Anatomie & Fysiologie & Pathologie
AFP1
Versie 2021 – 2022
Fleur Dekker
,Klinisch redeneren
Wat is klinisch redeneren?
het continu procesmatig verzamelen en analyseren gericht op het vaststellen van vragen en
problemen van de zorgvrager en het kiezen van daarbij passende zorgresultaten en interventies.
Het verpleegkundig proces
1. Oriëntatie op situatie/klinisch beeld
o Vaststellen wat er gebeurd is d.m.v. anamnese
2. Klinische probleemstellingen
o Diagnose
3. Aanvullend klinisch onderzoek
o Planning van de resultaten en nadenken over diagnostiek
4. Klinisch beleid
o Planning van interventies, overleg met arts over beleid
5. Klinisch verloop
o Uitvoering, hoe verder, bespreken met collega’s, overdracht, verpleegplan bijhouden,
communicatie, alert zijn op bepaalde zaken
6. Nabeschouwen
o Evaluatie, methodisch handelen
Methodisch handelen
Bij methodisch werken gaat het om een bewuste en systematisch aanpak van het verpleegkundig
handelen. Er wordt eerst bedacht hoe het probleem aangepakt gaat worden. Vervolgens wordt een
plan opgesteld en te nuitvoer gebracht. Methodisch werken geeft overzicht: de werkzaamheden zijn
goed en doordacht voorbereid
Relatie
Klinisch redeneren, methodisch handelen en het verpleegkundig proces omvatten een continu en
systematisch proces van gegevens verzamelen, beoordelen, prioriteiten stellen en actie
ondernemen. De verpleegkundige koppelt kennis aan patiëntgegevens en trekt op basis hiervan
conclusies.
, Basisparameters
basisparameter normaalwaarde
Reactiepatroon AVPU: EMV:
Alert -> aankijken, praten Eye -> score voor openen van ogen
Verbal -> reageren op spraak Movement -> score voor beweging
Pain -> reageren op pijnprikkel Verbal -> score voor spraak
Unresponsive -> pijnprikkel negeren
Oriëntatievermogen Tijd, plaats en persoon -> weet hier antwoord op te geven
Pupilreactie Snelle constrictie bij veel licht (klein) en in het donker groot (ze moeten
reageren)
Symmetrische pupilreactie: links en rechts gelijk
Pijnscore VAS score: geen/lichte pijn -> 0 – 4, matige pijn -> 5 – 7, heftige pijn -> 8 –
10
Ademfrequentie Volwassene in rust: 8-20 pm: Neonaten 0-1 jaar: 30-40 pm
eupnoe Kinderen 1-3 jaar: 23-35 pm
Hoge ademfrequentie: tachypnoe Kinderen 3-6 jaar: 20-30 pm
Lage ademfrequentie: bradypnoe Kinderen 6-12 jaar: 18-26 pm
Kinderen 12-17 jaar: 12-20 pm
Ademgeruis Vesiculair ademgeruis, geen geluid: stil, geen gepiep of gerochel
‘Sneeuwgeluid’ kan duiden op longontsteking
Saturatie Streefwaarde > 95% - 100%
Bij COPD tussen de 85% en 92%, bij iemand met 1 long ook anders
Kleur Niet bleek of rood, gewoon normale huidskleur
Geel > lever probleem
Grauw > ischemie
NIBP, MAP (bloeddruk) NIBP: Non Ivasive Blood Pressure: 110-140/70-90 mmHg
MAP: Mean Arterial Pressure: 2x onderdruk + 1x bovendruk / 3 =
gemiddelde arteriële bloeddruk (cardiac output)
Hartfrequentie Volwassene in rust: 60-100 bpm Neonaten 0-3 mnd: 100-150 bpm
Topsporters: 40-60 bpm Baby’s 3-6 mnd: 90-120 bpm
Kinderen 6-12 mnd: 80-120 bpm
Kinderen 1-10 jaar: 70-130 bpm
Kinderen > 12 jaar: 60-100 bpm
Halsvenen / CVD In rust: niet voelbaar/zichtbaar > niet opgezette halsaders
Ziekteverschijnsel: verdikte halsvenen, snelle hartfrequentie, lage bloeddruk
Capillaire refilltijd Snelle terug kleuring van de huid na druk (drukken op het borstbeen want
ligt dicht bij hart) 1-2 seconden is normaal
Diurese Normale hoeveelheid urineproductie per dag: 4 a 5 keer: 1 tot 1,5 L/24 uur
Heldere kleur, geen sterke geur, geen stolsels
Meten door katheter of opvangen
Huidturgor (elasticiteit) Huid vormt snel weer terug na indeuken
Slijmvliescontrole Vochtig en glanzend
Acute gewrichtsverandering Binnen één etmaal 2% of minder gewichtstoename/afname
Kerntemperatuur 36,5 – 37,5 graden is normaal; 38 is verhoging; 38,5 is koorts
Peristaltiek/defecatiepatroon Licht borrelend geluid, regelmatig, geen pijn, vaste structuur, kleur, geur,
geen obstipatie, 1 – 2 keer per dag ontlasting, afhankelijk per persoon.
Vertering van voedsel/vocht door maagdarmstelsel: frequentie, kleur,
structuur, dun/dik