Psychotherapeutische stromingen
Hoorcollege 1: Introductie & gedragstherapie ............................................................................................ 2
Hoorcollege 2: Cognitieve (gedrags)therapie ............................................................................................ 12
Hoorcollege 3: Cliënt- en oplossingsgerichte therapie ............................................................................... 21
Hoorcollege 4: Psychoanalyse (psychoanalytica) ....................................................................................... 31
Hoorcollege 5: Systeemtherapie .............................................................................................................. 39
Hoorcollege 6: Reflectiecollege................................................................................................................ 46
Made by: Sabine Truijens
Student Pedagogische wetenschappen, Universiteit van Amsterdam (2026)
1
,Auteur: Sabine Truijens I Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar
Hoorcollege 1: Introductie & gedragstherapie
Stromingen
• Gedragstherapie (1)
• Cognitieve therapie & cognitieve gedragstherapie (2) - Werkgroep
• Cliëntgerichte therapie (3) & oplossingsgerichte therapie (4) - Werkgroep
• Psychodynamische therapie (5)
• Systeemtherapie (6) - Werkgroep
Tegenwoordig worden er echter vaak verschillende stromingen gecombineerd (=Eclectisch werken)
Chronologische volgorde; Freud → cliëntgerichte therapie & gedragstherapie → cognitieve therapie →
systeemtherapie → oplossingsgerichte therapie.
Behandelingen kunnen onderscheiden worden op basis van drie aspecten:
• Therapeutisch doel (1): de focus van de therapie. De aspecten van het doen en laten van de patiënt
die men wilt veranderen. Hier kan een onderscheid gemaakt worden tussen klachtgerichte
(klachten, symptomen of stoornissen verhelpen) en persoonsgerichte benaderingen (levenskwaliteit
verbeteren en problemen beter kunnen aanpakken).
• Therapeutische werkwijze (2): deze kun je indelen op basis van geactiveerde veranderingsprocessen
(ervaren, begrijpen en oefenen) en de therapeutische stijl (meegaand versus sturend).
Geactiveerde veranderingsmechanismen:
o Affectieve beleving (ervaren): het uitlokken of accentueren van
emoties – bijv. Exposure.
o Cognitieve beheersing (begrijpen): de cliënt krijgt meer inzicht
in eigen gedachten, waarneming en zelfbewustzijn, en leert
nieuwe denkpatronen ontwikkelen – bijv .cognitieve therapie.
o Gedragsregulatie (oefenen): het veranderen van
disfunctioneel gedrag en nieuw gedrag aan te leren – bijv.
Gedragstherapie.
Therapeutische stijl:
o Meegaand (passief): cliënt bepaalt de inhoud van de sessies.
De therapeut blijft meer op de achtergrond en ondersteunt het proces van zelfexploratie. De
therapeut geeft geen adviezen en reikt geen oplossingen aan.
o Sturend (actief): de therapeut neemt een actievere rol aan en stelt vanuit deskundigheid een
specifieke methode voor. Dit gebeurt zonder de eigen visie op te dringen, en altijd gericht op het
samen bepaalde doel.
• Therapeutische context (3); deze moet de kans vergroten dat de patiënt daadwerkelijk verandert.
Allereerst gaat het hier om de aard van de therapeutische relatie en daarnaast om allerlei vooral
formele aspecten van de behandelorganisatie, zoals de setting, de intensiteit, de vergoeding en de
verhouding tot het sociale netwerk van de cliënt.
o Therapeutische relatie (contact): de werkrelatie tussen therapeut en cliënt. Deze relatie
krijgt inhoud door het doel en de werkwijze van de behandeling. Daarnaast wordt de relatie
beïnvloed door de emotionele band tussen therapeut en cliënt, zoals verbondenheid,
vertrouwen en engagement.
o Formele behandelorganisatie (contract): de werkrelatie is niet vrijblijvend, maar wordt
vastgelegd in een behandelovereenkomst. Hierbij gaat het om de formele afspraken, zoals
de setting, intensiteit en duur van de behandeling, financiële afspraken/vergoeding, de
verhouding tot het sociale netwerk van de cliënt en andere specifieke voorwaarden.
→ Therapieontrouw, gebrekkige medewerking of onvoldoende motivatie kunnen het
therapeutische contact en het formele contract verstoren. Soms kan dit komen door het
2
,Auteur: Sabine Truijens I Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar
handelen van de therapeut, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Hierbij spelen ook overdracht en
tegenoverdracht een rol:
• Overdracht: de emotionele reactie van de cliënt op de therapeut.
• Tegenoverdracht: de emotionele reactie van de therapeut op de cliënt.
De volgende vormen van weerstand worden onderscheiden:
1. Weerstanden eigen aan het individu en zijn ontwikkelingsgeschiedenis:
Dit zijn weerstanden die voortkomen uit de persoon zelf en eerdere ervaringen. Voorbeelden zijn
verdringingsweerstand, waarbij er te veel angst is om goed te kunnen leren, superego-weerstand,
waarbij schuldgevoel of strafbehoefte extra spanning geeft, en weerstand door secundaire winst,
waarbij het probleem ook positieve gevolgen heeft en verandering dus iets kan kosten.
2. Weerstanden specifiek verbonden aan gezin en partnerrelatie:
Hierbij hangt de weerstand samen met de relatie of het gezin. Bij gezamenlijke weerstand wordt
verandering als bedreigend gezien voor de relatie, omdat de bestaande balans dan verstoord kan
raken. Bij overdrachtsweerstand heeft de één de ander nodig om zelf in evenwicht te blijven.
3. Weerstanden met betrekking tot de therapeutische relatie:
Deze weerstand ontstaat binnen de relatie tussen cliënt en therapeut. Dit kan komen door technisch
gebrekkige of foutieve interventies van de therapeut. Ook kan er overdrachtsweerstand ontstaan
wanneer de therapeut wordt gezien als een belangrijk persoon met wie een gevoelsband bestaat.
Daarnaast kan weerstand ontstaan door tegenoverdracht, wanneer eigen emotionele problemen van
de therapeut invloed hebben op zijn of haar benaderingswijze.
De oplossing voor weerstand kan liggen in het toegepaste model. Het voorschriftmodel (“ik weet wat het
beste is voor u”) is vaak minder effectief dan het overlegmodel (“laten we samen kijken wat het beste voor u
is”).
Cliënt en therapeut moeten samen overeenstemming bereiken over drie onderdelen van de therapiekeuze:
het doel van de verandering (1), de verklaring van de problematiek (2) en de oplossingsstrategie (3). Idealiter
komen zij door wederzijdse afstemming tot een behandelovereenkomst of therapiecontract. Dit is een
inspanningsverbintenis en geen resultaatverbintenis: de therapeut belooft zich in te spannen, maar kan geen
gegarandeerd resultaat beloven.
Wat is de ´echte´ psychotherapie?
Psychotherapie is een vorm van hulpverlening die, via het methodisch toepassen van psychologische
middelen door gekwalificeerde personen, beoogt mensen te helpen met hun gezondheid.
• Ruimer gesteld doel;
• Geeft de meer persoonsgerichte benadering een plaats binnen de psychotherapie;
• De hulpvrager heeft een actieve rol.
OF
Psychotherapie is de behandeling van psychische problemen of stoornissen met behulp van psychologische
methoden door daartoe opgeleide deskundigen.
Therapeutisch contact (functionele relatie) verschilt van een vriendschap;
• Tussen vrienden worden gelijkheid en wederkerigheid verondersteld; de therapeut daarentegen is er
voor de cliënt – niet omgekeerd – en steunt op het verschil in deskundigheid (asymmetrische
relatie).
• De relatie tussen therapeut en cliënt is een middel – en geen doel – met het oog op het oplossen of
verbeteren van problemen.
3
, Auteur: Sabine Truijens I Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar
• De therapie is in principe van tijdelijke aard met de bedoeling dat de cliënt zo spoedig mogelijk
zonder therapeut verder kan.
Alle psychotherapievormen hebben vier samenstellende factoren gemeen;
1. Therapeutische relatie: een relatie die intens, emotioneel, vertrouwelijk en vertrouwenwekkend is.
De cliënt ontwikkelt hierbij een bepaalde afhankelijkheid van de therapeut, waardoor hij of zij meer
openstaat voor beïnvloeding en verandering.
2. Therapeutische context of setting: een omgeving die duidelijk als therapeutisch wordt herkend. Dit
versterkt het vertrouwen in de hulpverlener en biedt een veilig kader voor de behandeling.
3. Verklaring voor de klachten of problemen: een uitleg of theorie die de klachten begrijpelijk maakt.
Deze verklaring moet geloofwaardig zijn, passen bij het wereldbeeld of de levensvisie van de cliënt
en hoop geven op verandering.
4. Procedure, methode of techniek: een aanpak die voortkomt uit de verklaring van de klachten.
Hierbij nemen zowel cliënt als therapeut actief deel. Ook moet deze aanpak de verwachting
oproepen dat de klachten kunnen verminderen of dat de problemen kunnen worden opgelost.
De verschillende vormen van psychotherapie worden vaak ingedeeld volgens twee hoofdkenmerken:
1. Het cliëntsysteem: met wie gaat de deskundige een psychotherapeutische relatie aan?
• Individuele therapie
• Groepstherapie
• Partnerrelatie of gezinstherapie
2. Werkwijze van de therapeut: psychodynamisch, cliëntgericht, gedragstherapeutisch, cognitief en
systeemtheoretisch.
• Niveau’s van therapeutische activiteiten (van zeer algemeen tot zeer specifiek): filosofie, strategie/
methode, techniek/ procedure.
Psychotherapie is door de geschiedenis heen steeds
beïnvloed door de maatschappij en cultuur waarin zij
ontstond. De manier waarop mensen denken over
psychische problemen, gezondheid en behandeling
verandert namelijk mee met de tijd. Hoewel de
biopsychosociale benadering al lang als ideaal wordt
gezien in de gezondheidszorg, wordt zo’n
multidimensionaal of multimodaal behandelmodel in
de praktijk vaak niet evenwichtig toegepast.
Psychiaters worden vaak gezien als de deskundige met kennis en macht. De patiënt wordt daartegenover
soms juist neergezet als machteloos, hulpeloos en passief. De psychiatrie zit al meer dan een eeuw in een
spanningsveld tussen de harde natuurwetenschap en de zachte geesteswetenschap, oftewel rationalisme
versus romantisme. Tussen deze twee uitersten, zoals de biologische psychiater en de psychodynamisch
therapeut, bestaan veel verschillende soorten psychiaters en behandelaren.
Omdat psychotherapie tegenwoordig onderdeel is van de gezondheidszorg, sluit zij steeds meer aan bij het
medische model. Daarbij worden drie stappen onderscheiden:
1. Diagnose – probleemverkenning
2. Verklaring – probleemontleding
3. Behandeling – probleemoplossing
Bij het stellen van een diagnose wordt vaak de DSM gebruikt. Hierop is kritiek:
• De DSM kijkt te veel naar tekorten en toestanden.
• De DSM kijkt te veel naar het individu, terwijl de context ook belangrijk is.
4