PSYCHOTHERAPEUTISCHE STROMINGEN
Basale, fundamentele stromingen:
1. Gedragstherapie
2. Cognitieve therapie & cognitieve gedragstherapie
3. Cliëntgerichte therapie
4. Oplossingsgerichte therapie
5. Psychodynamische therapie (psychoanalyse)
6. Systeemtherapie
vroeger waren het echt kampen, tegenwoordig wordt het allemaal toegevoegd als het
relevant is. (in deze cursus wel als losse stromingen behandelen)
Mensbeeld theorie therapie
Leerdoelen leren voor tentamen!!
Goed om te weten tijdens het leren:
Hoe verhouden de verschillende theorieën zich tot elkaar en waarom zijn ze na
elkaar ontwikkeld?
Hoofdstuk 1 – Wat is echte psychotherapie?
Psychotherapie = de behandeling van psychologische problemen/stoornissen met behulp
van methoden en deskundigen
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Er is een duidelijk (en belangrijk) verschil tussen een vriendschapsrelatie en een
therapeutische relatie:
- Asymmetrische relatie de therapeut is er voor de cliënt en niet andersom
- De relatie is een middel, geen doel
- Therapie is tijdelijk
Factoren van psychotherapie (4R’s):
1. Relatie intens en emotioneel geladen, vertrouwelijk
2. Raamwerk context/setting moet therapeutisch zijn
3. Rationeel verklaring klachten
4. Ritueel procedure/methode die uit de verklaring voortvloeit
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Het aantal methoden is erg onoverzichtelijk, daarom is het onderverdeeld in twee
hoofdkenmerken:
Cliëntsysteem met wie gaat de deskundige een psychotherapeutische relatie aan?
* Individuele-, gezins-, of relatietherapie
Werkwijze therapeut
* Psychodynamisch
* Cliëntgericht
* Gedragstherapeutisch (=leertheorie)
* Cognitief
,PSYCHOTHERAPEUTISCHE STROMINGEN 2
* systeemtherapie
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Psychotherapie hoort tegenwoordig thuis in de gezondheidszorg. Drie grote stappen kunnen
worden onderscheiden in de werkwijze: diagnose, verklaring
en behandeling.
Hulpverlening GGZ stappen:
1. Probleemherkenning
is de cliënt aan het juiste adres? Is er aanvullend
onderzoek nodig?
2. Probleemontleding
Verkregen informatie systematisch uitwerken,
vervolledigen en oorzaken onderzoeken
Het moet een leidraad vormen voor het kiezen en
toepassen van verdere interventies
3. Probleemoplossing
Behandeling, therapie, klachten
verminderen/verdwijnen
Voorkomen dat er nieuwe problemen komen of dat cliënt terugval krijgt
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Kritiek op de DSM:
- Het is te veel gericht op tekorten en toestanden
- Het is te veel op het individu gericht
Specialisering:
Sanatorium model = groepering diagnosen in psychiatrische ziekenhuizen
Laboratorium model = vorming van therapeutische scholen
Medische model = Het kijkt naar psychische problemen alsof het ziektes zijn (dit heeft de
DSM als leidraad voor behandeling)
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Welke therapie past bij welk probleem?
o Specifieke effectiviteit = afstemming van de therapiemethode op de diagnose
o Non-specifieke effectiviteit = afstemming van de therapeut op de cliënt
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Drie kenmerken van psychotherapeutische methoden:
- Therapeutische doel focus op therapie
Klachtgericht = klachten, symptomen, stoornissen verhelpen
Persoonsgericht = leren denk- en gedragspatronen te veranderen
- Therapeutische werkwijze geactiveerde veranderingsprocessen en
therapeutische stijl
Affectieve beleving (ervaren)
,PSYCHOTHERAPEUTISCHE STROMINGEN 3
Cognitieve beheersing (begrijpen)
Gedragsregulatie (oefenen)
Actief: sturend
Passief: meegaand
- Therapeutische context moet de kans vergroten dat de cliënt verandert
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
, PSYCHOTHERAPEUTISCHE STROMINGEN 4
HOORCOLLEGE 1 - GEDRAGSTHERAPIE
Hoofdstuk 4 – Gedragstherapie: al doende leren
Gedragstherapeut: ‘Dit gedrag komt voor, maar waarom?’
Mensen zijn niet gek, er zit ook een winstkant aan. Waarom is die kant groter
waardoor je dit gedrag laat zien?
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Waarom vertoont iemand bepaald gedrag?
Grondleggers:
Pavlov klassieke conditionering
John B. Watson klassieke conditionering
B. F. Skinner operante conditioning
Albert Bandura model-leren
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Watson deed het Little Albert experiment:
- Enge dingen aan een baby laten zien (ratten) baby reageert niet bang
- Dezelfde enge dingen laten zien met hard geluid baby huilt want schrikt van geluid
- Nu associeert baby de rat met het geluid waardoor hij bang wordt
- Het laat zien dat angst is aangeleerd
- Dit is conditioneren
- Het kan ook generaliseren (= bang worden van alle zachte dieren/knaagdieren)
- Ook discriminatie mogelijk (= niet bang van andere zwarte dieren/knaagdieren dus
onderscheid maken)
Voorbeeld:
- Als jongen naar school moet geeft hij altijd aan buikpijn te hebben
- Hij kan school associëren met gepest worden
- Dit kan angst opwekken waardoor hij er tegenop ziet om naar school te gaan
- Dit kan zich generaliseren naar bv. andere plekken waar andere kinderen zijn
- Zo zie je dat er veel aan vooraf gaat als hij zegt dat hij buikpijn heeft
o Gedrag = R = response
o Aanleiding = Sd = discriminatieve stimulus
o Aangeleerde reactie = CR = conditionated response
o Oorspronkelijke reactie = UR = unconditionated response
o Oorspronkelijke prikkel = US = unconitionated stimulus
Waarom vertoont iemand bepaald gedrag? Watson: dat is aangeleerd via associatie
Watson zegt ook: