Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting neurobiologische achtergronden van opvoeding en ontwikkeling cijfer: 9.1

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
47
Geüpload op
26-06-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit zijn aantekeningen voor het vak Neurobiologische achtergronden van opvoeding en ontwikkeling (6472NEUROY) aan de Universiteit Leiden. Voor het tentamen had ik een 9.1!! Elk hoorcollege + literatuur heb ik samengevat.

Voorbeeld van de inhoud

Neurobiologische achtergronden van opvoeding en ontwikkeling cijfer: 9.1

W1 Neurobasics, evolutie en het sociale brein
Neurobiologische achtergronden van opvoeding en ontwikkeling

Autonome zenuwstelsel bestaat uit:
1. Parasympatische gedeelte
 Rust
 Lage hartslag, energie opslaan, actieve spijsvertering
2. Sympathische gedeelte
 Actie: flight & fight
 Snellere hartslag, snellere ademhaling, spijsvertering
stopt
Het sympathische systeem zorgt dat signalen snel worden
doorgegeven aan de hersenen zodat je snel kunt reageren
op gevaar.

BBB (Blood Brain Barrier) = beschermlaag tussen bloed en
de hersenen met een filterfunctie: het laat nuttige stoffen
door en houdt gevaarlijke stoffen tegen




Evolutie van de hersenen
 Hoe meer in het midden van de hersenen = hoe ouder evolutionair
 Hoe meer aan de buitenkant = hoe nieuwer
 sociale vaardigheden zitten dus vooral in nieuwere buitenlaag
Gebied Leeftijd evolutionair Functie
Diepe kernen (bijv. hersenstam, Oud Overleving, reflexen,
basale kernen) basisemoties
Buitenste laag (cortex) Nieuw Denken, plannen, sociale
interactie

Neuronen (=zenuwcel)
 Doel= doorgeven signalen naar de hersenen
Onderdelen neuronen
 Dendrieten
- Ontvangen informatie/signalen van andere neuronen
 Cell body (soma)
- Beslist of signaal sterk genoeg is
- Centrum van cel
 Axon (lange kabel)
- Stuurt informatie/signalen door naar andere
neuronen (hier heb je er maar 1 van)
 Myelin sheath = laagje om axon heen en die zorgt
ervoor dat geleiding van axon “beter” is zodat het

1

, signaal snel wordt overgegeven er zo min mogelijk signalen verloren gaan. Wordt
aangegeven met de pijltjes.
 Myelin sheath is wit, waardoor de axon wit bekleed is, hierdoor kan je zien waar
de axonen in de hersenen zitten je gaat
op zoek naar de witte verkleuring
(dendrieten/ cell body zijn grijs, omdat ze
niet bekleed zijn met myeline)
- Zonder myeline: signaal = traag en lekt weg
- Met myeline: signaal = snel en efficiënt

Je ziet dus 3 axonen (die van 3 verschillende neuronen komen)
1. Neuron krijgt informatie via dendrieten
2. Neuron verwerkt informatie in cell body
- Als het signaal sterk genoeg is → actiepotentiaal
3. Signaal reist langs axon
4. Neurotransmitters worden vrijgegeven
5. Volgende neuron ontvangt signaal
Dendrieten  cell body  axon  andere neuron

Hormonen en neuropeptiden
= Het zijn chemische boodschapperstoffen die informatie
doorgeven in het lichaam.
Stof Wordt gemaakt door
Hormonen Klieren in het lichaam
Neuropeptiden Neuronen in de hersenen
 Hormonen/ neuropeptiden kunnen door BBB heen

Werking hormonen:
1. Klier maakt hormoon aan
2. Hormoon wordt afgegeven aan het bloed
3. Hormoon moet zich binden aan receptoren (“happertjes)
van target cel en dan pas reactie (zonder binding van hormoon aan receptor geen
effect)

Effecten hormonen:
1. Langdurige effecten
= Deze beïnvloeden ontwikkeling over lange tijd.
 Geslachtshormonen  testosteron en oestrogeen
 Invloed tijdens zwangerschap/ puberteit
 Meten ahv ratio 2D4D = lagere 2D4D ratio staat in verband met hoge blootstelling
aan testosteron
Situatie Wat is langer? Ratio
Hogere prenatale testosteronblootstelling Ringvinger (4D) langer dan Lage 2D:4D
wijsvinger
Lagere prenatale testosteronblootstelling en Wijsvinger (2D) even lang Hoge 2D:4D
meer oestrogeen of langer

2. Kortdurende effecten
= Deze hormonen veranderen tijdelijk je gedrag, emoties en lichaamstoestand.
 Cortisol (stresshormoon: bv zien van spin)/ oxytocine (knuffelen)/ adrealine (fight/
flight reactie)

Meten van hormonen:
1. Baseline VS-reactie:

2

,  Hormoonniveau wordt gemeten in rust = baseline, en na een prikkel=reactie
 BV: cortisol in speeksel voor en na een stressopdracht (vasopressine/oxytocine kan
je in speeksel meten)
2. Toedienen van hormonen
 Onderzoekers geven kunstmatige hormonen om effect te bestuderen, daarna kijken
ze of het gedrag, emotie of hersenactiviteit verandert.
3. Receptoren/ epigenetica:
Receptoren:
 Niet alleen de hoeveelheid hormoon telt — ook:
- Hoeveel receptoren iemand heeft
- Hoe gevoelig die receptoren zijn
Minder receptoren = minder effect, zelfs bij veel hormoon
Epigenetica:
 Ervaringen (zoals stress of opvoeding) kunnen beïnvloeden:
- Hoeveel receptoren worden aangemaakt
- Hoe sterk iemand reageert op hormonen
Bijv: vroege stress  veranderingen in stresshormoon-receptoren  later gevoeliger voor
stress

H3 evolutie
Ethologie= studie van natuurlijk gedrag van dieren (en mensen) in hun normale omgeving.

Niko Tinbergen
Als je gedrag wilt begrijpen, moet je 4 vragen beantwoorden:
Vraag Soort Waar gaat het over? Voorbeeld: reageren
op huilende baby
1. Mechanisme Proximaal Hoe werkt het in het Oren horen huilen 
Hoe komt het gedrag tot = vraag ligt lichaam? hersenen verwerken
uiting dichtbij het geluid  reactie
individu

2. Ontwikkeling Proximaal Hoe ontstaat het tijdens Aangeboren zorgreactie
Is reactie aangeleerd/ iemands leven? of aangeleerd?
aangeboren?
3. Functie Ultiem Waarom is het nuttig voor Baby overleeft doordat
Hoe beïnvloedt gedrag de overleving/voortplanting? ouder reageert
kans op
overleving/reproductie
4. Evolutie Ultiem Hoe is dit gedrag ontstaan Zorggedrag bestond al
(fylogenese) in de soort? bij voorouders
Hoe is dit gedrag
ontstaan door de evolutie
Proximaal = hoe werkt het nu bij dit individu
Ultiem = waarom bestaat dit gedrag evolutionair

Evolutie gebeurt gewoon het is dus geen doelgericht proces en kan niets terugdraaien
Charles Darwin:
 Expressie zijn aangeboren en niet aangeleerd
 Emoties hebben een overlevingsfunctie
 Expressie van emotie is betrouwbaarder dan woorden (blozen)

Hersengebieden die over emoties gaan:
1. Insula = C
= lichaamsgevoelens koppelen aan emotie
 Lichaamsbewustzijn (hartslag voelen, misselijkheid, spanning)
3

,  Emoties zoals walging, pijn en empathie
 Onderbuikgevoel/ intuïtie
 Verbindt lichamelijke signalen met emotionele beleving
2. Ventrale striatum = A
= kerngebied voor beloningssysteem
 Motivatie
 Plezier
 Verslaving
 Activeert wanneer je iets verwacht dat fijn/waardevol is
3. Orbitofrontale cortex =D
= Gebied net boven je oogkassen en helpt bij keuzes
maken
 Waarde inschatten
 Beslissingen op basis van beloning/straf
 helpt je gedrag aanpassen als iets niet goed uitpakt
4. Anterior cingulate cortex = E
= Mentale controlekamer
 Fouten opmerken
 Conflicten detecteren (twijfel/ moeilijke keuzes)
 Emotieregulatie
 Motivatie/ doorzettingsvermogen
 Verbindt denken en voelen
5. Amygdala = B
=Emotionele alarmsysteem
 Angst en dreigingen detecteren
 Emotionele herinneringen
 Snelle emotionele reacties
zorgt dat je snel reageert op gevaar

Social intelligence hypothese/ social brain hypothese: waarom zijn we zo slim
geworden?
= Evolutionaire druk om sociaal slimmer te worden heeft geleid tot grotere hersenen en
meer intelligentie.
 we zijn niet sociaal, omdat we slim zijn, maar we zijn slim geworden omdat we sociaal
zijn.
- Innovatie/ taal kan je brein ook groter maken en zorgen voor meer sociale intelligentie
- Complexe sociale groepen  druk om anderen te begrijpen  grotere hersenen
Dunbar:
 Hoe groter de groep waarin we in leven, hoe meer sociale relaties er zijn
 Hoe groter gem groepsgrootte, hoe groter de hersenen
 150 mensen is max groepsgrootte om in te leven (> 150 kan je sociale relaties niet
meer begrijpen, dan heb je culturele regels nodig)  culturele regels nodig voor
grotere groepen
 Leven in sociale groepen vergt hersencapaciteit
Machiavellian intelligence hypothese
 Je hebt je sociale intelligentie nodig, om een ander te bedriegen (misbruik van een
ander maken)
 Sociale slimheid ontstaat deels door: manipuleren/ bedriegen
 Je wordt afgestraft in onze samenleving hiervoor
 Kinderen zijn hier minder goed in, omdat ze heel eerlijk zijn
Cooperative breeding-hypothese
 Sociale intelligentie is een gevolg van het gezamenlijke grootbrengen van kinderen

Hersengebieden die een rol spelen bij de verwerking van taal:
 Superior temporal sulcus/ wernicke  taalbegrip

4

Documentinformatie

Geüpload op
26 juni 2026
Aantal pagina's
47
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€12,16
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
nooronkenhout

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
nooronkenhout Hogeschool Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen