HOOFDSTUK 2: VOORBEREIDING VAN EEN BESCHIKKING
2.1 Op aanvraag of ambtshalve:
Begrip Besluit: Artikel 1:3 lid 1 Awb beschrijft het begrip
besluit. Hieruit komen de volgende criteria: beslissing,
genomen door bestuursorgaan (1:1 Awb), schriftelijk,
gericht op een rechtsgevolg en is van publiekrechtelijke
aard.
Op schriftelijk is de uitzondering in artikel 5:31 Awb deze stelt
dat in een spoedeisende geval ook zonder voorafgaande last
en zelfs zonder besluit bestuursdwang kan worden toegepast,
maar dat het besluit zo spoedig mogelijk daarna
bekendgemaakt moet worden.
Op rechtsgevolg geldt een aantal uitzonderingen. Een besluit dat gaat over een individueel heet meer
een beschikking. De afwijzing wordt al een beschikking aangeduid daarom ontbreekt het rechtsgevolg
hier. Toch is het wel een besluit/
Ook een weigering om een besluit te nemen is een besluit in de zin van de Awb. In artikel 6:2 sub a
heeft de wetgever de schriftelijke weigering om een besluit te nemen gelijkgesteld met een besluit. Art
8:2 lid 2 zegt dat voor een beroep op de rechter niet alleen besluiten maar handelingen van een
bestuursorgaan waarbij een ambtenaar belanghebbende is gelijk aan een besluit.
Aanvraag: een bestuursorgaan kan een beslissing nemen als hiertoe een aanvraag is gedaan. Art 1:3
lid 3 geeft de definitie van aanvraag. Een verzoek van een belanghebbende (art 1:2 Awb) om een
besluit te nemen. Bij een belanghebbende moet het gaan om eigen belang, dat actueel, persoonlijk
en objectief bepaalbaar is en dat rechtstreeks betrekking heeft op het besluit. Wat mooi of
onrechtvaardig is speelt geen rol, je moet je kunnen onderscheiden. Afdeling 4.1.1 Abw bevat
voorschriften voor het indienen van een aanvraag. Zo moet het schriftelijk zijn en gestuurd zijn naar de
bevoegde bestuursorgaan. De aanvraag moet voldoen aan de eisen in artikel 4:2 lid 1 Awb: naam en
adres van de aanvrager, dagtekening en aanduiding van de beschikking.
De aanvrager kan dit ook weigeren als het gaat om geheime of
persoonlijke levenssfeer (4:3).
Ambtshalve besluit: een bestuursorgaan kan niet alleen op verzoek
maar ook ambtshalve (op eigen initiatief een beslissingen nemen)
2.2 Beoordeling van de aanvraag:
Als de aanvraag is binnengekomen bij het bestuursorgaan moet er onderzocht worden of de
aanvrager aan enig wettelijk voorschrift voor de inhoudelijke behandeling van de aanvraag. Als hete
voldoet aan alle formele eisen, kan de behandeling van de aanvraag beginnen. Zo niet dan is er
sprake van een ongenoegzame aanvraag en kan de aanvraag niet
behandeld worden. Als iemand gemachtigd is moet de ondertekende
machtiging toegevoegd zijn, anders mag deze alsnog niet worden
behandeld. Voordat de bestuursorgaan besluit niet te behandelen, moet
het de aanvrager de gelegenheid stellen om de aanvraag aan te vullen
binnen de termijn die het bestuursorgaan stelt. (hersteltermijn) lid 2
gaat over vreemde taal en hier de verlening op en lid 3 over
ingewikkelde zaken. Lid 4 gaat over het termijn.
Een andere aanleiding om niet te behandelen is als de leges (soort
belasting voor de behandeling van een aanvraag door het
bestuursorgaan) niet betaald zijn. Als het verkeerd is gezonden hebben
de bestuursorganen een doorzendplicht (art 2:3 Awb).
2.3 Zorgvuldige voorbereiding:
Bestuursorganen moeten de algemene beginselen van behoorlijk
bestuur (abbb) in acht nemen. Zoals het zorgvuldigheidbeginsel, het
,bestuursorgaan moet een besluit zorgvuldig voorbereiden. Art 3:2 Awb gaat hierover. Het verlangt dus
relevante gegevens te verzamen, en deze te laten aanvullen door de aanvrager. Daarnaast moeten
de beoordeelde of uitgebrachte adviezen zorgvuldig tot stand komen (art 3:9 Awb). Het
zorgvuldigheidbeginsel heeft een vereiste dat belanghebbende en de aanvraager hun mening mogen
geven (hoor plicht en zienswijze), deze zijn benoemd in artikel 4:7 en 4:8 Awb.
Op de hoor plicht zijn enkele uitzonderingen. Het vragen van een zienswijze kan achterwege worden
gelaten als de vereiste spoed zich daartegen verzet (er moet snel een besluit worden genomen). (sub
a), als de mening van belanghebbenden voldoende bekend is en er dus geen nieuwe feiten gevonden
gaan worden. (sub b), als het doel dat het bestuursorgaan met de beschikking wil bereiken alleen
gehaald kan worden als de belanghebbende van te voren niet wordt ingelicht (sub c).
Bij de zorgvuldigheid beoord ook dat het bestuursorgaan de relevante informatie moet verkrijgen en
moet vastleggen in rapportages naar aanleiding van een gesprek met aanvrager of onderzoek ter
plaatse. Een zienswijze kan zowel schriftelijk of mondeling naar voren worden gebracht.
Het voorbereiding van een besluit tot handhaving: bij een besluit om handhavend op te treden met als
doel om overtredingen van wet-en regelgeving te corrigeren, moet een bestuursorgaan extra
zorgvuldig te werk gaan. De overheid heeft als hoeder handhavingsplicht. Hoofdstuk 5 Awb is
gefocused op handhaving en hierbij alle regels. 5.2 alle verplichtingen en bevoegdheden van
toezichthouders, 5.3 de herstelsancties last onder bestuursdwang en last onder dwangsom, 5.4
bestraffende sancties en bestuurlijke boetes. Dit zijn de stappen die een bestuursorgaan moet
doorlopen om zurgvuldig handhavingsbesluit tot stand te brengen:
1. Constatering van de overtreding: er moet een bestuursrechtelijke norm zijn overtreden.
(inlichtingenplicht is geschonden door een ontvangen erfenis of inkomsten uit werkzaamheden
niet door te geven). Soms is het voldoende als een toezichthouder vaststelt dat het gevaar voor
een overtreding klaarblijkelijk dreigt. (zoals giftige stoffen lozen).
2. Onderzoeken naar mogelijkheid legalisering: legegaliseerd: de echtheid van een document of
handtekening is bevestigd door een officele instantie. Bestaat er concreet zicht op legalisatie, dan
is het belang om handhavend op te treden relatief gering en zal een handhavingsbesluit al snel
onrechtmatig zijn.
3. Bevoegdheid: het bestuursorgaan moet bevoegd zijn om een bepaalde handhavingsbesluit te
nemen. Zo kan het college van B&W een bestuursdwang opleggen en dwangsom.
4. Hoorplicht: de overtreder moet gehoord worden, tenzij er een uitzondering op is.
5. Belangenafweging: bestuursorgaan met zorgvuldig de betrokken belangen afwegen.
6. Keuze handhavingsmiddel: het bestuursorgaan moet een keuze maken voor het juiste
handhavingsmidel. Minst bezwarende middel om te voorkomen dat de nadelinge gevolgen van het
handhavingsbelsuit voor de belanghebbende onevenredings zijn in verhouding tot het doel van
het bestuursorgaan met het besluit wilt bereiken. (art 3:4 lid 2 Awb).
7. Besluit: gericht zijn aan de juiste personen, namelijk aan degene die de overtreding kan
beeindingen.
2.4 Andere beginselen van behoorlijk bestuur:
Bij het nemen van een besluit en totstandkoming van een besluit spelen de volgende andere
beginselen een rol: de andere zijn belangrijk bij de bekendmaking.
Fair play beginsel: (art 2;4 lid 1 Awb) bepaalt dat het bestuursorgaan zijn taak vervult zonder
vooringenomenheid. Dus eerlijk moet spelen. Het bestuursorgaan moet open en
onbevooroordeeld tegenover burgers staan, zodat zij de gelegenheid hebben om voor hun
belangen op te komen.
Motiveringsbeginsel: bepaalt dat een besluit goed en kenbaar moet worden gemotiveerd.
Beginsel van formele rechtszekerheid: stelt dat burgers moeten kunnen vertrouwen op het
recht zodat zij weten waar zij aan toe zijn met de overheid.
2.5 Bijzondere voorbereidingsprocedure:
voor het nemen van sommige besluiten moet het
bestuursorgaan een speciale procedure volgen. Bij de
voorbereiding van bepaalde besluiten op het gebied van
, milieu en ruimtelijke ordening moet de uniforme openbare voorbereidingsprocedure in afdeling 3.4
Awb worden gevolgd.
2.6 Beslistermijn:
een bestuursorgaan moet binnen de wettelijke voorgeschreven termijn beslissen op een aanvraag. Art
4:13 lid 1 Awb). Dit is 8 weken met de mogelijkheid om te verleningen. Het B&W kan dit met een zes
weken verlengen. Schrijft de wet geen termijn dan moet een redelijke termijn worden gevolgd. In
ieder geval dus binnen 8 weken of 6 maanden bij uniforme openbare voorbereidingsprocedure.
Veel aanvragers leggen een dwangsom op bij het te laat een beslissing nemen bij de
bestuursorganen. Dit loopt van 20 tot 40 euro per dag. De bestuursorgaan heeft dan nog 2 weken om
wel een beslissing te maken anders heeft de aanvrager recht op een dwangsom van minimaal 42
dagen. Als het bestuursorgaan helemaal niet reageert dan moet het besluit worden afgedwongen bij
de bestuursrechter.
Soms ontstaat er een beschikking van rechtswege als een bestuursorgaan niet binnen de wettelijke
beslistermijn op de aanvraag beslist.
HOOFDSTUK 3: BESCHIKKING
3.1 soorten beschikkingen:
een beschikking heeft betrekking op een concrete persoon of bekende groep personen of een
concreet aangeduide zaak. Voor een beschikking voor een concreet geval worden rechten of plichten
verleend en opgelegd. Artikel 1:3 lid 2 Awb formuleert een beschikking.
Verschillende soorten beschikkingen:
Rechtscheppende en rechtsvaststellende beschikking:
een rechtscheppende beschikking schept nieuwe rechten of legt nieuwe plichten op aan de
belanghebbende. (bv een vergunning om iets gaan bouwen, dit was er eerder nog niet).
een rechtvaststellende beschikking, hiermee wordt een reeds bestaand recht of een
bestaande plicht van een belanghebbende vastgesteld. (bv plicht om leges te betalen)
Begunstigende en belastende beschikking:
begunstigende beschikking verleent de belanghebbende een gunst die hij eerder nog niet
bezat, namelijk het recht om iets te doen of te verkrijgen. (bv een omgevingsvergunning
waarin je de ruimte op een andere manier gebruikt dan in het bestemmingsplan is bepaald).
Een belastende beschikking verplicht een belanghebbende om iets te doen of juist te laten.
Verschil: is het belang voor de uitvoering van een besluit, ook bij de intrekking van een besluit
is het verschil van belang.
Gebonden en vrije beschikking:
verschil: de bevoegdheid die een bestuursorgaan heeft bij het geven van een beschikking.
gebonden beschikking: Als een bestuursorgaan een beschikking moet geven of weigeren
van de wet is er sprake van gebonden bevoegdheid die leidt tot een gebonden beschikking.
Vrije beschikking: de bevoegdheid (discretionaire bevoegdheid) om naar eigen inzicht te
beslissen of het wel of niet van het bestemmingsplan zal afwijken.
3.2 Inhoud van de beschikking:
bestuursorganen zijn gebonden met de
totstandkoming en de inhoud gebonden aan de
algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Dit zijn de abbb die van toepassing zijn op de
inhoud van een beschikking. Hieronder worden
ze allemaal benoemd:
- Motiveringsbeginsel (art 3:46 Awb) een besluit dient een deugdelijke motivering te hebben.
Het moet gebaseerd zijn op de juisten feiten en de redenering van het bestuursorgaan moet
duidelijk en begrijpelijk zijn voor degene tot wie de beschikking is gericht. (beginsel van een
draagkrachtige motivering) de motivering moet tegelijkertijd met de bekendmaking van het
besluit worden vermeld of, als dit in een spoedeisende geval niet mogelijk binnen een week.
De motivering mag weg worden gelaten als hier geen behoeft aan is (art 3:48 Awb).