Verlieskunde toetsvragen
1. Welke beroepsgroepen hebben te maken met mensen die verlies ondervinden:
Uitvaartleider, maatschappelijk werker, ambulance hulpverlener.
2. Onmacht bij beroepskracht komt in verliescasussen tot stand door: Onmachtinfectie
3. secundaire victimisatie word uitgelegd als: Onnodig en onbedoeld opstapelen van leed-
op-leed
4. Blinde vlekken betreffen een: Gedragsgebied dat bij mezelf niet bekend is maar bij
anderen wel
5. naast vermijden, zich distantieren, redden wordt als victimisatiepatroon beschreven:
Hersenspoelen en aanklagen
6. de defenitie van verlies is:
Kwijtraken van houvast en kwijtraken van 1 of meer veelbetekenende elementen uit je
bestaan
7. Welk voorbeeld is geen overgangsverlies: Overlijden van je kind
8. Kenmerkend voor de overgangsperiode volgens Levinson: Structuurveranderende
perioden
9. Viorst doelt met noodzakelijk verlies op: Verlies als basis van groei
10. Incidentele verliezen ziijn: Verliezen die los staan van de levenscyclus
11.Taxonomie van verlies bestaat uit:
Tastbaar-onzichtbaar verlies
Oud-actueel- toekomst verlies
Geanticipeerd-acuut verlies
Overgang-incidenteel verlies
Bovenstaande opsomming van verliezen mist:
Partieel-meervoudig verlies
Primair-secundair verlies
12. Stress-full-life-event onderzoek is onderzoek naar de mate van stress van:
Levensgebeurtenissen
13. Onder werkelijkheid van de eerste orde, tweede orde, derde orde word achtereenvolgens
verstaan:1. Feiten 2. Betekenissen 3. Bestaansontwerp
14. Onder existentiele vacuüm wordt verstaan: Het wegvallen van betekenissen
15. Op persoonlijk niveau van verlies kan invloed hebben: Kontrole, Eigenwaarde,
Rechtvaardigheidsgevoel
,16. de 3 a’s staan voor: Accomoderen, afscheid nemen, afweren
17. marchanderen is: Vorm van uitstel van het verlies
18. De functie van dissociëren is: Directe verdediging tegen schokkende verliezen
19. Als het ontladen van pijn geblokkeerd is dan:
- kan genieten van het leven geblokkeerd raken
- kunnen gedrag en gevoelspatronen ontstaan die als een muur werken o m de wereld
buiten te kunnen sluiten
20. Prikkels die latere oplevingreacties losmaken zijn: Lineaire prikkels
21. Compassionele friends geven als tip voor latere oplevingreacties op speciale dagen:
- maak een lijst van zaken die je die dag wilt doen en verdiep je in je geloof als je gelovig
bent
22. Nuldimensie, het zoeken naar en geven van betekenis aan het verlies geeft:
- een schijn van houvast
- subjectieve vorm van houvast
23. Het construeren van een afgerond verhaal van de verliesgebeurtenis is het zoeken naar:
-een samenhangend geheel van verklaringen rond verlies
- Een nieuw hoofdstuk toevoegen aan de eigen levensboek
24. Een goed voorbeeld van een systemische vraag is: Hoe is ieder betrokken?
25. Een kind overlijd in een gezin van 4 personen. Hoeveel dyades blijven erover volgens de
wet van gezinsinteractie van Bossard na overlijden?: 3 dyades
26. steungedragingen: het geven van adviezen
27. familieperspectief: drie tot vier generatie
28. onzichtbare loyaliteit: onzichtbare trouw van bloedverwant
29. c
traumatisering achtereenvolgen: projectie, pressie, verinnerlijkende van projectie.
30. een gedicht: overdracht in verticale lijn
31. d
tweede generatie bij oorlog. Zowel a, b als c juist
32. c?
ordening in de gezinschaos: a,b zijn juist
33. c?
oriëntatie op nieuwe relaties: a en b zijn juist
, 34. c?
uitspraak: a en b zijn juist
35. De functie van traditionele rituelen: ordening en kanalisering
36. d
grondpatroon Lewin: unfreezing, moving, refreezing
37. rituelen: afscheidsrituelen, herenigingrituelen
38. theodiciteit = religietroostende verklaring geeft voor menselijk lijden.
39. pornografie = sensationele aandacht voor verlies.
40. schokkende verlies: een combinatie van a en b
41. kenmerkend voor cliëntgericht; congruentie
42. d
onder woorden brengen: a, b, c zijn juist
43. heretiketteren = het brengen van andere kijk naast de bestaande kijk.
44. therapeutische aanraking: bewust stimulerende zonder fysieke aanraking
45. hoort niet bij confrontatiemethoden: het aannemen van judohouding
46. De S van SCHOON staat voor: Signaalgevoeligheid
47. De C van SCHOON staat voor: Creatieve zoekhouding naar gepaste vorm van steun
48. De H van SCHOON staat voor: Herkennen van psychologische aardbeving
49. c
De O van SCHOON staat voor: Onderkennen van omgevingsinvloeden en voor
Onderkennen van eigen kwetsbaarheid
50. De N van SCHOON staat voor: Normaliseren verlies, uitingen, complicaties
51. c
Uitvoeringsfasen van een slechtnieuws gesprek zijn evaluatie van de werkwijze
52. b
Signalen van kinderen na een verlieservaring is verdrietig en ongelukkig
53. d
Taken voor de verliesbegeleiding van kinderen is open communicatie, concrete
voorbereiding op kindniveau, verband leggen tussen gedragsverandering en
verlieservaring.
1. Welke beroepsgroepen hebben te maken met mensen die verlies ondervinden:
Uitvaartleider, maatschappelijk werker, ambulance hulpverlener.
2. Onmacht bij beroepskracht komt in verliescasussen tot stand door: Onmachtinfectie
3. secundaire victimisatie word uitgelegd als: Onnodig en onbedoeld opstapelen van leed-
op-leed
4. Blinde vlekken betreffen een: Gedragsgebied dat bij mezelf niet bekend is maar bij
anderen wel
5. naast vermijden, zich distantieren, redden wordt als victimisatiepatroon beschreven:
Hersenspoelen en aanklagen
6. de defenitie van verlies is:
Kwijtraken van houvast en kwijtraken van 1 of meer veelbetekenende elementen uit je
bestaan
7. Welk voorbeeld is geen overgangsverlies: Overlijden van je kind
8. Kenmerkend voor de overgangsperiode volgens Levinson: Structuurveranderende
perioden
9. Viorst doelt met noodzakelijk verlies op: Verlies als basis van groei
10. Incidentele verliezen ziijn: Verliezen die los staan van de levenscyclus
11.Taxonomie van verlies bestaat uit:
Tastbaar-onzichtbaar verlies
Oud-actueel- toekomst verlies
Geanticipeerd-acuut verlies
Overgang-incidenteel verlies
Bovenstaande opsomming van verliezen mist:
Partieel-meervoudig verlies
Primair-secundair verlies
12. Stress-full-life-event onderzoek is onderzoek naar de mate van stress van:
Levensgebeurtenissen
13. Onder werkelijkheid van de eerste orde, tweede orde, derde orde word achtereenvolgens
verstaan:1. Feiten 2. Betekenissen 3. Bestaansontwerp
14. Onder existentiele vacuüm wordt verstaan: Het wegvallen van betekenissen
15. Op persoonlijk niveau van verlies kan invloed hebben: Kontrole, Eigenwaarde,
Rechtvaardigheidsgevoel
,16. de 3 a’s staan voor: Accomoderen, afscheid nemen, afweren
17. marchanderen is: Vorm van uitstel van het verlies
18. De functie van dissociëren is: Directe verdediging tegen schokkende verliezen
19. Als het ontladen van pijn geblokkeerd is dan:
- kan genieten van het leven geblokkeerd raken
- kunnen gedrag en gevoelspatronen ontstaan die als een muur werken o m de wereld
buiten te kunnen sluiten
20. Prikkels die latere oplevingreacties losmaken zijn: Lineaire prikkels
21. Compassionele friends geven als tip voor latere oplevingreacties op speciale dagen:
- maak een lijst van zaken die je die dag wilt doen en verdiep je in je geloof als je gelovig
bent
22. Nuldimensie, het zoeken naar en geven van betekenis aan het verlies geeft:
- een schijn van houvast
- subjectieve vorm van houvast
23. Het construeren van een afgerond verhaal van de verliesgebeurtenis is het zoeken naar:
-een samenhangend geheel van verklaringen rond verlies
- Een nieuw hoofdstuk toevoegen aan de eigen levensboek
24. Een goed voorbeeld van een systemische vraag is: Hoe is ieder betrokken?
25. Een kind overlijd in een gezin van 4 personen. Hoeveel dyades blijven erover volgens de
wet van gezinsinteractie van Bossard na overlijden?: 3 dyades
26. steungedragingen: het geven van adviezen
27. familieperspectief: drie tot vier generatie
28. onzichtbare loyaliteit: onzichtbare trouw van bloedverwant
29. c
traumatisering achtereenvolgen: projectie, pressie, verinnerlijkende van projectie.
30. een gedicht: overdracht in verticale lijn
31. d
tweede generatie bij oorlog. Zowel a, b als c juist
32. c?
ordening in de gezinschaos: a,b zijn juist
33. c?
oriëntatie op nieuwe relaties: a en b zijn juist
, 34. c?
uitspraak: a en b zijn juist
35. De functie van traditionele rituelen: ordening en kanalisering
36. d
grondpatroon Lewin: unfreezing, moving, refreezing
37. rituelen: afscheidsrituelen, herenigingrituelen
38. theodiciteit = religietroostende verklaring geeft voor menselijk lijden.
39. pornografie = sensationele aandacht voor verlies.
40. schokkende verlies: een combinatie van a en b
41. kenmerkend voor cliëntgericht; congruentie
42. d
onder woorden brengen: a, b, c zijn juist
43. heretiketteren = het brengen van andere kijk naast de bestaande kijk.
44. therapeutische aanraking: bewust stimulerende zonder fysieke aanraking
45. hoort niet bij confrontatiemethoden: het aannemen van judohouding
46. De S van SCHOON staat voor: Signaalgevoeligheid
47. De C van SCHOON staat voor: Creatieve zoekhouding naar gepaste vorm van steun
48. De H van SCHOON staat voor: Herkennen van psychologische aardbeving
49. c
De O van SCHOON staat voor: Onderkennen van omgevingsinvloeden en voor
Onderkennen van eigen kwetsbaarheid
50. De N van SCHOON staat voor: Normaliseren verlies, uitingen, complicaties
51. c
Uitvoeringsfasen van een slechtnieuws gesprek zijn evaluatie van de werkwijze
52. b
Signalen van kinderen na een verlieservaring is verdrietig en ongelukkig
53. d
Taken voor de verliesbegeleiding van kinderen is open communicatie, concrete
voorbereiding op kindniveau, verband leggen tussen gedragsverandering en
verlieservaring.