Subjectieve kinderaudiometrie
Inleiding
Prevalentie en etiologie
Prevalentie = hoe vaak iets voorkomt
Etiologie = mogelijke oorzaken van het gehoorverlies
Ernstig bilateraal perceptief gehoorverlies:
Bilateraal = links EN rechts
Perceptief = neurosensorieel (oorzaak ligt in binnenoor of verder)
o Luchtgeleiding en beengeleiding ligt niet normaal en gaat
samenvallen = neurosensorieel
Ernstig: 70-90dB
Prevalentie: 1 à 1,4/ 1000
Etiologie:
o Genetische factor (= grootste oorzaak) = erfelijk, familiaal
o Prenatale infectie = voor de geboorte (door bv. toxoplasmose)
o Perinatale oorzaak = tijdens de geboorte (vb. premature baby’s,
zuurstoftekort)
o Een postnatale oorzaak = na de geboorte (vb.
hersenvliesontsteking)
o Onbekend
Geleidingsverlies/ geleidingsdoofheid
Komt veel meer voor dan perceptief gehoorverlies
Prevalentie: 3 à 18% afhankelijk van de leeftijd
Etiologie: vooral middenoorontstekingen
Luchtgeleiding: werkt niet normaal, beengeleiding: werkt wel normaal
o We horen normaal via beengeleiding
, Inleiding audiologie – Els De Rycke
Belang van vroegdetectie
Belangrijk omdat er kritische perioden zijn voor de neurale ontwikkeling
van het gehoorsysteem, de spraak en de taal
Gevolgen als je niet goed hoort op jonge leeftijd
o De taal ontwikkeld niet volledig
o Gebied in de hersenen is kleiner bij slechthorende kinderen dan bij
normaalhorende kinderen
o Invloed op totale ontwikkeling van de persoonlijkheid
Sociale aspecten
Emotionele aspecten
Intellectuele aspecten
Motorische aspecten
o Negatieve effecten bij opvoeden en ouder-kind interactie
Belang subjectieve kinderaudiometrie
Toon- en spraakaudiometrie zoals voor volwassenen kan uitgevoerd
worden bij kinderen van 5-6 jaar
o Toon- en spraakaudiometrie bij volwassenen = koptelefoon en hand
opsteken als je iets hoort
o Bij jongere kinderen kan dit niet de onderzoeksmethode moet
aangepast worden specifieke technieken nodig
Het moet aansluiten bij het ontwikkelingsniveau van het kind
o Hoe jonger het kind, hoe minder het bewust zal meewerken bij de
audiometrie
Subjectieve audiometrische testen voor kinderen
BOA = observatie-audiometrie (0 tot 6 à 9 maanden)
VRA = visual reinforcement audiometrie (6 à 9 maanden tot 18 à 36
maanden)
o Kindjes conditioneren
CPA = spelaudiometrie= conditioned play audiometrie (24 à 36 maanden
tot 5 à 7 jaar)
Klassieke tonale audiometrie
a. Observatie-audiometrie (0m – 2 jaar) (BOA)
Observeren van gedrag van het kind bij het aanbieden van vertrouwde
geluiden
o Stimuli: geluidmakend speelgoed, verschillende soorten ruis
o Reacties: verschillende reacties of gedragingen worden als respons
beschouwd
Oriëntatie naar geluidsbron
Wijzen