Ontrekkingssyndroom: groep symptomen die zich voordoen wanneer een afhankelijk persoon na
zwaar, langdurig gebruik van een bepaalde stof plotseling stopt met gebruiken
Geconditioneerde respons: In de klassieke conditionering een geleerde respons op een voorheen
neutrale stimulus
Basale ganglia: cluster van neuronen tussen de thalamus en het cerebrum, dat betrokken is bij de
coördintatie van motorische (bewegings-)processen
Psychoanalytische theorie: Freuds theoretische model van onze persoonlijkheid, ook wel
psychoanalyse genoemd.
Verslaving: patroon van herhaald gebruik dat schadelijke gevolgen heeft
Objectrelatietheorie: psychodynamische visie die de nadruk legt op de invloeden van
geïnternaliseerde representaties van de persoonlijkheden van de ouders en andere mensen aan wie
het kind zich sterk heeft gehecht ( de objecten).
Histrionische-persoonlijkheidsstoornis: een persoonlijkheidsstoornis die wordt gekenmerkt door
een overmatige behoefte aan aandacht, lof, geruststelling en goedkeuring.
Antipsychotische medicijnen: medicijnen die worden gebruikt in de behandeling van schizofrenie en
andere psychotische stoornissen
Tegenoverdracht: de overdracht van gevoelens of attitudes van de analyticus over andere mensen in
zijn leven naar de cliënt
Stemmingsstoornissen: psychische stoornissen die door een verstoorde stemming worden
gekenmerkt
Sociaalcognitieve leertheorie: op leren gebaseerde theorie die de nadruk legt op leren door
observatie en die ervan uitgaat dat gedrag zowel door situationele als door cognitieve variabelen
wordt bepaald
Neurotransmitter: chemische stof die neurale boodschappen van het ene neuron naar het andere
vervoert.
Emotie: (1) intens, (2) overheersend gevoel van korte duur, (3) te maken met specifieke ervaring.
Bijv. boos, bang, blij, bedroefd, schuldig, eenzaam. (denk aan sporters die winnen) Korte momenten
waarna de emoties afnemen. Max. een dag.
Stemming: (1) gemoedstoestand, (2) van zekere duur, (3) niet betrekking op de specifieke situatie.
Bijv. opgewektheid, neerslachtigheid. (denk aan: Ems) Duur ongeveer een paar weken, gemiddeld
dan.
Verschil emotie en stemming: een stemming is niet gevuld met één gevoel maar met meerdere en
gaat over een algemene toestand en niet over één specifiek moment. Een emotie wel.
Depri: betekent dat je een depressieve stemming hebt.
Stemmingsstoornis: psychische stoornissen die door een verstoorde stemming worden gekenmerkt.
Als deze stemming ongewoon ernstig of langdurig verstoord is, is er pas sprake van een stoornis.
Hierdoor kan iemand niet meer normaal functioneren: het beïnvloed dus je dagelijkse bezigheden!