College 6 mei 2014
Ethiek is een wijsgerige discipline die de moraal bestudeert. De centrale vraagstelling hierbij is: Wat
is het ‘goede’ om te doen?
Moraal: geheel van morele normen en waarden dat door een individu of binnen een groep,
instelling of cultuur als een belangrijke richtlijn voor het eigen handelen wordt beschouwd.
Waarde: belangrijke nastrevenswaardige eigenschappen, ervaringen of principes. Mening hierover is
tussen mensen vaak hetzelfde.
Norm: Concrete gedragsregel of handelingsvoorschrift, aanwijzingen en criteria voor ons handelen
(bv. Het wetboek, de universele verklaring van de rechten van de mens). Een norm geeft aan hoe
belangrijk een mens een bepaalde waarde vindt, dit verschilt dus tussen mensen.
Er zijn verschillende toepassingsgebieden voor moraal en normen en waarden:
- Persoonlijk moraal: over je eigen relaties (vrienden, familie etc.), hoe je hiermee
omgaat.
o Een norm kan zijn: ‘je mag je vrienden niet laten vallen’.
o Waarden: betrouwbaarheid, loyaliteit, eerlijkheid
o Dit is individueel verschillend
- Professioneel moraal: gaat over beroepscodes
o Norm: je moet proefdieren goed huisvesten
o Waarde: respect voor eigenwaarde van dieren
o Toepassingsbereik: uitwisselbaar tussen verschillende professionals
- Bedrijfsmoraal: gedragscodes die het bedrijf jou oplegt, bedrijfsnormen
• norm: ‚wij doen alleen zaken met gecertificeerde leveranciers’
• waarde: eerlijkheid
• toepassingsbereik: iedereen binnen een organisatie/bedrijf
- Publieke moraal: moraal die een staat vastlegt
• Publieke normen: de Wet + de gewoonte
• norm: niet discrimineren
• waarde: gelijkheid
• Toepassingsbereik: alle burgers/inwoners
,Deze moralen zijn dynamisch en altijd in ontwikkeling
Wanneer heb je een moreel probleem?
Een moreel begint bij je eigen morele intuïtie, deze is bevoorrecht/gekleurd/subjectief.
Hierom moet je kritisch zijn op je eigen intuïtieve morele handelen.
Een moreel probleem kan ontstaan door:
• Botsende normen (tussen relationele normen, bedrijfsnormen, publieke normen en
professionele normen)
• verschuivende waarden (bv. het toestaan van het homohuwelijk. Eerst was dit echt niet
mogelijk, nu staan steeds meer staten het toe)
• (onverwezenlijkte) idealen (je wil een drugsvrije wereld —> maar in de huidige
samenleving zijn er veel drugs, dit levert dus een moreel probleem op)
• Nieuwe kennis of feiten. Deze creëren problemen, maar lossen ze ook op.
Je hebt een moreel probleem als jouw beslissing gevolgen heeft voor de
rechten/belangen/wensen van een ander (iedereen die gevolgen ondervindt van de
beslissing die genomen wordt in het probleem. Dus ook indirect betrokkenen).
Moreel problematisch is niet hetzelfde als moreel verwerpelijk!
Is het morele oordeel subjectief?
• Relativisme: morele oordelen zijn subjectief
- kritiek: Er is dan geen redelijke basis om de jodenvervolging immoreel te achten
• Kant: moraal/ moreel oordeel is objectief
- kritiek: de Redelijke Mens zal overal ter wereld vinden dat je zieken moet
verzorgen, ouderen moet respecteren, niet moet doden etc. Er zijn dus
bepaalde universele regels.
• Moreel oordeel is INTERsubjectief (Habermas?):
- je kunt het bespreken met anderen
- sommige redelijke argumenten zijn niet met andere redelijke argumenten te
weerleggen (jodenvervolging is slecht)
- Er bestaan conventies (zaken waarop je als mens mag vertrouwen dat iedereen
het doet, universele regels).
, Consequentialisme:
- rekening houdend met de gevolgen
- een handeling is goed als de gevolgen van het handelen gerechtvaardigd kunnen
worden (welzijn voor mensen, het algemeen belang, nut)
- utilistische theorie (nutsdenken): zo groot mogelijke wensenbevrediging voor
iedereen
Deontologie:
- gehoorzaamd aan de principes, de beginsels
- heiligt niet de middelen waarmee iets bereikt wordt
- Een handeling is goed als deze bepaalde principes gehoorzaamt (respect voor de
eigenwaarde van dieren)
Meeste mensen gebruiken beide vormen van moreel handelen
Ethiek is een wijsgerige discipline die de moraal bestudeert. De centrale vraagstelling hierbij is: Wat
is het ‘goede’ om te doen?
Moraal: geheel van morele normen en waarden dat door een individu of binnen een groep,
instelling of cultuur als een belangrijke richtlijn voor het eigen handelen wordt beschouwd.
Waarde: belangrijke nastrevenswaardige eigenschappen, ervaringen of principes. Mening hierover is
tussen mensen vaak hetzelfde.
Norm: Concrete gedragsregel of handelingsvoorschrift, aanwijzingen en criteria voor ons handelen
(bv. Het wetboek, de universele verklaring van de rechten van de mens). Een norm geeft aan hoe
belangrijk een mens een bepaalde waarde vindt, dit verschilt dus tussen mensen.
Er zijn verschillende toepassingsgebieden voor moraal en normen en waarden:
- Persoonlijk moraal: over je eigen relaties (vrienden, familie etc.), hoe je hiermee
omgaat.
o Een norm kan zijn: ‘je mag je vrienden niet laten vallen’.
o Waarden: betrouwbaarheid, loyaliteit, eerlijkheid
o Dit is individueel verschillend
- Professioneel moraal: gaat over beroepscodes
o Norm: je moet proefdieren goed huisvesten
o Waarde: respect voor eigenwaarde van dieren
o Toepassingsbereik: uitwisselbaar tussen verschillende professionals
- Bedrijfsmoraal: gedragscodes die het bedrijf jou oplegt, bedrijfsnormen
• norm: ‚wij doen alleen zaken met gecertificeerde leveranciers’
• waarde: eerlijkheid
• toepassingsbereik: iedereen binnen een organisatie/bedrijf
- Publieke moraal: moraal die een staat vastlegt
• Publieke normen: de Wet + de gewoonte
• norm: niet discrimineren
• waarde: gelijkheid
• Toepassingsbereik: alle burgers/inwoners
,Deze moralen zijn dynamisch en altijd in ontwikkeling
Wanneer heb je een moreel probleem?
Een moreel begint bij je eigen morele intuïtie, deze is bevoorrecht/gekleurd/subjectief.
Hierom moet je kritisch zijn op je eigen intuïtieve morele handelen.
Een moreel probleem kan ontstaan door:
• Botsende normen (tussen relationele normen, bedrijfsnormen, publieke normen en
professionele normen)
• verschuivende waarden (bv. het toestaan van het homohuwelijk. Eerst was dit echt niet
mogelijk, nu staan steeds meer staten het toe)
• (onverwezenlijkte) idealen (je wil een drugsvrije wereld —> maar in de huidige
samenleving zijn er veel drugs, dit levert dus een moreel probleem op)
• Nieuwe kennis of feiten. Deze creëren problemen, maar lossen ze ook op.
Je hebt een moreel probleem als jouw beslissing gevolgen heeft voor de
rechten/belangen/wensen van een ander (iedereen die gevolgen ondervindt van de
beslissing die genomen wordt in het probleem. Dus ook indirect betrokkenen).
Moreel problematisch is niet hetzelfde als moreel verwerpelijk!
Is het morele oordeel subjectief?
• Relativisme: morele oordelen zijn subjectief
- kritiek: Er is dan geen redelijke basis om de jodenvervolging immoreel te achten
• Kant: moraal/ moreel oordeel is objectief
- kritiek: de Redelijke Mens zal overal ter wereld vinden dat je zieken moet
verzorgen, ouderen moet respecteren, niet moet doden etc. Er zijn dus
bepaalde universele regels.
• Moreel oordeel is INTERsubjectief (Habermas?):
- je kunt het bespreken met anderen
- sommige redelijke argumenten zijn niet met andere redelijke argumenten te
weerleggen (jodenvervolging is slecht)
- Er bestaan conventies (zaken waarop je als mens mag vertrouwen dat iedereen
het doet, universele regels).
, Consequentialisme:
- rekening houdend met de gevolgen
- een handeling is goed als de gevolgen van het handelen gerechtvaardigd kunnen
worden (welzijn voor mensen, het algemeen belang, nut)
- utilistische theorie (nutsdenken): zo groot mogelijke wensenbevrediging voor
iedereen
Deontologie:
- gehoorzaamd aan de principes, de beginsels
- heiligt niet de middelen waarmee iets bereikt wordt
- Een handeling is goed als deze bepaalde principes gehoorzaamt (respect voor de
eigenwaarde van dieren)
Meeste mensen gebruiken beide vormen van moreel handelen