Inhoudsopgave
Samenvatting hoorcollege 1....................................................................................................................................1
Samenvatting literatuur hc 1................................................................................................................................3
Hoofdstuk 1: Variaties op een thema: wat is ‘echte’ psychotherapie?.............................................................3
Hoofdstuk 4: Al doende leren: gedragstherapie...............................................................................................8
Online opdracht 1: samenvatting- gedragstherapie.......................................................................................12
Samenvatting hoorcollege 2..................................................................................................................................14
Samenvatting literatuur hc 2..............................................................................................................................17
Hoofdstuk 5: Anders denken: cognitieve therapie.........................................................................................17
Online opdracht 2: samenvatting- cognitieve gedragstherapie......................................................................22
Samenvatting hoorcollege 3..................................................................................................................................23
Samenvatting literatuur hc 3..............................................................................................................................28
Hoofdstuk 3: In contact met jezelf: cliëntgerichte therapie...........................................................................28
De Wolf et al (2014) Oplossingsgericht perspectief......................................................................................32
Shazer & Dolan (2008) – Oplossingsgerichte therapie in de praktijk...........................................................35
Online opdracht 3: samenvatting- cliëntgerichte therapie ............................................................................39
Samenvatting hoorcollege 4..................................................................................................................................41
Samenvatting literatuur hc 4..............................................................................................................................43
Hoofdstuk 2: Onbewuste scenario’s: psychodynamische therapie................................................................43
Online opdracht 4: samenvatting- psychodynamische therapie....................................................................47
Samenvatting hoorcollege 5..................................................................................................................................48
Samenvatting literatuur hc 5..............................................................................................................................49
Hoofdstuk 6: Lief en leed samen: systeemtherapie.......................................................................................49
Online opdracht 5: samenvatting- systeemtherapie.......................................................................................52
Samenvatting hoorcollege 6..................................................................................................................................54
Samenvatting literatuur hc 6..............................................................................................................................55
Hoofdstuk 7: Therapie op maat: wat meten en weten we?............................................................................55
Hoofdstuk 8: Valkuilen en vangnetten: in goede handen?.............................................................................59
Bastiaansen (2024) Therapeuten worstelen met hun eigen exposafobie.......................................................62
Kunst (2018) Over dodo's en WC-eend.........................................................................................................64
Online opdracht 6: samenvatting- verschillende theorieën...........................................................................66
Alle stromingen kort samengevat........................................................................................................................69
Samenvatting hoorcollege 1
Inleiding: Van mensbeeld naar therapie
Het college start met het basisprincipe dat
de manier waarop we naar mensen kijken
(mensbeeld) bepaalt welke theorie we
aanhangen, wat vervolgens de vorm van de
therapie bepaalt. Gedragstherapie stelt de
vraag centraal: "Waarom vertoont iemand
bepaald gedrag?".
,De drie fundamentele leertheorieën
In het hoorcollege worden drie manieren besproken waarop gedrag wordt aangeleerd:
1. Klassieke conditionering (Leren via associatie)
Gedrag ontstaat door een automatische koppeling tussen een prikkel en een reactie.
Begrippen: Er wordt gewerkt met de Ongeconditioneerde Stimulus (US), de
Ongeconditioneerde Respons (UR), de Geconditioneerde Stimulus (CS) en de
Geconditioneerde Respons (CR).
Voorbeeld: Het bekende experiment met 'Little Albert' laat zien hoe angst voor een
witte rat werd aangeleerd door een hard geluid (US) te koppelen aan de rat (CS).
Generalisatie & Discriminatie: Iemand kan bang worden voor alle harige dingen
(generalisatie) of juist alleen voor specifieke situaties (discriminatie).
2. Operante conditionering (Leren via consequenties)
Gedrag wordt beïnvloed door wat er op het gedrag volgt (de consequenties).
Vier vormen van beïnvloeding:
o Positieve beloning: Iets leuks toevoegen (bijv. aandacht of TV kijken).
o Negatieve beloning: Iets vervelends weghalen (bijv. de angst verdwijnt door
thuis te blijven).
o Positieve straf: Iets vervelends toevoegen (bijv. een stroomstoot of naar de
dokter moeten).
o Negatieve straf: Iets leuks weghalen (bijv. niet mogen buitenspelen).
3. Model-leren / Observatie-leren (Leren via nadoen)
Gedrag wordt aangeleerd door te kijken naar het gedrag van anderen (modellen) en de
gevolgen daarvan.
Voorbeeld: Het 'Bobo Doll'-experiment waarbij kinderen agressief gedrag nadoen
nadat ze een volwassene
een pop zagen slaan. Ook
'ziekmelden' kan aangeleerd
zijn als een kind een ouder
ziet 'spijbelen' om stress te
vermijden.
Integratie: De Twee-factoren-theorie
De theorie van Mowrer combineert klassieke en operante conditionering.
Factor 1 (Klassiek): De angst wordt aangeleerd (bijv. angst voor school door pesten).
Factor 2 (Operant): De angst wordt in stand gehouden door vermijding (bijv.
buikpijn simuleren), omdat dit de angst wegneemt (negatieve beloning).
Het Mensbeeld van de Behaviorist
2
,Het gedragstherapeutische mensbeeld is vaak voer voor discussie:
Nurture boven Nature: De omgeving is bepalend voor wie je wordt.
Determinisme: Gedrag ligt vast door leerervaringen, wat botst met het idee van een
vrije wil.
Maakbaarheid: John B. Watson (1930) stelde beroemd dat hij elk gezond kind kan
trainen tot elk type specialist (arts, dief, etc.), ongeacht talent of afkomst.
Therapie en Interventies in de praktijk
Gedragstherapeutische elementen komen terug in veel programma's, zoals anti-
pestprogramma's en opvoedinterventies. Een concreet voorbeeld is het programma
'YourSkills', waarbij jongeren via VR en rollenspellen nieuwe vaardigheden oefenen.
Koppeling van techniek aan theorie:
Exposure: Blootstelling aan enge situaties (gebaseerd op Klassieke conditionering).
Token systeem: Belonen van gewenst gedrag (gebaseerd op Operante conditionering).
Model-leren: De therapeut doet een vaardigheid voor (gebaseerd op Observatie-
leren).
Evaluatie van de stroming
Aan het einde van het college worden de sterktes en zwaktes gewogen:
Pluspunten (+): Heel inzichtelijk, biedt concrete handvatten, is laagdrempelig en
effectief voor veel verschillende klachten.
Minpunten (~): Het negeert gedachten en de subjectieve beleving van de cliënt.
Critici noemen het soms puur 'symptoombestrijding'.
Samenvatting literatuur hc 1
Hoofdstuk 1: Variaties op een thema: wat is ‘echte’ psychotherapie?
1.1 Definitie en verwarring: Wat is psychotherapie precies?
Psychotherapie heeft een beetje een imago-probleem. Voor de buitenwereld is het vaak
onduidelijk wat een therapeut precies doet, en binnen het vakgebied zijn er veel verschillende
'scholen' die soms ruzie met elkaar maken.
De definitie: In het boek wordt psychotherapie omschreven als een vorm van hulpverlening
waarbij een deskundige op een methodische (geplande) manier psychologische middelen
gebruikt. Het doel is om de gezondheid van mensen te verbeteren, zowel psychisch als
3
, lichamelijk. Soms is er verwarring over het woord 'psychisch': slaat dat op het middel (praten)
of op het doel (geestenziekten behandelen)? In dit boek wordt de brede definitie gebruikt.
De therapeutische relatie: Deze band is heel anders dan een vriendschap. Er zijn drie
kenmerken:
1. Asymmetrisch: De relatie is ongelijk; de therapeut is er voor de cliënt en niet
andersom.
2. Het is een middel: De band is niet het doel op zich, maar een manier om de cliënt te
helpen.
3. Tijdelijk: Het is de bedoeling dat de cliënt uiteindelijk weer zonder hulp verder kan.
Verschillende soorten aanmelders: Niet iedereen die bij een therapeut komt, is hetzelfde.
Men onderscheidt drie groepen: bezoekers (zij moeten van iemand anders komen en zien zelf
geen probleem), klagers (zij zien wel een probleem, maar geven anderen of hun lichaam de
schuld) en hulpvragers (zij willen echt samen met de deskundige aan de slag).
De vier R's (wat alle therapieën gemeen hebben): Ondanks de vele soorten therapie, delen
ze vier basis-ingrediënten:
Relatie: Een hechte, vertrouwelijke band waarin de cliënt openstaat voor invloed.
Raamwerk: Een veilige, herkenbare plek (de praktijk) die anders is dan thuis.
Rationale: Een logische uitleg voor de klachten die de cliënt weer hoop geeft.
Ritueel: Een vaste methode of procedure waar de cliënt actief aan meedoet.
Niveaus van werken (Kader 1-3): Een therapeut werkt op drie niveaus:
Filosofie: Het theoretische kader (hoe kijk je naar de mens?).
Strategie/Methode: Het plan van aanpak (wat ga je doen om het doel te bereiken?).
Techniek/Procedure: De concrete handelingen (bijv. een bepaald gesprek voeren of
een oefening doen).
1.2 Achtergronden: Waar komt het vandaan?
De moderne psychotherapie begon rond 1887 in Amsterdam. Sigmund Freud was een grote
pionier; hij verschoof de aandacht van hersenonderzoek naar de 'psychische anatomie' (de
geest). Door de geschiedenis heen wisselden magische verklaringen (zoals duiveluitdrijving)
en medische verklaringen elkaar steeds af.
1.2.1 Kind van de tijd
Therapie verandert mee met de maatschappij. Tot de jaren '70 was het een elitaire bezigheid
voor de rijken, maar daarna werd het voor iedereen toegankelijk (democratisering) en
kwamen er meer regels (professionalisering).
Groeiende vraag: Door individualisme (de 'cultuur van het narcisme') en het
verdwijnen van de kerk zochten mensen vaker hulp bij therapeuten.
Medicalisering: Tegenwoordig overheerst het medische model. Er wordt veel gewerkt
met de DSM (het handboek voor diagnoses) en medicijnen. Verzekeraars willen ook
bewijs dat therapie werkt (evidence-based) en dat het rendabel is.
Trend naar specialisatie: Therapeuten specialiseren zich nu vaak op een specifieke
ziekte of methode. In Figuur 1.1 kun je zien hoe populair verschillende stromingen
door de jaren heen waren.
4