Staatssoevereiniteit: andere staten kunnen niet bepalen hoe Nederland
zijn regelgeving vormgeeft; de macht ligt bij de nationale overheid.
Soevereiniteit overdragen
Art. 50 VEU procedure. Instemming vereist van: de Europese Raad, de
Raad en het Europees Parlement. Daarnaast moet het nationaal
parlement van de betreffende lidstaat vaak ook instemmen met het
verlaten van de EU en de voorwaarden die daaraan zijn gesteld.
Soevereiniteit onvrijwillig beperkt
De staatssoevereiniteit kan beperkt worden als een land onvrijwillig de
beslissingsbevoegdheid uit handen wordt genomen. Als een staat wordt
binnengevallen door een ander land en dat andere land de macht
overneemt, is de beslissingsbevoegdheid van de aangevallen staat
beperkt.
2 soorten organisaties:
- Gouvernementele organisaties
- Non-gouvernementele organisaties
Gouvernementele organisaties
Een samenwerkingsverband tussen staten. De oprichting gebeurt in een
verdrag. In dat verdrag vermelden de lidstaten de doelstellingen en de
middelen die de organisatie heeft om die doelstellingen te bereiken.
Intergouvernementele organisatie: als lidstaten geen soevereiniteit
afstaan. (voorbeeld: de Internationale Telecommunicatie-unie)
Supranationale organisatie: als lidstaten wel beslissingsbevoegdheid
afstaan. (voorbeeld: de EU)
Een supranationale organisatie staat boven lidstaten, terwijl een
intergouvernementele organisatie een samenwerking is tussen lidstaten.
Non-gouvernementele organisaties
Is onafhankelijk van staten en heeft vaak een ideële doelstelling. Een ngo
hoeft niet internationaal te zijn. Ngo’s publiceren jaarlijks rapporten over
de stand van zaken binnen hun aandachtsgebied. Ze hebben niet dezelfde
status als gouvernementele organisaties, maar worden wel vaak
uitgenodigd om deel te nemen aan internationale vergaderingen. Ngo’s
hebben dan geen stemrecht, maar wek een adviserende rol.
Als startpunt van de EU wordt vaak het Verdrag aangaande de oprichting
van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) genoemd dat
in 1952 tot stand kwam.
2 verdragen in de EU:
- Het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU)
- Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
, - (Handvest van de grondrechten van de EU)
Art. 3 VEU, staan de doelstellingen opgesomd.
In algemene zin is het belangrijk om te onthouden dat de EU 2
instrumenten heeft om de doelstellingen te bewerkstelligen: de EU kan
enerzijds besluiten tot een strategie van negatieve integratie en
anderzijds tot een strategie van positieve integratie.
Negatieve integratie betekent dat de EU overgaat tot het uitvaardigen
van verboden (je mag niet..)
Positieve integratie betekent dat de EU overgaat tot het uitvaardigen
van geboden (je moet..). Het doel van positieve integratie is om de
nationale regelgeving van de lidstaten te uniformeren, of te
harmoniseren, zoals dat in juridische termen heet.
Economische integratie: wanneer lidstaten economisch samenwerken,
zorgt dit ervoor dat de economieën van de lidstaten met elkaar verweven
raken.
Economische en Monetaire Unie (EMU) (doelstelling van de EU). De
EMU valt uiteen in 2 pijlers: het monetair beleid vormt de ene pijler en het
economisch beleid de andere.
Monetair beleid
De Europese Centrale Bank (ECB) is verantwoordelijk voor het monetaire
beleid in de EU. De ECB wordt daarbij geassisteerd door de nationale
banken van de lidstaten. Samen vormen zij het Europees Stelsel van
Centrale Banken (ESCB). Het monetair beleid heeft een supranationaal
karakter.
Wellicht de belangrijkste pijler van de EMU is de gemeenschappelijke
munt.
Beschermen van mensenrechten
Art. 2 VEU.
Uit art. 3 lid 5 VEU blijkt dat de ambitie om fundamentele waarden te
beschermen verder reikt dan de grenzen van de Unie.
De Europese Raad
De Europese Raad sluit de verdragen: de belangrijkste vorm van het
Europees recht. De rechtsbasis voor de samenstelling en taken van de
Europese Raad is te vinden in art. 15 VEU.
Samenstelling
Staatshoofden of regeringsleiders van de
lidstaten hebben zitting in de Europese
Raad, samen met de voorzitter van de
Europese Commissie. De Hoge
Vertegenwoordiger van de Unie voor
Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid is
, een lid van de Europese Commissie, maar als het over buitenlandse zaken
en veiligheid gaat, neemt deze ook deel aan de werkzaamheden van de
Europese Raad. De Hoge Vertegenwoordiger is ook een van de
vicevoorzitters van de Commissie (art. 17 lid 4 VEU).
Taken
2x per jaar bijeenkomen.
De Europese Raad is als enige bevoegd om verdragen op te stellen of te
wijzigen. Daarnaast heeft de Europese Raad als taak beleidsdoelstellingen
voor de toekomst vast te stellen.
Een beslissing in de Europese Raad wordt meestal genomen op basis van
unanimiteit. Dat wil zeggen dat alle lidstaten ermee moeten instemmen.
Ze stellen beleidslijnen vast.
De Europese Commissie
De verdragen worden opgesteld door de Europese Raad, maar de
uitvoering ervan wordt overgelaten aan de Commissie, samen met de
andere instellingen. Art. 17 VEU.
Samenstelling
De Europese Commissie bestaat uit een voorzitter (Ursula von der Leyen)
en commissarissen die ieder een eigen Directoraat-Generaal hebben. Een
Directoraat-Generaal is te vergelijken met een ministerie en de
commissarissen zijn te vergelijken met ministers. De commissaris voor
‘buitenlandse zaken’ wordt de Hoge Vertegenwoordiger genoemd.
De Europese Commissie heeft momenteel uit elke lidstaat een
afgevaardigd lid. Dit betekent dat er net zoveel Directoraten-Generaal als
lidstaten bestaan. Het VEU geeft in art. 17 lid 5 VEU de mogelijkheid om
het aantal commissieleden terug te brengen tot 2/3 van het aantal
lidstaten.
Benoeming van de commissie
Stap 1: kiezen van een nieuwe Commissievoorzitter. De leden van de
Europese Raad dragen met een gekwalificeerde meerderheid van
stemmen een kandidaat voor bij het Europees Parlement.
Stap 2: Europees Parlement stemt bij meerderheid van zijn leden voor of
tegen deze kandidaat.
Stap 3: De overige leden moeten worden benoemd. De commissarissen
worden gekozen op voordracht van de lidstaten, in nauw overleg met de
zojuist benoemde voorzitter.
De procedure staat beschreven in art. 17(7) VEU.
Taken
De Commissie stelt de begroting op en controleert ze of deze wordt
nageleefd. De overige taken worden in 3 categorieën onderverdeeld: de
wetgevende, de controlerende en de uitvoerende taak.
Wetgevende taak
Primair Europees recht: de 3 verdragen: VEU, VWEU, EU Handvest.