College 1: inleiding & het intrapsychische domein ......................................................................................... 2
Persoonlijkheidstheorieën ..................................................................................................................................3
Skinners (persoonlijkheids)theorie................................................................................................................3
Meten van persoonlijkheidsgegevens ................................................................................................................4
Het intrapsychische domein – Freud ..................................................................................................................5
College 2 – Disposi:onele domein ................................................................................................................. 9
Taxonomie ..........................................................................................................................................................9
Traits ..............................................................................................................................................................9
Aanpakken ...................................................................................................................................................11
College 3 – Biologische domein.................................................................................................................... 16
Ontwikkeling persoonlijkheid ...........................................................................................................................16
Stabiliteit van persoonlijkheid ..........................................................................................................................18
Het biologische domein ....................................................................................................................................20
Biologische trait theorie – Hans Eysenck (1916 – 1997)..............................................................................20
Vernieuwde theorie Gray en McNaughton (2000) ......................................................................................24
SensaKon seeking (Zuckerman, 1965) .........................................................................................................25
Tridimensional personality model (Cloninger, 1986) ..................................................................................26
College 4 – Erikson & Rogers (intrapsychische domein) ................................................................................ 27
PsychoanalyLsche theorie - Erikson .................................................................................................................27
De levenslooptheorie ..................................................................................................................................27
Carl Rogers .......................................................................................................................................................31
Ontwikkeling persoonlijkheid ......................................................................................................................33
Onderbouwing ............................................................................................................................................35
College 5 – Sekse en persoonlijkheid & cultuur en persoonlijkheid .............................................................. 37
Theorieën over sekseverschillen .......................................................................................................................37
SocialisaKetheorie .......................................................................................................................................37
Hormonale theorieën ..................................................................................................................................38
EvoluKonair psychologische theorieën .......................................................................................................38
Cultuur en persoonlijkheid ...............................................................................................................................40
Cultural universals .......................................................................................................................................40
Evoked culture .............................................................................................................................................41
TransmiWed culture .....................................................................................................................................41
De culturele dimensies van Hofstede ...............................................................................................................42
Cultuurverschillen in persoonlijkheid ...............................................................................................................43
Temperament en cultuur in 18 landen – Sam Putnam & Masha Garstein (2017) ............................................43
College 6 – Cogni:eve domein ..................................................................................................................... 45
George Kelly (1905-1967).................................................................................................................................45
Ontwikkelen persoonlijkheid .......................................................................................................................45
Responsie .........................................................................................................................................................49
, College 1: inleiding & het intrapsychische domein
Persoonlijkheid = totaal eigenschappen, karaktertrekken, overtuigingen, gedragingen dat
mens tot een uniek individu maakt
- Bijzonder, afwijkend, wat iemand kenmerkt
- Individuele verschillen
Leerdoelen:
- Overeenkomsten & verschillen persoonlijkheid temperament
- Kern van persoonlijkheidstheorieën
- Sterke & minder sterke punten theorieën
- TransacDonele processen – persoonlijkheidsontwikkeling
- ConsistenDe, stabiliteit, veranderlijkheid persoonlijkheid
- Sekseverschillen persoonlijkheid
- Interculturele overeenkomsten en verschillen
- Persoonlijkheidstheorieën relateren aan gevalsbeschrijving
- Instrumenten herkennen
Tentamen: 24mc en 6-8 open vragen
- Geen vragen over het onderzoek met onze data (vragenlijst)
Defini4e persoonlijkheidsleer = een verzameling psychologische kenmerken en
mechanismen in het individu die georganiseerd zijn en relaDef stabiel zijn en die zijn/haar
interacDes met en aanpassing aan de intrapsychische, fysieke en sociale buitenwereld
beïnvloeden
Defini4e persoonlijkheid
Psychologische kenmerken Eigenschappen, aTtuden, passies, aUeer etc.
Psychologische mechanismen CogniDeve processen (bijv. aandacht-,
geheugenprocessen)
- Voorkeur is afgestemd op aandacht
Georganiseerd zijn Samenhangen en afgestemd op omgeving
Rela4ef stabiel zijn Over situaDes – consistenDe over Djd – conDnuïteit
(Als je jong al extravert bent, dan ben je dat later ook)
Interac4es met buitenwereld PercepDe à hoe je de omgeving waarneemt en
interpreteert (bijv. opDmisDsch of pessimisDsch)
SelecDe à kenmerken bepalen wat voor omgevingen of
contexten jij selecteert (bijv. soort vakanDe dat je kiest,
strand, cultuur, vrienden)
EvocaDe à wat roep je op met jouw kenmerken uit de
omgeving
ManipulaDe à trekken beïnvloeden op welke manier je
de omgeving probeert te beïnvloeden/vorm te geven
Aanpassing binnenwereld & Coping aanpassingsvermogen
omgeving
,Drie niveaus bestuderen
1. Menselijke aard
o (Kenmerkend voor de soort “mens” (in vergelijking met andere soorten))
2. Individuele en groepsverschillen
o (Tussen mensen/groepen)
3. Individuele uniekheid
o Bijv. iemands persoonlijke manier uiten genegenheid)
6 domeinen
1. Disposi4onele Basale eigenschappen
2. Biologische GeneDsch, psychofysiologisch, evoluDonair
3. Intrapsychische Mentale processen
4. Cogni4ef-experien4ële CogniDes en subjecDeve ervaringen (denkprocessen)
5. Sociale en culturele Wederzijdse beïnvloeding
6. Aanpassings- Gezondheid en psychopathologie (houden we buiten
beschouwing in dit vak)
Persoonlijkheidstheorieën
Standaarden beoordelen persoonlijkheidstheorieën à moeten kunnen toepassen op de
grotere theorieën
- Volledigheid
o Hoeveelheid fenomenen en observaDes m.b.t. persoonlijkheid
beschrijven/verklaren
o Bijv. theorie zelfwaardering versus 5-factor model
- Heuris4sche waarde
o Kader voor nieuwe bevindingen
o Bijv. biologische trait-theorie Eysenck
- Toetsbaarheid
o Voorspellingen voor empirische toetsing?
o Toetsen aan de realiteit
o Bijv. blijkt niet zo te zijn voor delen van Freuds theorie
- Zuinigheid
o Compactheid, weinig aannamen
o Met weinig worden veel kunnen verklaren (een sterk punt)
- Verenigbaarheid en integra4e met andere kennis
o Theorie of model wat meer psychologisch geformuleerd
o Bijv. uit hersenonderzoek van Freud
Skinners (persoonlijkheids)theorie
“All we need to know in order to describe and explain behaviour is this: acDons that are
followed by good outcomes are likely to recur, and acDons followed by bad outcomes are less
likely to recur.” (Skinner, 1953)
- Operante analyse (operante condiDoneren)
, - Beïnvloeden van gedrag aan de hand van straffen en belonen
- Persoonlijkheid = gedrag (volgens deze theorie)
Onderzoeken persoonlijkheid
- Persoonlijkheid: resultaat bekrachDgingsgeschiedenis
- Individuele verschillen => unieke geschiedenis bekrachDgende consequenDes op
gedrag
Veranderen persoonlijkheid
- Veranderen omgeving/maatschappij
Meten van persoonlijkheidsgegevens
- Zelfrapportage (>S data) à vragenlijst, interview
- ObservaDe (>o data) à bekenden of getrainde onderzoekers
- Gestandaardiseerde testen (>T data) à computertaken, apparaten, projecDeve
technieken (dit is belangrijk)
- Levenskenmerken – publiekelijk beschikbaar (>L data) à bijv. trouwen, kinderen
krijgen, opleidingsniveau, loopbaan, lidmaatschap sportclub
Typeren theorieën (standaarden moet je op deze theorieën kunnen toepassen)
• Freud à De psychoanalyDsche theorie
• Erikson à De levenslooptheorie
• Skinner à De persoonlijkheidstheorie
• Eysenck à De biologische thraikheorie
• Rogers à De persoonsgerichte theorie
• Kelly à De persoonlijke construckheorie
• Goldberg Costa & McCrae à Het vijf-factor model van persoonlijkheid
Kunnen typeren:
- Ontwikkelingstheorie versus non-ontwikkelingstheorie
o Ontwikkeling à verandering en rijping of conDnue vergelijking
- Stadium theorie versus con4nue ontwikkelingstheorie
o Is het conDnu (geleidelijk), of gebeurt het in stadia
- Voornamelijk beschrijvend versus verklarend
o Beschrijvend à
o Verklarend à hoe komt het?
- Gericht op stabiele kenmerken of veranderlijke kenmerken
o Concentric ring theory (Hollander, 1967)
§ Kern van persoonlijkheid – gevormd door vroege levenservaringen
percepDes van zelf en buitenwereld, basale aTtudes, waarden,
interesses en moDeven
• Minder zicht op, minder bewust
• Moeilijk om te veranderen
• Kern van de cirkel
§ Kenmerkende responsen = tamelijk voorspelbaar gedrag
• Tweede ring
• Hoe je in het algemeen gedraagt, hoe je op anderen afstapt
• Zichtbaar voor anderen en je bent er zelf meer bewust van
• Zit tussen intern en extern in