1.1 Basismodel communicatie................................................................................................3
1.2 Uitgangspunten van communicatie..................................................................................3
1.3 Doelen van communicatie................................................................................................3
1.4 Gespreksvaardigheden.....................................................................................................5
2. De intake.................................................................................................................................6
2.1 De intake als bron van informatie....................................................................................6
2.2 Openingsfase: kennismaking............................................................................................6
2.3 Exploratiefase: informatie en werkrelatie........................................................................6
2.4 Afrondingsfase: afspraken maken....................................................................................6
2.5 Vorm van de intake...........................................................................................................7
3. Het advies...............................................................................................................................8
3.1 De intake als basis............................................................................................................8
3.2 Model van adviseren........................................................................................................8
3.3 Een goed advies................................................................................................................8
3.4 Het adviesgesprek............................................................................................................8
3.5 Een derde inschakelen en verwijzen................................................................................9
4. De adviseur...........................................................................................................................10
4.2 Stijlen van adviseren.......................................................................................................10
4.3 Stijlen van beïnvloeding.................................................................................................10
5. Hobbels.................................................................................................................................11
5.1 Slecht nieuws..................................................................................................................11
5.2 Belemmeringen bij de cliënt..........................................................................................11
5.3 Belemmeringen bij de adviseur......................................................................................11
6. Vormen van adviseren..........................................................................................................12
6.1 Vorm van adviseren........................................................................................................12
6.2 Opbouw van het schriftelijk advies................................................................................12
6.3 Opbouw van de presentatie...........................................................................................12
Oefentoets................................................................................................................................13
10 open vragen.....................................................................................................................13
10 meerkeuze.......................................................................................................................15
, 10 fill in the blank.................................................................................................................17
10 waar/niet waar................................................................................................................19
Top 10 leerdoelen.....................................................................................................................21
Top 20 kernbegrippen..............................................................................................................23
1. Communicatief vaardig
Communicatieve vaardigheid verwijst naar het vermogen om informatie doelgericht, helder en situationeel
adequaat uit te wisselen tussen zender en ontvanger. Effectieve communicatie is geen lineair proces, maar een
dynamische interactie waarin betekenis continu wordt geconstrueerd en bijgesteld. In professionele contexten,
zoals hulpverlening, onderwijs of advisering, vormt communicatieve vaardigheid een kerncompetentie die direct
samenhangt met de kwaliteit van besluitvorming en samenwerking.
1.1 Basismodel communicatie
Het basismodel van communicatie beschrijft communicatie als een proces tussen een zender en een ontvanger
binnen een specifieke context, waarbij een boodschap via een medium wordt overgedragen. Daarbij spelen
meerdere elementen een rol:
Zender: degene die de boodschap formuleert
Ontvanger: degene die de boodschap interpreteert
Boodschap: de inhoud van de communicatie
Kanaal: de wijze waarop de boodschap wordt overgedragen (bijvoorbeeld gesproken taal, schrift of
digitaal)
Feedback: de reactie van de ontvanger op de boodschap
Ruis: verstorende factoren die de overdracht of interpretatie beïnvloeden
In de praktijk is communicatie zelden perfect lineair. Interne ruis (zoals emoties, aannames en cognitieve bias)
en externe ruis (zoals omgevingsgeluid of technische beperkingen) beïnvloeden de effectiviteit van het proces.
1.2 Uitgangspunten van communicatie
Effectieve communicatie is gebaseerd op een aantal fundamentele uitgangspunten:
Communicatie is onvermijdelijk: ook stilte of non-verbale signalen dragen betekenis
Betekenis ontstaat bij de ontvanger: interpretatie is subjectief en contextafhankelijk
Communicatie is relationeel: naast inhoud wordt ook de relatie tussen gesprekspartners gedefinieerd
Verbale en non-verbale communicatie zijn onlosmakelijk verbonden
Misverstanden zijn inherent aan communicatie en vragen om explicitering en feedback
1.3 Doelen van communicatie
Informeren: het overbrengen van feitelijke informatie
Beïnvloeden: het sturen van gedrag, keuzes of meningen
Relatie opbouwen en onderhouden: vertrouwen en samenwerking versterken