Code onderwijseenheid : MAVVS2BE02
Datum en tijdstip : dinsdag 20 december 2011 – 14:30 – 16:30 uur
Hogeschool voor Economische Studies
Fraijlemaborg 133
1102 CV Amsterdam Zuid-Oost
Postbus 22575, 1100 DB Amsterdam Zuid-Oost
Hogeschool van Amsterdam /
Hogeschool voor Economische Studies
TENTAMEN Managementvaardigheden
MAVVS2BE02 (semester 1, blok II) (T2)
Hunsaker: Managementvaardigheden hfdst. 1, 2,3,4,5,6,7,9,10,13,14
Opleidingen : 2BE 2, 4, 6, rest
20 december 2011 (14:30–16:30 uur)
AANWIJZINGEN
Het tentamen bestaat inclusief het voorblad en het antwoordvel uit 12 pagina’s. Controleer of dit
exemplaar compleet is. Zo niet, meld dit aan de surveillant.
Het tentamen bestaat uit: deel I - 25 meerkeuzevragen (2 punten per vraag; totaal 50 punten) en deel II -
5 open vragen (totaal 50 punten).
Vul op zowel het uitgedeelde tentamenpapier als op het antwoordenvel mk-vragen je naam, studentnummer
en groepsnummer en docentcode in.
Beantwoord met pen (geen potlood) de meerkeuzevragen op het antwoordenvel mk-vragen. Beantwoord de
open vragen op het tentamenpapier. Scheur het antwoordenvel los en lever dit ingestoken in het
tentamenpapier in.
Lever deze tentamenopgaven weer in!
Docenten: M.H.L.G. Veltmans (MVE), G.Ceran (CER), K. Duindam (DIC)
,DEEL I: MEERKEUZEVRAGEN
1. Welk antwoord geeft correct de definitie van conceptuele vaardigheden weer?
a. Het vermogen van de manager om zijn positie te verbeteren, een machtbasis op te bouwen en de
juiste contacten te leggen.
b. Het vermogen van de manager om problemen op te lossen zonder in een conflictsituatie terecht
te komen.
c. Het intellectuele vermogen om ingewikkelde situaties te analyseren en te diagnosticeren.
d. Het vermogen om met andere mensen te werken, hen te begrijpen en te motiveren.
2. Welke stap in het communicatieproces gaat vooraf aan het geven van feedback door de
ontvanger van een boodschap aan de verzender van een boodschap?
a. Decoderen van de boodschap
b. Actief luisteren
c. Aanpassen aan de communicatiestijl
d. Verzenden van de boodschap
3. Als een boodschap strijdig is met wat een ontvanger gelooft of verwacht en hij als gevolg
hiervan informatie buitensluit of verdraait zodat deze informatie overeenstemt met zijn
vooropgezette ideeën noemen we dat:
a. Selectief luisteren
b. Wantrouwen
c. Filteren
d. Semantiek
4. Hoe noem je iemand die open en direct is en een assertieve en relatiegerichte manier van
communiceren heeft?
a. Contactenlegger
b. Regisseur
c. Denker
d. Sfeerbewaker
, 5. Welk antwoord geeft de vier verschillende communicatiestijlen aan?
a. Overreden – stellen – inspireren – overbruggen
b. Contactenleggerstijl – regisseursstijl – denkerstijl – sfeerbewakerstijl
c. Open – gesloten – neutraal – direct
d. Motiverend – zorgend – onderzoekend – regisserend
6. Wat is empathie?
a. Het in evenwicht houden van je eigen stemmingen zodat zorgen, ongerustheid, angst en woed je
werk niet in de weg staan.
b. Het vermogen om contacten te leggen met andere mensen en positieve relaties op te bouwen.
c. Het vermogen om je in andermans situatie te kunnen verplaatsen om te herkennen wat anderen
voelen zonder dat ze dat aan jou hoeven te vertellen.
d. Het bewust zijn van wat je voelt en de emoties binnen in je.
7. Één van de vier vensters in het Johari-venster heet onbekend gebied. In dit gebied liggen
onderdrukte angsten en behoeften of heilzaam potentieel waarvan noch de manager, noch de
ondergeschikte zich van bewust is. In hoeverre geeft de manager zich bloot en vraagt de manager
om feedback in dit onbekende gebied?
a. Blootgeven: Hoog Feedback: Hoog
b. Blootgeven: Hoog Feedback: Laag
c. Blootgeven: Laag Feedback: Hoog
d. Blootgeven: Laag Feedback: Laag
8. Welk antwoord geeft de definitie van een burn-out?
a. Uitputting in de vorm van een depressie of geestelijke instorting doordat alle energie om je aan te
passen is verbruikt door de langdure blootstelling aan stress.
b. Een verhoogd cholesterol gehalte en een hoge bloeddruk als gevolg van de langdurige
blootstelling aan stress.
c. De psychologische, emotionele en fysiologische reactie van het lichaam op een eis die als
bedreigend wordt beschouwd voor het welzijn van de persoon.
d. Een emotie die gekenmerkt word door gevoelens als: je niet op je gemak voelen, onrust en
paniek.
Datum en tijdstip : dinsdag 20 december 2011 – 14:30 – 16:30 uur
Hogeschool voor Economische Studies
Fraijlemaborg 133
1102 CV Amsterdam Zuid-Oost
Postbus 22575, 1100 DB Amsterdam Zuid-Oost
Hogeschool van Amsterdam /
Hogeschool voor Economische Studies
TENTAMEN Managementvaardigheden
MAVVS2BE02 (semester 1, blok II) (T2)
Hunsaker: Managementvaardigheden hfdst. 1, 2,3,4,5,6,7,9,10,13,14
Opleidingen : 2BE 2, 4, 6, rest
20 december 2011 (14:30–16:30 uur)
AANWIJZINGEN
Het tentamen bestaat inclusief het voorblad en het antwoordvel uit 12 pagina’s. Controleer of dit
exemplaar compleet is. Zo niet, meld dit aan de surveillant.
Het tentamen bestaat uit: deel I - 25 meerkeuzevragen (2 punten per vraag; totaal 50 punten) en deel II -
5 open vragen (totaal 50 punten).
Vul op zowel het uitgedeelde tentamenpapier als op het antwoordenvel mk-vragen je naam, studentnummer
en groepsnummer en docentcode in.
Beantwoord met pen (geen potlood) de meerkeuzevragen op het antwoordenvel mk-vragen. Beantwoord de
open vragen op het tentamenpapier. Scheur het antwoordenvel los en lever dit ingestoken in het
tentamenpapier in.
Lever deze tentamenopgaven weer in!
Docenten: M.H.L.G. Veltmans (MVE), G.Ceran (CER), K. Duindam (DIC)
,DEEL I: MEERKEUZEVRAGEN
1. Welk antwoord geeft correct de definitie van conceptuele vaardigheden weer?
a. Het vermogen van de manager om zijn positie te verbeteren, een machtbasis op te bouwen en de
juiste contacten te leggen.
b. Het vermogen van de manager om problemen op te lossen zonder in een conflictsituatie terecht
te komen.
c. Het intellectuele vermogen om ingewikkelde situaties te analyseren en te diagnosticeren.
d. Het vermogen om met andere mensen te werken, hen te begrijpen en te motiveren.
2. Welke stap in het communicatieproces gaat vooraf aan het geven van feedback door de
ontvanger van een boodschap aan de verzender van een boodschap?
a. Decoderen van de boodschap
b. Actief luisteren
c. Aanpassen aan de communicatiestijl
d. Verzenden van de boodschap
3. Als een boodschap strijdig is met wat een ontvanger gelooft of verwacht en hij als gevolg
hiervan informatie buitensluit of verdraait zodat deze informatie overeenstemt met zijn
vooropgezette ideeën noemen we dat:
a. Selectief luisteren
b. Wantrouwen
c. Filteren
d. Semantiek
4. Hoe noem je iemand die open en direct is en een assertieve en relatiegerichte manier van
communiceren heeft?
a. Contactenlegger
b. Regisseur
c. Denker
d. Sfeerbewaker
, 5. Welk antwoord geeft de vier verschillende communicatiestijlen aan?
a. Overreden – stellen – inspireren – overbruggen
b. Contactenleggerstijl – regisseursstijl – denkerstijl – sfeerbewakerstijl
c. Open – gesloten – neutraal – direct
d. Motiverend – zorgend – onderzoekend – regisserend
6. Wat is empathie?
a. Het in evenwicht houden van je eigen stemmingen zodat zorgen, ongerustheid, angst en woed je
werk niet in de weg staan.
b. Het vermogen om contacten te leggen met andere mensen en positieve relaties op te bouwen.
c. Het vermogen om je in andermans situatie te kunnen verplaatsen om te herkennen wat anderen
voelen zonder dat ze dat aan jou hoeven te vertellen.
d. Het bewust zijn van wat je voelt en de emoties binnen in je.
7. Één van de vier vensters in het Johari-venster heet onbekend gebied. In dit gebied liggen
onderdrukte angsten en behoeften of heilzaam potentieel waarvan noch de manager, noch de
ondergeschikte zich van bewust is. In hoeverre geeft de manager zich bloot en vraagt de manager
om feedback in dit onbekende gebied?
a. Blootgeven: Hoog Feedback: Hoog
b. Blootgeven: Hoog Feedback: Laag
c. Blootgeven: Laag Feedback: Hoog
d. Blootgeven: Laag Feedback: Laag
8. Welk antwoord geeft de definitie van een burn-out?
a. Uitputting in de vorm van een depressie of geestelijke instorting doordat alle energie om je aan te
passen is verbruikt door de langdure blootstelling aan stress.
b. Een verhoogd cholesterol gehalte en een hoge bloeddruk als gevolg van de langdurige
blootstelling aan stress.
c. De psychologische, emotionele en fysiologische reactie van het lichaam op een eis die als
bedreigend wordt beschouwd voor het welzijn van de persoon.
d. Een emotie die gekenmerkt word door gevoelens als: je niet op je gemak voelen, onrust en
paniek.