Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Klinische Psychologie 1a | Open Universiteit | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
46
Geüpload op
19-06-2026
Geschreven in
2025/2026

Deze samenvatting behandelt Klinische Psychologie 1a (PB3002) aan de Open Universiteit en richt zich op theoretische benaderingen en persoonlijkheid. De eerste hoofdstukken bestrijken het terrein van klinische psychologie, de definitie van 'abnormaal' gedrag, onderscheid tussen klinisch psychologen en psychiaters, en drie modellen om normaal van abnormaal gedrag te onderscheiden (statistisch model, medisch model, en meer). Deze samenvatting biedt een duidelijk overzicht van kernconcepten zoals psychopathologie, de zeven kenmerken van abnormaliteit volgens Seligman, en de APA-definitie van psychische stoornissen - ideaal voor examens en college-voorbereiding.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Klinische psychologie 1

Hoofdstuk 1 – Over klinische psychologie en
‘abnormaal’ gedrag
1.1 Het terrein van de klinische psycholoog
Basisdisciplines Toepassingsgerichte disciplines
Cognitieve psychologie Klinische en gezondheidspsychologie
Ontwikkelingspsychologie Arbeids- en organisatiepsychologie
Sociale psychologie Onderwijspsychologie
Persoonlijkheidspsychologie
Methodenleer

De klinische psychologie richt zich op gedrag dat negatief afwijkt van de norm en
vaak problemen veroorzaakt.
Afwijkingen op de norm kunnen verschillende aspecten hebben:
1. Bij de individuele persoon (afwijkend gedrag, afwijkende gedachten,
afwijkende belevingen).
2. Bij relaties met andere mensen
Inzicht in normale psychologische functies is essentieel om deze afwijkingen te
herkennen en te begrijpen.

Box 1.1 De klinisch psycholoog versus de psychiater
Een psychiater is een arts die gespecialiseerd is in psychische stoornissen en
zowel medicijnen kan voorschrijven als therapieën aanbiedt, vooral bij ernstige
klachten zoals depressies of psychoses. Een klinisch psycholoog daarentegen
is geen arts, maar richt zich op psychische problemen met gesprekstherapieën
en psychologisch onderzoek.

Binnen de psychologie zijn er verschillende specialisaties die je kunt volgen na de
basisopleiding psychologie via postmasterscholing:
- GZ-psycholoog (gezondheidszorgpsycholoog): Dit is een brede
basispostmaster waarmee je veelvoorkomende psychische klachten behandelt,
zoals angst of depressie.
- Klinisch psycholoog: Na de GZ-opleiding kun je verder specialiseren via een
aanvullende postmasterscholing. Klinisch psychologen richten zich op complexe
problematiek en combineren vaak behandeling met wetenschappelijk onderzoek.
- Klinisch neuropsycholoog: Deze specialisatie, ook via postmasterscholing,
legt de focus op de relatie tussen hersenen en gedrag, zoals bij hersenletsel,
dementie of niet-aangeboren hersenafwijkingen.


1.2 Aspecten van ‘abnormaal’ gedrag
Volgens Seligman et al. (2001) is gedrag pathologisch als het minstens één van 7
kenmerken van abnormaliteit vertoont:
1. Persoonlijk lijden
De mate van persoonlijk lijden. Dit kenmerk is alleenstaand geen
voldoende voorwaarde om van psychopathologie te kunnen spreken.
2. De (dis)functionaliteit van het gedrag

1

, De mate waarin iemand in staat is beroepsmatig te functioneren en
relaties met anderen te onderhouden.
3. Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
Als mensen in het gedrag van een ander geen logica zien.
4. Onvoorspelbaarheid en controleverlies
Mensen vinden het gedrag van anderen vaak abnormaal als:
- Als het gedrag van iemand in strijd is met zijn normale handelen.
- Als we de oorzaak of aanleiding van iemands gedrag niet kunnen
achterhalen.
5. Opvallend en onconventioneel gedrag
Als gedrag sterk afwijkt van hoe we onszelf gedragen.
6. Gedrag dat een ongemakkelijk gevoel bij anderen teweegbrengt
Observer discomfort is gedrag dat anderen ongemakkelijk maakt door
sociale normen (restregels) te overtreden.
7. Het overtreden van morele normen
Als mensen een moreel oordeel hebben over het gedrag van anderen.

1.2.8 Een definitie van psychische stoornissen
Definitie van APA voor psychische stoornissen:

"Een psychische stoornis is een syndroom dat wordt gekenmerkt door klinisch
significante verstoringen in cognitie, emotieregulatie of gedrag van een individu. Deze
verstoringen weerspiegelen een disfunctie in de psychologische, biologische of
ontwikkelingsprocessen die ten grondslag liggen aan het functioneren van een persoon.
Psychische stoornissen gaan meestal gepaard met aanzienlijke lijdensdruk of
beperkingen in sociale, beroepsmatige of andere belangrijke gebieden van het
functioneren. Een afwijkend gedrag (zoals politieke, religieuze of seksuele handelingen) is
op zichzelf geen psychische stoornis, tenzij het gepaard gaat met een disfunctie. Evenzo
worden conflicten tussen individu en maatschappij (zoals bijvoorbeeld criminaliteit) niet
als psychische stoornis gezien, tenzij deze voortkomen uit een disfunctie in de persoon."



1.3 Normaal en abnormaal: waar ligt de grens?
Er zijn drie verschillende modellen die onderscheid kunnen maken tussen
normaal en abnormaal gedrag:

1.3.1 Het statistisch model
Het statistisch model stelt dat gedrag of eigenschappen abnormaal zijn als ze
sterk afwijken van het gemiddelde (zoals in een normaalverdeling).

Nadelen:
1. Onduidelijke grens tussen normaal en abnormaal: Het model specificeert niet
waar de grens ligt tussen wat normaal en abnormaal is.
2. Niet alle stoornissen volgen een normaalverdeling: Bij sommige psychische
stoornissen is er geen sprake van een statistisch gemiddelde of spreiding,
waardoor het model niet toepasbaar is.
3. Geen onderscheid tussen positieve en negatieve afwijkingen: Afwijkingen zoals
hoge intelligentie worden ook als abnormaal gezien, terwijl dat geen stoornis is.

1.3.2 Het medisch of ziektemodel
Het medisch model beschouwt psychische stoornissen als ziekten met een
biologische oorzaak, zoals afwijkingen in de hersenen of chemische onbalans. Er
wordt een onderscheid gemaakt tussen somatogene stoornissen (met een

2

,biologische oorzaak) en psychogene stoornissen (met een psychologische
oorzaak).

Nadelen:
1. Niet alle stoornissen hebben een medische oorzaak: Volgens Szasz moeten
alleen somatogene stoornissen als mental illness worden beschouwd; andere
gevallen noemt hij problems in living.
2. Stigmatiserend (labeling-theorie): Het medisch model kan leiden tot het
toekennen van een "ziekte" label, wat sociale uitsluiting en zelfstigma kan
versterken.

1.3.3 Het leer- of onderwijsmodel




Het leer- of onderwijsmodel ziet psychische stoornissen als leer- en
ontwikkelingsproblemen, waarbij de nadruk ligt op persoonlijke
verantwoordelijkheid. In tegenstelling tot het medische model, waar de therapeut
de keuzes maakt, is de leerling in dit model zelf verantwoordelijk voor zijn of haar
keuzes.

Voordelen ten opzichte van het medische model:
1. Eigen verantwoordelijkheid: De leerling maakt zelf de keuzes, in plaats van dat
de therapeut dit doet.
2. Geen stigmatisering: Het model labelt mensen niet als 'ziek', maar behandelt
ze als leerlingen die kunnen groeien. Om deze reden heten stoornissen bijv.
vaardigheidstekorten
3. Focus op groei: In plaats van ziekte te behandelen, richt het model zich op
ontwikkeling en verbetering.

Het demarcatie- of afgrenzingscriterium in het onderwijsmodel is dus het
vermogen om zelfstandig beslissingen te nemen en verantwoordelijkheid te
dragen; wie dit niet kan, wordt als abnormaal beschouwd.


1.4 Tot besluit
Een continuüm bij psychische stoornissen betekent dat mentale gezondheid een
schaal is die in de tijd kan variëren, afhankelijk van de frequentie en ernst van
klachten. Of iemand hulp nodig heeft, hangt af van de ernst en duur van de
klacht, en de impact op het individu of de omgeving.

Het onderwijsmodel werkt met een samenwerkingsmodel en gedeelde
besluitvorming, waarbij de hulpverlener expertise heeft over diagnostiek en

3

, behandelopties, en de patiënt de expertise heeft over zijn eigen behoeften,
doelen en waarden. Beslissingen worden gezamenlijk genomen.


Hoofdstuk 2 – Neurobiologische benadering van
psychopathologie
2.1 Een historische schets
Het neurobiologische model van psychopathologie stelt dat gedrag sterk wordt
beïnvloed door de werking van de hersenen. Al in de Griekse oudheid beweerde
Hippocrates dat gevoel en gedrag voortkwamen uit de hersenen, niet door
bovennatuurlijke krachten. Descartes geloofde dat de ziel in de pijnappelklier zat,
terwijl Franz Joseph Gall dacht dat de grijze stof van de hersenen verschillende
mentale organen bevatte.

In de 19e eeuw ontdekte Paul Broca de ziekte Broca’s afasie, een taalstoornis
veroorzaakt door schade aan de linker frontaalkwab. Fritsch en Hitzig
bevestigden met dierexperimenten dat de hersenen invloed hebben op gedrag.
Deze inzichten leidden tot behandelingen zoals de frontale lobotomie, waarbij
de frontaalkwab werd verwijderd in de hoop gedrag te verbeteren, maar dit had
geen wetenschappelijke basis en veroorzaakte ernstige bijwerkingen.

In de 20e eeuw kwamen er medicijnen zoals neuroleptica (bijvoorbeeld
chloorpromazine en haloperidol) voor de behandeling van psychose. De
tweede generatie antipsychotica, de atypische antipsychotica, helpen mensen
normaal deel te nemen aan de maatschappij, maar moeten onder professionele
begeleiding worden afgebouwd. Bij ouderen kunnen er problemen ontstaan door
het combineren van verschillende medicijnen.


2.2 De neurobiologische benadering nader beschouwd
Gedrag is (bijna) altijd een samenspel van genen, hersenstructuren,
neurotransmitters en hormonen, en omgeving.

2.2.1 Genen
Bij genetisch onderzoek wordt er gebruik gemaakt van 3 bronnen:
- Familiestudies
Hoe vaker een stoornis voorkomt binnen een familie, hoe meer bewijs
voor erfelijkheid van de stoornis. Nadeel: families delen niet alleen
genen, maar ook omgevingsfactoren.
- Tweelingstudies
Maken gebruik van concordantie—de mate waarin een eigenschap bij
beide tweelingleden voorkomt (tussen 0 en 1). Een hogere concordantie
bij eeneiige dan bij twee-eiige tweelingen duidt op genetische
bijdragen. Zijn de waarden vergelijkbaar, dan is genetische invloed
onwaarschijnlijk. Een beperking is dat eeneiige tweelingen vaak gelijker
worden behandeld, wat kan leiden tot een overschatting van
genetische factoren. Erfelijkheid wordt berekend met de formule: 2 ×
(concordantie eeneiig − concordantie twee-eiig).
- Adoptiestudies
Genetische invloed blijkt wanneer geadopteerde kinderen vaker een
stoornis ontwikkelen als deze voorkomt in hun biologische familie.


4

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
19 juni 2026
Aantal pagina's
46
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€8,16
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
essie456

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
essie456 Open Universiteit
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen