Klinisch redeneren 1.1 en 1.2
Verpleegkundigen krijgen vaak vragen van patiënten of moeten de gezondheidsconditie
beoordelen. De antwoorden leiden tot conclusies en deze weer tot besluiten.
De 4 basisvragen:
Diagnostische vraag- wat is er aan de hand?
Oorzakelijke/etiologisch vraag- waar komt dat door?
Prognostische vraag- hoe loopt het af met dit probleem?
Therapeutische vraag- wat denken we eraan te kunnen doen?
Bij elke basisvragen horen een aantal vaste standaardvragen.
Klinisch redeneren = het continue proces van kritisch denken, gegevensverzameling en
analyse, gericht op de vragen en problemen van een individu en diens naasten, in relatie tot
ziekte en gezondheid, om tot het beste besluit over de zorg voor deze patient te komen.
(kritisch denken hoe je de beste zorg verleent)
Meerdere besluiten mogelijk, waar welke is het beste?
Het gaat om omgaan met de informatie en jezelf de juiste vragen stellen.
Veel besluiten gaan over routinesituaties, die ze dagelijk tegenkomen of over overzichtelijke
en niet-complexe situaties. Deze zijn snel in te schatten en dus snel een besluit.
Klinisch redeneren 1.3 en 1.4.1
Goede zorg begint met aangaan vertrouwensrelatie. Handelen vanuit belang van patient.
Niet alleen de aandoening begrijpen, maar ook de patient zelf.
Het ICF-model (international classification of functioning, Disability en Health) helpt om te
begrijpen welke problemen fysiek, psychisch en sociaal een patient heeft en hoe deze
samenhangen. Via het schema wordt in kaart gebracht wat de gevolgen zijn: van de
aandoening, van de bijbehorende behandeling en van de leefstijl. Aandoeningen en ziekten
horen niet bij ICF schema. Linkerkant van tabel drukt
gezondheid uit en rechterkant drukt
gezondheidverstoring uit.
1.5.5
, 1.7 Diversiteitsensitief redeneren
Helpt bij zorg te laten aansluiten bij verschillende patiënten met verschillende
achtergronden.
Diversiteitsaspecten:
1- Etniciteit, nationaliteit, regio
2- Levensfase en generatie
3- Religie en levensbeschouwing
4- Sekse (biologisch geslacht) en gender
5- Seksuele oriëntatie
6- Sociale klasse, sociaal-economische status
7- Talenten, beperkingen, persoonlijkheid
Filmpje EBP:
EBP= als je het verpleegkundig handelen baseert op onderzoekresultaten + met jouw
gebruik van je klinische expertise + het meenemen van de wensen van je patient.
5 stappen EBP:
1- Vraag helder formuleren: van onzekerheid naar beantwoordbare vraag met behulpt
van PICO.
2- Efficient zoeken naar beste bewijsmateriaal > PICO woorden vertalen naar het engels
> grote databases (pubmed, TRIP en The cochrane collaboration) Je kan specifiek
(richtlijnen en reviews) of sensitief (primaire onderzoeken) zoeken.
3- Beoordelen van gevonden bewijs > valiliteit
4- Toepassen van resultaat in de praktijk > voorleggen artsen en vpk en daarna patient
5- Evalueren van proces (via vragenlijst of globaal stappen beoordelen) en resultaat
d.m.v. EPD
In de les:
, EBP:
-Wetenschappelijk bewijs ter onderbouwing van beslissingen
-Klinische expertise in de besluitvorming
-Beschikbare middelen en materialen
-Voorkeuren en waarden van de zorgvrager
Vooral EBP bij therapeutische vragen
Componenten EBP:
1- Best beschikbare bewijs
2- Individuele expertise
3- Voorkeuren en wensen patiënt
4- Beschikbare middelen, materialen en kosten
Vb: stabiliseren wervelkolom > nekkraag, uit wetenschappelijk onderwijs bleek dat dit niet
goed was/werkte.
Klinische onzekerheden:
1- Variatie in bestaand beleid > ik doe het anders dan mijn collega, wat nu?
2- Twijfel over effectiviteit/kennis > ik heb het altijd zo gedaan, maar klopt het wel?
3- Nieuwe ontwikkelingen/technologie > er is iets nieuws bedacht voor de zorg, moet ik
dat ook doen?
PICO (kadert vraagstelling/zorgt voor beantwoordbare vraag):
Populatie: patient, problem of populatie > op welke doelgroep is de vraag van toepassing
Intervention: wat is de te onderzoeken behandeling? (of de nekkraag helpt)
Camparison/co-intervention: wat is de alternatieve behandeling? (effect van geen nekkraag)
huidige beleid
Outcome: wat meet je op bij de patient? Obv wat je meet bereken je daarna het effect van de
intervetie in de betreffende effectmaat.
VB: wat is het effect van het desinfecteren van de huid, voor het toedienen van een
subcutane injectie, op het ontstaan van infectie bij een oudere chirurgische patiënt met een
femurfractuur?
-Helpt om synoniemen zoektermen te formuleren.
VB iets vergelijken:
Patient: korsakov patienten
Intervention: blaaskateter zonder handschoenen
Camparison: blaaskatheter met handschoenen
Outcome: Blaasontstekingen
VB Onderzoeksvraag: wat is de meest effectieve manier van blaaskatheterisatie met of
zonder steriele handschoenen ter vermindering van blaasontstekingen bij
korsakovpatienten?
VB beste interventie:
Patient: spastische patienten
Intervention: niet-mediamenteuze verpleegkundige interventies
Camparion: huidige zorg/usual care
Outcome: huidbeschadigingen
Onderzoeksvraag: Wat is de meeste effectieve/geschikte niet medicamenteuze interventie
ter voorkoming van huidbeschadigingen bij spastische patienten in een verpleeghuis?
(C benoemen hoeft niet perse, maar mag wel)
Les 2