Inhoudsopgave
KBIO – Kennis Biodiversiteit............................................................................1
Leeruitkomsten............................................................................................................... 2
Studiebelasting & opzet.................................................................................................. 2
Werkcolleges................................................................................................. 3
WC/01 – Het begin.......................................................................................................... 3
WC/02 – Evolutie............................................................................................................. 6
WC/03 – Fylogenie.......................................................................................................... 9
WC/04 – Planten............................................................................................................ 10
WC/05 – Dierenrijk........................................................................................................ 12
WC/06 – Het totaal........................................................................................................ 15
WC/07 – Biodiversiteit & ecosysteemdiensten..............................................................18
Elearning: Ecosysteemdiensten.................................................................................18
Elearning: Biodiversiteitsonderzoek..........................................................................19
KCBI – Crashcourse.......................................................................................20
Deel 1 – evolutie........................................................................................................... 20
Deel 2 – specifieke evolutie..........................................................................................22
,Leeruitkomsten
1. De student kan de (evolutionaire) verwantschap van organismen
weergeven in fylogenetische bomen.
2. De student kan uitleggen wat evolutie inhoudt en mechanismen van
evolutie beschrijven en toepassen om veranderingen in biologische
systemen te verklaren.
Studiebelasting & opzet
Les Onderwerp
WC/01 Kick-off - Het begin
WC/02 Evolutie
WC/03 Fylogenie
WC/04 Planten
WC/05 Dierenrijk
WC/06 Het totaal
WC/07 Biodiversiteit en ecosystemen
WC/08 Oefentoets
Crashcourse KBIO
, Werkcolleges
WC/01 – Het begin
Lesdoelen
Je kunt de overeenkomsten en verschillen tussen cellen verklaren
aan de hand van de evolutie.
Je kunt organellen en hun functie vergelijken in eubacteria, archaea
en eukarya in de context van de evolutionaire geschiedenis.
Je kunt de endosymbiose theorie uitleggen en in relatie brengen met
het ontstaan van eukaryoten en fotosynthetiserende organismen.
Je kunt de taxonomische groepen van organismen beschrijven.
Je kunt de drie domeinen van de fylogenetische boom van het leven
en een unieke eigenschap van elk domein benoemen.
Macro-evolutie = de grote lijnen in evolutie: hoe soorten zich vormen,
diversifiëren, uitsterven en nieuwe niches veroveren over enorme
tijdsschalen.
Condities op vroege Aarde
Leven op Aarde kon alleen ontstaan omdat de
omstandigheden op de vroege Aarde geschikt waren
voor het ontstaan van eenvoudige moleculen en
uiteindelijk cellen.
4 fases van de oorsprong van leven:
1. Synthese van kleine organische moleculen:
aminozuren en stikstofbasen.
2. Vorming van macromoleculen: kleine
moleculen konden spontaan polymeriseren.
3. Vorming van protocellen: kleine druppeltjes
membraan-achtige structuren konden de
omgeving scheiden van de binnenkant.
4. Ontstaan van zelf-replicerende moleculen:
RNA waarschijnlijk eerste genetische
molecuul.
De OER atmosfeer bestond voornamelijk uit N2 en
CO2. Daarnaast was er ook zeer waarschijnlijk H2,
NO2, CH4 en NH3 aanwezig in de atmosfeer. O2
ontstond veel later als bijproduct van fotosynthese.
Miller-Urey experiment
Het belangrijkste resultaat uit het experiment is dat er uit eenvoudige
gassen aminozuren gevormd kunnen worden. Tijdens het experiment werd
een elektrische ontlading gebruikt om als energiebron chemische reacties
te stimuleren.