatie is het object van de verbintenis. Je kan hierdoor
zowel de schuldenaar als schuldeiser worden. Schuldenaar
door als de verbintenis die als object de prestatie heeft die je
zelf moet verrichten. En schuldeiser als de verbintenis die als
object de prestatie heeft.
 Het arbeidsrecht en huurrecht worden als afsplitsingen
gezien, omdat hier een ingewikkeldere prestatie is die jarenlang kan blijven bestaan.

Het wordt een wanprestatie genoemd als je de verbintenis niet na komt. Wanprestatie is een
tekortkoming in de nakoming van een verbintenis. Het verbintenissenrecht regelt wie er
aansprakelijk is voor de schade.
De verbintenis bestaat uit iets doen maar kan ook iets nalaten zijn. Zoals een concurrentiebeding. Je
bent hier verplicht om iets te laten.

1.3 Uit de wet: onrechtmatige daad:
een van een andere belangrijke bron van verbintenissen is de onrechtmatige daad. (schade betalen
omdat je ergens tegen aan bent gereden). Wil komt hier niet bij kijken. Er
ontstaat wettelijke aansprakelijkheid, al was het per ongelijk, een
onrechtmatige daad hebt gepleegd. Bij onrechtmatige daad ontstaat er
maar 1 verbintenis.
Voor de onrechtmatige daad kun je een WA-verzekering afsluiten: een verkering tegen wettelijke
aansprakelijkheid. (geen dekking wanneer het opzettelijk is).

 Ook bij onrechtmatige daad spreken we van schuldenaar en schuldeiser.
 Het is een feitelijke handeling die, in combinatie met de wettelijke bepaling, een verbintenis
doet ontstaan.



1.4 Uit de wet: rechtmatige daad:
Situaties waarin een verbintenis ontstaat zonder dat er een

,overeenkomst voor nodig is. BV: onverschuldigde betaling – ongerechtvaardigde verrijking –
zaakwaarneming). De verbintenis ontstaat uit de wet, los van jouw wil.

Net als bij de onrechtmatige daad speelt de wil bij rechtmatige daden geen rol. Het is ook in deze
gevallen de feitelijke handeling, in combinatie met de wettelijke bepaling, die de verbintenis doet
ontstaan.



1.5 verbintenissenrecht: onderdeel van het privaatrecht:
Verbintenissenrecht is onderdeel van het privaatrecht (burgerlijke recht of civiel recht). Gaat over
burgers onderling. Bedrijven kunnen we ook hier onder verstaan. Privaatrecht heeft dus betrekking op
rechtspersonen onderling regelt en de verhouding van rechtspersonen tot hun vermogen.

Publiekrecht behandeld alles tussen de overheid en de burgers. – strafrecht en bestuursrecht ,
staatsrecht en internationaal recht vallen hier onder

1.6 privaatrecht: vermogensrecht en personenrecht:
Privaatrecht kan worden onderverdeeld in vermogensrecht en
personrecht. Personenrecht regelt wie er in het privaatrecht dragers
kunnen zijn van rechten en plichten. Hierbij is personen en familierecht
regels voor natuurlijke personen. En het rechtspersonenrecht regelt die
uit de naam gelden voor rechtspersonen (naamloze vennootschap). Dit is
wel een natuurlijk persoon die vertegenwoordigd de situatie van de
rechtspersoon.

Vermogensrecht heeft regels voor rechtssubjecten. Regels over het vermogen: alles wat een
natuurlijke of rechtspersoon bezit en op geld waardeerbaar is. Dit bestaat dan weer uit goederenrecht
(waaruit vermogen kan bestaan) gaat ook over relaties tussen persoon en goed. en
verbintenissenrecht (wie er vermogen hebben) gaat ook over relaties tussen persoon en persoon.

1.7 overheid en privaatrecht: in het privaatrecht heeft iedereen dezelfde bevoegdheden. In het
publiekrecht is dat anders om iemand strafrechtelijk te vervolgen kan
alleen de politie en openbaar ministerie. Het handhaven doet de
overheid in het publiekrecht. In het privaatrecht moeten de
rechtssubjecten zelf in actie komen als er iets niet word gedaan. Ze
kunnen dan een melding maken bij de politie. Maar ook toegang tot de
civiele rechter.

De overheid heeft zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke
handelingsmogelijkheden.

1.8 privaatrecht wetgeving:
De wetgeving die gebruikt word zijn: Burgerlijk Wetboek (BW), Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering (Rv), Faillissementswet. (Fw)

Boek 3 bevat het algemene gedeelde van het verbintenissenrecht en boek
6 omvat de regels van onrechtmatige daad en rechtmatige daden.

1.12 beginselen en uitgangspunten van het privaatrecht:

 Contractsvrijheid: zelf bepalen met wie je de overeenkomst sluit.
Alles mag worden afgesproken, zolang het maar niet verboden is.
 Pacta sunt servanda: overeenkomst moeten worden nagekomen.
 Vormvrijheid: maakt niet uit hoe je de overeenkomst sluit en welke handelingen verricht
moeten worden. (er zijn gevallen dat hier geen sprake van is, maar waar een speciale wijze is

, waarop een handeling verricht moet worden of waarbij de notaris of deurwaarden
ingeschakeld moet worden). Bij dwingend mag niet afgeweken worden. Aanvullend mag
hiervan afwijken als ze niet willen. Als het niet wordt overlegd wordt het automatisch
aanvullend recht.
 De redelijkheid en billijkheid: de partijen zijn verplicht naar elkaar redelijk en billijk te
gedragen. Redelijk wijst naar het verstand en billijk naar ons rechtsgevoel. Het heeft een
aanvullende werking.
 Bijzonder gaat voor algemeen: regels die gedetailleerder zijn en daarmee meer
toegesneden zijn op een betreffende situatie (bijzonder) gaan voor.

1.13 Procederen in het privaatrecht: materieel en formeel recht:
Materieel gaat over de inhoudelijk, wie in welke situatie waarop recht heeft.- welke verbintenissen er
uit een overeenkomst ontstaan, onrechtmatig daad. Formeel zijn de procedures waarmee iemand zijn
recht kan verwezenlijken. – ook wel civiele of burgerlijk proces gaat over hoe iemand voor de civiele
rechter kan dragen en wat je allemaal moet doen.

Je moet gelijk proberen te hallen door met een bewijs te komen. De civiele rechter is duur als je een
advocaat neemt. Het bestaat vooral uit bedrijven die conflicten proberen te voorkomen, door vooraf
duidelijke afspraken te maken. Graag willen ze dan eerst onderling er uit proberen te komen.

1.14 jurisprudentie: de kantonrechter is bevoegde rechter in
privaatrechtelijke geschillen tot 25.000 en in huur en arbeidszaken. De
sector civiel behandeld in beginsel alle andere privaatrechtelijke
procedures. Niet eens in hoger beroep bij het gerechtshof. En ander in
cassatie bij de Hoge Raad.
Uitspraken van rechters worden gepubliceerd in de Nederlandse
Jurisprudentie (NJ).

, HOOFDSTUK 2: RECHTSFEITEN

2.1 handelingen zonder rechtsgevolgen: stukje lopen of een
gesprek met een vriendin. Rechtsfeiten zijn alle feiten waar het
recht wel gevolgen aan verbindt. Het zijn feiten met
rechtsgevolg. Aanbod en aanvaarding zijn rechtshandelingen.
Feiten kan je onderverdelen in handelingen en blote rechtsfeiten.
Rechtshandelingen zoals aanbod en aanvaarding,
rechtsgevolgen kunnen voortbrengen, zijn het rechtsfeiten.
Een rechtshandeling is een bewuste menselijke handeling.
Schade kan onbewust en per ongeluk. Het aangaan van een
overeenkomst kan niet per ongelijk.

Meerzijdige rechtshandelingen:

- Obligatoire overeenkomst: art 6:213 bepaald dat een
overeenkomst een meerzijdige rechtshandeling is.
Overeenkomsten waaruit verbintenissen voortvloeien
noemen we verbintenis scheppende overeenkomsten of
obligatoire overeenkomst. – verbintenis.
o Wederkerige overeenkomst: een
overeenkomst waarbij beide partijen een
verplichting op zich nemen. – rechtsfeiten
o Niet-wederkerige overeenkomst/ eenzijdige
overeenkomst: een overeenkomst tussen twee
partijen waaruit slechts een verbintenis ontstaat.
(BV schenking). – rechtsfeiten.
- Andere overeenkomsten
- Meerzijdige rechterhandelingen die geen overeenkomst zijn.

Een overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling. Bij Obligatoire overeenkomsten zijn de
rechtsgevolgen verbintenis en bij overeenkomsten zijn het rechtsfeiten.
Onrechtmatige daad en rechtmatige daad zijn rechtsfeiten.

Blote rechtsfeiten: feiten waar geen sprake is van een daadwerkelijke handeling maar die gewoon
gebeuren. (overlijden, geboren worden, AOW leeftijd krijgen).

2.2 rechtshandelingen:
binnen de rechtsfeiten vormen de rechtshandelingen de meest omvangrijke categorie.
Rechtshandeling is een centraal begrip voor vermogensrecht. Dit is in boek 3 geregeld. In dit boek
hebben we het vooral over overeenkomsten tussen twee partijen. Dit wordt de tweezijdige
rechtshandeling genoemd, waarbij aanbod en aanvaarding twee onderdelen van zijn.
Art 3:33 geeft de definitie voor het begrip rechtshandeling. Er moet een wil zijn en een bewuste
verklaring. Ook is er vormvrijheid. Dit is aangegeven in art 3:37 lid 1 BW. Als de wetgever er niks over
zegt mag het op de eigen bepaalde manier als het wel aangegeven is op die manier.
Als het aanbod niet serieus bedoelt is dan is het mogelijk dat er ooit een aanvaarding komt. Er is dus
geen rechtshandeling. Het rechtsgevolg moet wel kunnen intreden.




2.3 wanneer werkt de verklaring?:
Art 3:37 lid 3 gaat hier over. Een gerichte verklaring moet de andere partij hebben bereikt om haar

Documentinformatie

Geüpload op
18 juni 2026
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING
€3,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
jorritstudent

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Vakken leerjaar 1 - sociaal juridische dienstverlening
-
12 2026
€ 20,99 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
jorritstudent Hogeschool InHolland
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
1 maand
Aantal volgers
0
Documenten
15
Laatst verkocht
2 weken geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen