GLV3 Alle lessen
Bijeenkomst 1 Kennismaking
Theorie: 3 posities (Berg, B. v.d., p. 120)
- Exclusivisme
- alleen de eigen godsdienst is waar.
- To teach in
- Inclusivisme
- Alleen de eigen godsdienst is waar, maar ook in andere godsdiensten kunnen mensen iets
van god ervaren.
- To teach about.
- Pluralisme
- Eigen godsdienst is 'relatief', andere godsdiensten kunnen net zo goed waar zijn.
- Kernwoord is zoektocht
- To teach from
Ninian Smart
- Schotse godsdienstwetenschapper, 1927-2001
- 7 dimensies die gemeenschappelijk zijn (ondanks alle variëteit)
- Rituelen
- Ervaringen
- Verhalen
- Opvattingen
- Waarden en normen
- Sociale verbanden
- Beelden/materie
Emile Durkheim
- Franse socioloog
- Godsdienst = psychisch en sociaal
- Mensen hebben vergelijkbare levensvragen en gaan samen op zoek naar een antwoord.
- Volgens Durkheim komt het antwoord van 'beneden'. (Ze maken het zelf. Zodra een groep
samen leeft, ontstaat er vanzelf een religie.)
- Vertellingen verwoord in verhalen --> rituelen en gebruiken --> leer/theologie --> godsdienst
heeft een vast omlijnd karakter
IDema over godsdienstonderwijs
- Godsdienstonderwijs: wat houdt een ander ten diepste bezig (paar leuke weetjes)
- Gaat niet meteen over de waarheid, maar informeert, is ook taak van de school.
- Kinderen leren om over grenzen te
Idema:
1. Godsdienst = religie. (van religare = vasthouden) Gaat om het verbinden. Mensen voelen zich
verbonden met een god/goden, met het zichtbare en het onzichtbare.
,Bijeenkomst 2 Het Jodendom
Opening: Abraham
Verhaal Abram (aartsvader = belangrijkste personen van het geloof, hebben het geloof
opgericht) = begin geschiedenis Jodendom
Het wegtrekken van / je onderscheiden van andere volken = thema in Tenach (= O.T.)
God sluit verbond met Abram – geeft hem nieuwe naam = Abraham: A laat zich besnijden
Verhaal Abraham = we zijn één volk, verlangen naar een eigen plek om te wonen: beloofde
land
Abraham en Sara krijgen op hoge leeftijd Isaäk, de vader van Jakob = stamvader Joden
Wat laat dit verhaal zien van het Jodendom?
Joodse mensen zien zichzelf als nakomelingen van Abraham = nageslacht dat aan
Abraham beloofd werd
Geloof in één God
Verbond van God met Joodse volk (besnijdenis als teken. Bewijs van: “ik zal nooit in een
andere God geloven)
Verlangen naar beloofde land
Betekenis „Jood‟
2. Afkomstig van de naam Juda = vierde zoon van aartsvader Jakob (ander woord voor Jakob =
Israël)
3. Lid van de stam van Juda
4. Juda stam met belangrijke nakomelingen als David en Jeruzalem+tempel behoorde tot het
gebied van de stam Juda.
Jood ben je als je moeder Jodin is (of je wordt Jood door bekering) = matriarchaat
Joodse identiteit
5. Ingewikkeld: niet alleen een godsdienst maar een alles omvattende manier van leven
6. Nederlandse Joden:
- Joodse cultuur en traditie
- Relatie tot Israël
- Sjoa (Holocaust, jodenvervolging)
- Relatie tot Nl.cultuur en traditie
- Pers. ervaringen en levensgeschiedenis
Wat geloven Joden?
Deut. 6:4: ישראל שמע
Hoor Israël, de HEER is onze God, de HEER is één (of: de enige). Je moet houden van de HEER
God met heel je hart, heel je ziel en heel je vermogen. en Je zult deze woorden schrijven op de
deurposten van je huis en aan de poorten van je steden.
7. Er is maar 1 God
8. De vraag is belangrijker dan het antwoord, handelen belangrijker dan geloof- zo gingen rabbi‟s
(= een Joodse geleerde die een expert is op het gebied van de halacha, de joodse wet. Letterlijk
= leraar) met elkaar in gesprek, ook te zien in verhalen over Jezus.
De wet De wereld heiligen door volgens de wet te leven
9. De tien geboden
10. Een voorschrift/gebod in de Torah noemen we een Mitswa.
11. Er zijn 613 mitswot. (300 nu nog)
, 12. Halacha (= de Joodse wet)
- Totaal van goddelijke en rabbijnse wetgeving die gefundeerd is in de Thora en opgetekend in
de Rabbijnse literatuur .
- Woord is afgeleid van lopen, wordt gesuggereerd dat dit de weg is die joden dienen te
begaan.
- Vragen zoals 'waar mag het water voor een ritueel bad vandaan komen?', 'hoe lang moeten
de sjabbat-kaarsen branden?', 'welke activiteiten zijn op sjabbat verboden?'
13. Haggada (het Joodse verhaal)
De wet: Kosjer eten
14. Kosjer betekent geoorloofd
15. Is een mitswa
16. Vlees alleen van zoogdieren die herkauwen en gespleten hoeven hebben
17. Regels voor vissen en volgens
18. Ritueel geslacht
19. Scheiding in de keuken tussen melkkost en vleeskost (niet op 1 bord)
De wet: andere rituelen
Besnijdenis
Bidden
Mezoeza (kokertje bij de deur, moeten ze aanraken
voordat ze het huis binnen gaan.
Bar/Bat Mitswa (Bar Mitswa-zoon van de wet) (Meisje 12: Bat
Mitswa. Jongen 12/13: Bar Mitswa. Omdat ze „volwassen‟
zijn. Mogen diensten bijwonen in de Synagoge)
Tallit=gebedsmantel
Tefillin=gebedsriemen
Tsiettsiet=kwastjes613 mitswot
Sjema= meest centrale gebed in het ochtend- en avondgebed
Wat geloven Joden? (Orthodoxen en liberalen)
20. 1 God
21. Messias = gezalfde (Elia) (= persoon waar duidelijk `iets van uitging`, die
handelt op basis van een groter gezag)
22. Jeruzalem
23. Verschil orthodoxen-liberalen:
- Leefstijl
- Kleding
- Rol vrouwen
24. Verbond met God
25. Nooit meer in Ballingschap en terugkeer (voor altijd in Israël)
- Ballingschap: gedwongen verblijf in een ander land omdat je in je eigen land niet meer mag
wonen
Dagelijks leven
26. Sabbath (vrijdagavond – zaterdagavond)
27. Synagoge = joodsgebedshuis
28. Rabbijn
29. Keppel: eerbied God
30. Zingen van gebeden: Hebreeuws
31. Thora
32. Tallith = gebedsmantel
Bijeenkomst 1 Kennismaking
Theorie: 3 posities (Berg, B. v.d., p. 120)
- Exclusivisme
- alleen de eigen godsdienst is waar.
- To teach in
- Inclusivisme
- Alleen de eigen godsdienst is waar, maar ook in andere godsdiensten kunnen mensen iets
van god ervaren.
- To teach about.
- Pluralisme
- Eigen godsdienst is 'relatief', andere godsdiensten kunnen net zo goed waar zijn.
- Kernwoord is zoektocht
- To teach from
Ninian Smart
- Schotse godsdienstwetenschapper, 1927-2001
- 7 dimensies die gemeenschappelijk zijn (ondanks alle variëteit)
- Rituelen
- Ervaringen
- Verhalen
- Opvattingen
- Waarden en normen
- Sociale verbanden
- Beelden/materie
Emile Durkheim
- Franse socioloog
- Godsdienst = psychisch en sociaal
- Mensen hebben vergelijkbare levensvragen en gaan samen op zoek naar een antwoord.
- Volgens Durkheim komt het antwoord van 'beneden'. (Ze maken het zelf. Zodra een groep
samen leeft, ontstaat er vanzelf een religie.)
- Vertellingen verwoord in verhalen --> rituelen en gebruiken --> leer/theologie --> godsdienst
heeft een vast omlijnd karakter
IDema over godsdienstonderwijs
- Godsdienstonderwijs: wat houdt een ander ten diepste bezig (paar leuke weetjes)
- Gaat niet meteen over de waarheid, maar informeert, is ook taak van de school.
- Kinderen leren om over grenzen te
Idema:
1. Godsdienst = religie. (van religare = vasthouden) Gaat om het verbinden. Mensen voelen zich
verbonden met een god/goden, met het zichtbare en het onzichtbare.
,Bijeenkomst 2 Het Jodendom
Opening: Abraham
Verhaal Abram (aartsvader = belangrijkste personen van het geloof, hebben het geloof
opgericht) = begin geschiedenis Jodendom
Het wegtrekken van / je onderscheiden van andere volken = thema in Tenach (= O.T.)
God sluit verbond met Abram – geeft hem nieuwe naam = Abraham: A laat zich besnijden
Verhaal Abraham = we zijn één volk, verlangen naar een eigen plek om te wonen: beloofde
land
Abraham en Sara krijgen op hoge leeftijd Isaäk, de vader van Jakob = stamvader Joden
Wat laat dit verhaal zien van het Jodendom?
Joodse mensen zien zichzelf als nakomelingen van Abraham = nageslacht dat aan
Abraham beloofd werd
Geloof in één God
Verbond van God met Joodse volk (besnijdenis als teken. Bewijs van: “ik zal nooit in een
andere God geloven)
Verlangen naar beloofde land
Betekenis „Jood‟
2. Afkomstig van de naam Juda = vierde zoon van aartsvader Jakob (ander woord voor Jakob =
Israël)
3. Lid van de stam van Juda
4. Juda stam met belangrijke nakomelingen als David en Jeruzalem+tempel behoorde tot het
gebied van de stam Juda.
Jood ben je als je moeder Jodin is (of je wordt Jood door bekering) = matriarchaat
Joodse identiteit
5. Ingewikkeld: niet alleen een godsdienst maar een alles omvattende manier van leven
6. Nederlandse Joden:
- Joodse cultuur en traditie
- Relatie tot Israël
- Sjoa (Holocaust, jodenvervolging)
- Relatie tot Nl.cultuur en traditie
- Pers. ervaringen en levensgeschiedenis
Wat geloven Joden?
Deut. 6:4: ישראל שמע
Hoor Israël, de HEER is onze God, de HEER is één (of: de enige). Je moet houden van de HEER
God met heel je hart, heel je ziel en heel je vermogen. en Je zult deze woorden schrijven op de
deurposten van je huis en aan de poorten van je steden.
7. Er is maar 1 God
8. De vraag is belangrijker dan het antwoord, handelen belangrijker dan geloof- zo gingen rabbi‟s
(= een Joodse geleerde die een expert is op het gebied van de halacha, de joodse wet. Letterlijk
= leraar) met elkaar in gesprek, ook te zien in verhalen over Jezus.
De wet De wereld heiligen door volgens de wet te leven
9. De tien geboden
10. Een voorschrift/gebod in de Torah noemen we een Mitswa.
11. Er zijn 613 mitswot. (300 nu nog)
, 12. Halacha (= de Joodse wet)
- Totaal van goddelijke en rabbijnse wetgeving die gefundeerd is in de Thora en opgetekend in
de Rabbijnse literatuur .
- Woord is afgeleid van lopen, wordt gesuggereerd dat dit de weg is die joden dienen te
begaan.
- Vragen zoals 'waar mag het water voor een ritueel bad vandaan komen?', 'hoe lang moeten
de sjabbat-kaarsen branden?', 'welke activiteiten zijn op sjabbat verboden?'
13. Haggada (het Joodse verhaal)
De wet: Kosjer eten
14. Kosjer betekent geoorloofd
15. Is een mitswa
16. Vlees alleen van zoogdieren die herkauwen en gespleten hoeven hebben
17. Regels voor vissen en volgens
18. Ritueel geslacht
19. Scheiding in de keuken tussen melkkost en vleeskost (niet op 1 bord)
De wet: andere rituelen
Besnijdenis
Bidden
Mezoeza (kokertje bij de deur, moeten ze aanraken
voordat ze het huis binnen gaan.
Bar/Bat Mitswa (Bar Mitswa-zoon van de wet) (Meisje 12: Bat
Mitswa. Jongen 12/13: Bar Mitswa. Omdat ze „volwassen‟
zijn. Mogen diensten bijwonen in de Synagoge)
Tallit=gebedsmantel
Tefillin=gebedsriemen
Tsiettsiet=kwastjes613 mitswot
Sjema= meest centrale gebed in het ochtend- en avondgebed
Wat geloven Joden? (Orthodoxen en liberalen)
20. 1 God
21. Messias = gezalfde (Elia) (= persoon waar duidelijk `iets van uitging`, die
handelt op basis van een groter gezag)
22. Jeruzalem
23. Verschil orthodoxen-liberalen:
- Leefstijl
- Kleding
- Rol vrouwen
24. Verbond met God
25. Nooit meer in Ballingschap en terugkeer (voor altijd in Israël)
- Ballingschap: gedwongen verblijf in een ander land omdat je in je eigen land niet meer mag
wonen
Dagelijks leven
26. Sabbath (vrijdagavond – zaterdagavond)
27. Synagoge = joodsgebedshuis
28. Rabbijn
29. Keppel: eerbied God
30. Zingen van gebeden: Hebreeuws
31. Thora
32. Tallith = gebedsmantel