POV
KENNISTOETS
T.56375
VPK11 – Kritische blik op de verpleegkundige praktijk
Verpleegkunde
Semester 2
1
,TRACHEACANULE,
TRACHEOSTOMA, UITZUIGEN,
ZUURSTOF EN ACUTE
DYSPNOE
ANATOMIE EN ADEMHALING
De luchtpijp (trachea) en slokdarm (oesofagus) liggen naast elkaar in de keelholte. Via de
luchtpijp komt zuurstof in de longen terecht. Via de slokdarm komt voedsel in de maag.
Op de splitsing van luchtpijp en slokdarm ligt het strottenhoofd (larynx). Hier bevinden
zich de stembanden en het strottenklepje (epiglottis).
Tijdens het slikken sluit het strottenklepje de luchtpijp af zodat voedsel niet in de longen
terechtkomt.
BOVENSTE LUCHTWEGEN
Bestaan uit: neus, mond, keelholte en strottenhoofd
Functies:
reinigen van lucht
verwarmen van lucht
bevochtigen van lucht
ONDERSTE LUCHTWEGEN
Bestaan uit: luchtpijp, bronchiën en longen
Functie: geleiden van lucht naar de longblaasjes (alveoli)
In de longblaasjes vindt gaswisseling plaats:
zuurstof gaat het bloed in
koolstofdioxide (CO₂) wordt uitgeademd
Stembanden en spreken
De stembanden bevinden zich in het strottenhoofd. Tussen de stembanden zit de
stemspleet.
Tijdens ademhalen staan de stembanden open.
Tijdens spreken sluiten ze gedeeltelijk.
De uitgeademde lucht laat de stembanden trillen waardoor geluid ontstaat.
2
,TRACHEOTOMIE EN TRACHEOSTOMA
Tracheotomie: kunstmatige opening in de luchtpijp om ademhaling mogelijk te maken.
Indicaties:
zwelling van de luchtweg
tumor in mond, keel of strottenhoofd
langdurige beademing
trauma of infectie
slecht functionerende stembanden
Tracheostoma: blijvende opening in de luchtpijp.
Hierbij wordt de luchtpijp vastgehecht aan de hals. De verbinding tussen bovenste en
onderste luchtwegen is verbroken.
Vaak ontstaat dit na een laryngectomie:
verwijdering van het strottenhoofd
meestal ook verwijdering van de stembanden
Gevolgen:
ademhaling niet meer via neus/mond
lucht wordt minder goed verwarmd en bevochtigd
spreken is moeilijker
SPREKEN BIJ EEN TRACHEOSTOMA
Stemprothese: een kunststofbuisje tussen luchtpijp en slokdarm. Door het stoma af te
sluiten met een vinger ontstaat geluid.
Slokdarmspraak: lucht wordt in de slokdarm gebracht en weer omhoog gelaten. Hierdoor
ontstaat trilling en geluid.
Elektronische spreekapparatuur: een apparaat zet trillingen om in geluid.
TRACHEACANULE
Een tracheacanule is een buisje dat de luchtweg openhoudt. Er bestaan canules met en
zonder cuff
Cuff: opblaasbaar ballonnetje rondom de canule.
Functies:
voorkomen van verslikking
voorkomen dat bloed of vocht in de longen komt
voorkomen dat lucht langs de canule ontsnapt
Een te hoge cuffdruk kan beschadiging van de luchtpijp veroorzaken.
HME EN KUNSTNEUS
3
, Doordat lucht niet meer via de neus gaat, ontbreekt de normale bevochtiging en
verwarming van lucht.
HME (Heat Moisture Exchanger): kunstneus.
Functies:
warmte vasthouden
lucht bevochtigen
slijmvorming verminderen
korstvorming voorkomen
VERZORGING VAN EEN TRACHEACANULE
Goede verzorging voorkomt:
ophoping van slijm
infecties
huidirritatie
benauwdheid
Belangrijke aandachtspunten:
meerdere keren per dag reinigen
huid rondom stoma controleren
canule controleren op slijm
lucht voldoende bevochtigen
reserve canule beschikbaar hebben
Bij douchen moet een douchebeschermer gebruikt worden zodat er geen water in de
longen komt.
UITZUIGEN VAN DE TRACHEACANULE
Uitzuigen is nodig wanneer slijm zich ophoopt in de luchtwegen of canule.
Tekenen dat uitzuigen nodig is:
reutelende ademhaling
zichtbaar slijm
benauwdheid
dalende saturatie
onrust
Belangrijke aandachtspunten:
steriel werken
maximaal 10–15 seconden zuigen
niet te diep zuigen
saturatie observeren
zorgvrager goed uitleg geven
Risico’s van uitzuigen:
4
KENNISTOETS
T.56375
VPK11 – Kritische blik op de verpleegkundige praktijk
Verpleegkunde
Semester 2
1
,TRACHEACANULE,
TRACHEOSTOMA, UITZUIGEN,
ZUURSTOF EN ACUTE
DYSPNOE
ANATOMIE EN ADEMHALING
De luchtpijp (trachea) en slokdarm (oesofagus) liggen naast elkaar in de keelholte. Via de
luchtpijp komt zuurstof in de longen terecht. Via de slokdarm komt voedsel in de maag.
Op de splitsing van luchtpijp en slokdarm ligt het strottenhoofd (larynx). Hier bevinden
zich de stembanden en het strottenklepje (epiglottis).
Tijdens het slikken sluit het strottenklepje de luchtpijp af zodat voedsel niet in de longen
terechtkomt.
BOVENSTE LUCHTWEGEN
Bestaan uit: neus, mond, keelholte en strottenhoofd
Functies:
reinigen van lucht
verwarmen van lucht
bevochtigen van lucht
ONDERSTE LUCHTWEGEN
Bestaan uit: luchtpijp, bronchiën en longen
Functie: geleiden van lucht naar de longblaasjes (alveoli)
In de longblaasjes vindt gaswisseling plaats:
zuurstof gaat het bloed in
koolstofdioxide (CO₂) wordt uitgeademd
Stembanden en spreken
De stembanden bevinden zich in het strottenhoofd. Tussen de stembanden zit de
stemspleet.
Tijdens ademhalen staan de stembanden open.
Tijdens spreken sluiten ze gedeeltelijk.
De uitgeademde lucht laat de stembanden trillen waardoor geluid ontstaat.
2
,TRACHEOTOMIE EN TRACHEOSTOMA
Tracheotomie: kunstmatige opening in de luchtpijp om ademhaling mogelijk te maken.
Indicaties:
zwelling van de luchtweg
tumor in mond, keel of strottenhoofd
langdurige beademing
trauma of infectie
slecht functionerende stembanden
Tracheostoma: blijvende opening in de luchtpijp.
Hierbij wordt de luchtpijp vastgehecht aan de hals. De verbinding tussen bovenste en
onderste luchtwegen is verbroken.
Vaak ontstaat dit na een laryngectomie:
verwijdering van het strottenhoofd
meestal ook verwijdering van de stembanden
Gevolgen:
ademhaling niet meer via neus/mond
lucht wordt minder goed verwarmd en bevochtigd
spreken is moeilijker
SPREKEN BIJ EEN TRACHEOSTOMA
Stemprothese: een kunststofbuisje tussen luchtpijp en slokdarm. Door het stoma af te
sluiten met een vinger ontstaat geluid.
Slokdarmspraak: lucht wordt in de slokdarm gebracht en weer omhoog gelaten. Hierdoor
ontstaat trilling en geluid.
Elektronische spreekapparatuur: een apparaat zet trillingen om in geluid.
TRACHEACANULE
Een tracheacanule is een buisje dat de luchtweg openhoudt. Er bestaan canules met en
zonder cuff
Cuff: opblaasbaar ballonnetje rondom de canule.
Functies:
voorkomen van verslikking
voorkomen dat bloed of vocht in de longen komt
voorkomen dat lucht langs de canule ontsnapt
Een te hoge cuffdruk kan beschadiging van de luchtpijp veroorzaken.
HME EN KUNSTNEUS
3
, Doordat lucht niet meer via de neus gaat, ontbreekt de normale bevochtiging en
verwarming van lucht.
HME (Heat Moisture Exchanger): kunstneus.
Functies:
warmte vasthouden
lucht bevochtigen
slijmvorming verminderen
korstvorming voorkomen
VERZORGING VAN EEN TRACHEACANULE
Goede verzorging voorkomt:
ophoping van slijm
infecties
huidirritatie
benauwdheid
Belangrijke aandachtspunten:
meerdere keren per dag reinigen
huid rondom stoma controleren
canule controleren op slijm
lucht voldoende bevochtigen
reserve canule beschikbaar hebben
Bij douchen moet een douchebeschermer gebruikt worden zodat er geen water in de
longen komt.
UITZUIGEN VAN DE TRACHEACANULE
Uitzuigen is nodig wanneer slijm zich ophoopt in de luchtwegen of canule.
Tekenen dat uitzuigen nodig is:
reutelende ademhaling
zichtbaar slijm
benauwdheid
dalende saturatie
onrust
Belangrijke aandachtspunten:
steriel werken
maximaal 10–15 seconden zuigen
niet te diep zuigen
saturatie observeren
zorgvrager goed uitleg geven
Risico’s van uitzuigen:
4