Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Overzicht Leerdoelen: Samenvattingen van de Werkcolleges Burgerlijk procesrecht (+ oefententamen!)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
63
Geüpload op
21-06-2026
Geschreven in
2025/2026

Deze werkgroepuitwerkingen voor Burgerlijk procesrecht (RR213) behandelen de bevoegdheid van de rechter in dagvaardingszaken aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De stof omvat absolute bevoegdheid, sectorcompetentie, kantonrechter competentie, relatieve bevoegdheid, en procedures wanneer de rechter onbevoegd is – alle onderwerpen voorzien van praktische voorbeelden en wettelijke verwijzingen. Ideaal voor examenvoorbereiding en het begrip van fundamentele bevoegdheidsregels in het Nederlands burgerlijk procesrecht.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Werkgroep 1

1. Hoe wordt de absolute bevoegdheid van de rechter in een
dagvaardingszaak bepaald?
Een belangrijk verschil tussen de regels van de absolute en de relatieve
bevoegdheid is dat die van de absolute bevoegdheid van openbare orde
zijn (art. 72 Rv). Partijen kunnen niet afspreken dat een andere rechter hun
zaak behandelt; zulke afspraken zijn ongeldig. De regels over de relatieve
bevoegdheid zijn daarentegen niet van openbare orde; hier gaat het
primair om het belang van de gedaagde om dicht bij huis te procederen.
Het staat partijen daarom vrij overeen te komen dat de rechtbank Noord-
Nederland hun geschil zal beslissen, terwijl dit volgens de wettelijke
bevoegdheidsregels aan de rechtbank Rotterdam had moeten worden
voorgelegd.

In eerste aanleg moeten, met uitzondering van in de wet bepaalde
uitzonderingen, alle zaken bij de rechtbank aanhangig worden gemaakt
(art. 42 RO); voor deze zaken is dus de rechtbank de absoluut
competente rechter. De kantonzaken worden behandeld en beslist door
een kamer voor kantonzaken, bemand door de kantonrechter, de rest door
andere kamers van de rechtbank (afdeling civiel). In kantonzaken kunnen
partijen in persoon procederen, bij de afdeling civiel is de tussenkomst van
een advocaat verplicht (art. 79 Rv). De keuze tussen deze twee afdelingen
heet sectorcompetentie.

2. Wanneer is de kantonrechter bevoegd om over een
dagvaardingszaak te beslissen?
De kantonrechter neemt kennis van (art. 93 Rv):
 Zaken betreffende geldvorderingen met een beloop van ten hoogste
€ 25 000, de tot aan de dag van dagvaarden verschenen rente
daarbij inbegrepen
 Zaken betreffende vorderingen van onbepaalde waarde, indien er
duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere
waarde vertegenwoordigt dan € 25 000.
 Zaken betreffende onder meer een arbeidsovereenkomst, een
collectieve arbeidsovereenkomst of algemeen verbindend verklaarde
bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst;Van de
arbeidszaken zijn uitgezonderd procedures tussen de naamloze en
de besloten vennootschap en haar bestuurders (statutair
directeuren) en commissarissen (art. 2:131, 2:149, 2:241 er 2:259).
Deze bedragen mogen wel boven de €25.000 uitkomen.
 Zaken betreffende een consumentenkredietovereenkomst met een
kredietsom van ten hoogste € 40 000 of een agentuur-, huur- of
huurkoop- of consumentenkoopovereenkomst.
 Andere zaken ten aanzien waarvan de wet dit bepaalt.
Samenhangende vorderingen (art. 94 Rv) → Wanneer er meerdere
vorderingen in één zaak worden ingesteld, is het belangrijker dat deze
samenhangende zaken gezamenlijk worden behandeld dan dat elke
vordering strikt volgens de gebruikelijke procesregels wordt afgehandeld.
Artikel 94 Rv is niet van toepassing op samenhangende vorderingen die

,gezamenlijk boven de €25.000 uitkomen. Dus wanneer één vordering
€10.000 bedraagt en de andere €20.000, wordt de zaak doorverwezen
naar de civiele afdeling.


3. Hoe wordt de relatieve bevoegdheid van de rechter in een
dagvaardingszaak bepaald?
Bij relatieve bevoegdheid geldt in dagvaardingszaken als hoofdregel dat
de zaak moet worden gebracht bij de rechter in het rechtsgebied waar de
gedaagde woont of daadwerkelijk verblijft (art. 99 Rv).
Keuzemogelijkheden: In een aantal gevallen is er naast de hoofdregel nog
een ander aanknopingspunt voor relatieve bevoegdheid. De wet geeft de
eiser dan een keuzemogelijkheid omdat meer dan één rechter (rechtbank
is medebevoegd) relatief bevoegd is verklaard om van zijn vordering
kennis te nemen. Deze staan in de artikelen 100-107 Rv.
- Alternatieve bevoegdheid: Bijvoorbeeld art. 103 eerste zin Rv.
- Exclusieve bevoegdheid: Bijvoorbeeld art. 103 tweede zin Rv of art.
100 Rv.
Forumkeuze (art. 108 lid 1 Rv): Partijen wijzen soms in hun overeenkomst
een andere rechter aan dan die welke volgens de wettelijke regeling
relatief bevoegd is (regelend recht). Zij zijn daar in beginsel vrij in. Lid 2
uitzonderingen!

4. Wat moet de rechter doen als hij niet bevoegd is om kennis
te nemen van de dagvaardingszaak die bij hem wordt
aangebracht?
Er is niet voor de juiste rechter gedagvaard: In de dagvaarding moet de
eiser de rechter aanwijzen die van de zaak kennisneemt (art. 111 lid 2
onder e Rv). Daarbij moeten niet alleen de regels van absolute en
relatieve bevoegdheid in acht worden genomen, maar - binnen de recht-
bank - ook die over de taakverdeling tussen de afdeling civiel en de
kantonrechter.
 Onbevoegde rechter: Ontbreekt de vereiste (internationale)
rechtsmacht dan verklaart de rechter zich, zo nodig ambtshalve,
onbevoegd om van de zaak kennis te nemen. Hetzelfde geldt bij het
ontbreken van staatsrechtelijke rechtsmacht. Heeft een burger een
vordering tegen de overheid bij hem ingesteld, dan is de burgerlijke
rechter in beginsel bevoegd, maar toch zal hij de vordering niet-
ontvankelijk verklaren als ter zake een bestuursrechtelijke
rechtsgang openstaat.
- Is het geding voor een absoluut onbevoegde rechter aanhangig
gemaakt, dan zal deze zich ambtshalve onbevoegd moeten
verklaren (art. 72 Rv).
Verwijzing na onbevoegd verklaring → Met een onbevoegd verklaring is
het geding niet zonder meer geëindigd. Is namelijk de rechter die zich
onbevoegd heeft verklaard van oordeel dat de zaak bij een andere gewone
(Nederlandse) rechter had moeten worden aangebracht, dan dient hij de
zaak naar deze rechter te verwijzen (art. 73, 110 lid 2 en art. 221 Rv). De
procedure wordt bij die andere rechter voortgezet in de stand waarin zij

,zich bevindt, zodat de inmiddels verrichtte proceshandelingen hun waarde
behouden.

- Wanneer gedagvaard is voor een rechter die volgens de bepalingen
van de relatieve bevoegdheid onbevoegd is van het geschil
kennis te nemen, zal de rechter zich in het algemeen niet
ambtshalve onbevoegd mogen verklaren maar alleen als door de
gedaagde tijdig op de onbevoegdheid beroep is gedaan (art. 110 lid
1 Rv).

- Wel/geen kantonzaak (sectorale bevoegdheid): Wordt nu in een
zaak die door de kantonrechter zou moeten worden behandeld,
gedagvaard voor de afdeling civiel - of omgekeerd - dan is geen
sprake van onbevoegdheid (de kantonrechter maakt immers deel uit
van de rechtbank), maar zal aan de orde kunnen komen of de zaak
intern moet worden verwezen (art. 71 Rv). Zij vindt plaats op
verlangen van een van de partijen of ambtshalve.

5. Stel dat een ex-werknemer een vordering instelt tegen zijn
ex-werkgever tot betaling van achterstallig loon, in totaal €
40.000,-. Welke rechter is dan bevoegd?
Absolute competentie, Art. 42 Wet RO: rechtbank.
Sectorale bevoegdheid: Aardvorderingen: de inhoud van de
rechtsbetrekking die in het geschil aan de orde is staat centraal (Art. 93
onder c Rv: ‘telkens ongeacht het beloop of de waarde van de vordering’,
ook als de vordering meer bedraagt als 25.000 euro!)  Kantonrechter
= bevoegd: Arbeidsovereenkomst: in deze casus het geval dus de
kantonrechter is bevoegd.
Relatieve bevoegdheid: art. 99 Rv. Medebevoegd? De rechter van de
plaats waar de werknemer woont: art. 100 Rv.

Werkgroep 2

1. Aan welke vereisten moet een inleidend processtuk
(dagvaarding of verzoekschrift) voldoen? Zorg ervoor dat je
in ieder geval de volgende subvragen kunt beantwoorden:
- Welke informatie moet in de dagvaarding/het verzoekschrift
worden opgenomen?
Dagvaardingsprocedure/ eigenlijke rechtsspraak (art. 111 Rv →
Titel 2): De dagvaardingsprocedure vangt meestal aan met een
dagvaarding. De dagvaarding wordt door een deurwaarder uitgebracht
aan de gedaagde (art. 45-66 Rv; algemene afdeling). Vermelding van de
namen van partijen, eventuele gemachtigden of advocaten,
woonplaatskeuze van de eiser, en gegevens van de deurwaarder (art. 45
lid 3 Rv en art. 111 lid 2 Rv). De dagvaarding moet de rechter en het adres
van de zittingsplaats en de roldatum bevatten (art. 111 lid 2 onder e en f
Rv).

, Verzoekschriftprocedure/ oneigenlijke rechtsspraak (art. 287 Rv →
Titel
3): De verzoekschrift- of rekestprocedure wordt ingeleid met een
schriftelijk verzoek, ingediend bij de griffie van de bevoegde rechterlijke
instantie. Het verzoekschrift moet alle noodzakelijke gegevens van de
verzoeker bevatten, een omschrijving van het verzoek en de gronden
waarop het rust (art. 278 lid 1 Rv). Met een verzoekschrift worden ingeleid
de zaken ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit (art. 261 lid 2 Rv).

Materieel recht bepaalt de inhoudelijke rechten en plichten van
personen, zoals eigendomsrechten, contractuele verplichtingen of het
recht op schadevergoeding. Het gaat om wat je wel of niet mag, moet of
kunt eisen in het dagelijks leven.
Formeel recht (procesrecht) regelt hoe je deze rechten kunt afdwingen
bij de rechter. Het omvat de procedures, termijnen en stappen die je moet
volgen om een geschil op te lossen of een recht te beschermen.

- Wat vermeldt het inleidende processtuk over de
vordering/het verzoek en de onderbouwing van de
vordering/het verzoek?
Dagvaarding is opgebouwd in:
1. De kop: Dit is het gedeelte waarin gegevens betreffende de partijen
worden vermeld, bijvoorbeeld de naam van de eiser, de gedaagde,
en de gemachtigde of advocaat (art. 111 lid 2 onder e Rv: geen
nietigheid van de dagvaarding als er een verkeerde rechter wordt
aangewezen).
2. Fundamentum petendi: Dit zijn de gronden voor de eis, oftewel de
rechtsfeiten waarop de eiser zijn eis baseert (de stelplicht en
motiveringsplicht). Dit is de motivatie waarom de eiser vindt dat zijn
eis gegrond is.
3. Petitum: Dit is de eis zelf, wat de eiser wil dat de rechter beslist
(bijvoorbeeld veroordeling tot betaling van een bedrag).
Een dagvaarding (Petitum) is de door een deurwaarder uitgebrachte tot
de tegenpartij gerichte oproep om op een bepaalde dag voor de rechter te
verschijnen met een omschrijving van de eis en de gronden daarvan. De
dagvaarding moet duidelijk de eis en de gronden daarvoor bevatten, zodat
de gedaagde weet waartegen hij zich moet verweren (art. 111 lid 2 onder
d en art. 85 lid 1 Rv). Worden al tegenwerpingen door de gedaagde
genoemd, dan moeten deze ook in de dagvaarding worden opgenomen
(substantiëringsplicht) (art. 111 lid 3 Rv). Vaak worden samen met de
hoofdvordering nevenvorderingen gesteld.

In de verzoekschriftprocedure wordt na ontvangst vastgesteld wanneer het
verzoek ter zitting zal worden behandeld. Het inleidende processtuk moet
de feiten en juridische gronden vermelden waarop de vordering is
gebaseerd. Dit noemt men ook wel het fundamentum petendi  de
rechtsfeiten en omstandigheden die de eiser/verzoeker stelt en waarop het
recht tot vorderen steunt. De eiser/verzoeker moet voldoende feiten
stellen om zijn vordering te kunnen onderbouwen (art. 111 lid 2 onder d en

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
21 juni 2026
Aantal pagina's
63
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€10,76
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
De Complete Gids voor Tentamensucces: Leerdoelen, Hoorcolleges & Werkgroepopdrachten Burgerlijk Procesrecht
-
4 2026
€ 18,99 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
EURLM01 Erasmus Universiteit Rotterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
58
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
5
Documenten
50
Laatst verkocht
4 dagen geleden

3,4

9 beoordelingen

5
2
4
3
3
2
2
1
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen