Samenvatting Drama Hoofdstuk 4
Kunst- en cultuureducatie
4.1 Kunst en cultuur
Cultuur is: gewoonten, gebruiken tradities, materieel en immaterieel erfgoed.
Kunt is: wat kunstenaars creëren.
4.1.1 Cultureel zelfbewustzijn
Door middel van receptie, (re)productie en reflectie worden kinderen ingeleid in de
hedendaagse cultuur.
Het waarnemende kind (als kunstgeïnteresseerd en cultuurgenietend deelnemer)
Kinderen kijken vanuit hun eigen kader naar voorstellingen (receptie); misschien spelen ze
wel eens scènes na (reproductie) en beantwoorden ze vragen over de voorstelling (reflectie).
,4.2 Kunsteducatie
Kunsteducatie is niet alleen maar kijken naar kunst, maar ook zelf ervaren en
experimenteren. Zoals weeksluitingen en de jaarlijkse voorstelling, daar zorgen kinderen zelf
voor.
4.2.1 De kunstenaar
Het creëren vraagt moed om los van de bekende paden, gewoonten en structuren te
denken. Als leerkracht kun je kinderen uitdagen tot eigen creaties en hen daar de goede
begeleiding bij bieden.
4.2.2 De kunstliefhebber
Kinderen gaan naar het theater of een theatergezelschap komt op de school, hierdoor
ontdekken ze hoe ze kunnen kijken, luisteren en genieten. Alleen als de kinderen goed
begeleid worden. Dingen zoals een weekopening of weekafsluiting zijn prachtige kansen
voor kinderen, ze raken vertrouwd met het luisteren en kijken naar presentaties, maar ook
met zelf op het podiums taan.
4.2.3 De startbekwame leerkracht
Als afgestudeerd leerkracht ben je niet meteen een bekwaam leerkracht die Kunstzinnige
oriëntatie geven kan. Hierin zet je 3 stappen (net zoals het boek doet)
1. Speloriëntatie
2. Speltoepassingen
3. Spelen vanuit de rijkdom van het kunstvak Drama
Het is niet makkelijk om kunst- en cultuureducatie naar eigen visie vorm te geven. Maar als
je je doelen met passie weet te beschrijven kun je het wel realiseren.
Dit doe je niet idealistisch, groots en meeslepend, maar:
Specifiek (ofwel: klein)
Meetbaar (ofwel: zichtbaar)
Acceptabel (ofwel: rekening houden met groeps- en schoolcultuur en
omstandigheden)
Realistisch (ofwel: rekening houdend met tijd, ruimte, materialen en groepsgrootte)
Tijdgebonden (ofwel: binnen afzienbare tijd)
4.3 Kunstbezoeken
Als voorbereiding op kunstbezoeken kun je de kinderen achtergrondinformatie geven, de
rode draad vertellen of gewoonweg de kinderen te verrassen. Activiteiten die je achteraf zou
kunnen doen zijn naspelen, naschilderen of een vervolg/variant spelen. In de hogere
groepen kan de nabespreking bestaan uit vragen over het spel zelf:
Waardoor vertrouwde je hem niet?
Waardoor was je gewaarschuwd?
Hoe wist jij dat?
Waaraan zag je dat het zomer was?
Hierdoor worden beelden weer opgeroepen en kunnen ze dit toepassen in hun eigen spel.
, 4.3.1 Reflecteren zonder woorden
Dit kan bijvoorbeeld door de kinderen te laten uiten hoe zij zich voelden tijdens de
voorstelling/ het zien van het kunstwerk. Bij de kleine kinderen in de vorm van tekenen of
naspelen. Bij de grotere kinderen kan dit door uit te beelden of te dansen hoe ze zich
voelden.
4.3.2 Kunstkwartetten
Kunst kwartetten komen vooral voor bij verfilmingen, concertopnames, gebouwen of
theaterteksten. Voor beeldende kunst en vormgeving geldt dit niet.
4.4 De jaarlijkse schoolvoorstelling
Wat belangrijk is bij diegene die ontwerpt, regisseert en vormgeeft zijn:
Inzicht hebben in:
- Stappen waaruit een productieproces bestaat
- Eenvoudige decor- en kostuummogelijkheden
- Licht- en geluidstechniek
Ambachtelijke kwaliteiten om:
- Spelkwaliteiten van spelers in te zetten voor hun rollen
- Spelbeelden duidelijk voor te zetten
- Een spanningslijn te realiseren.
Organisatorische kwaliteiten om:
- Het hele proces te plannen
- Medewerkers te vragen
- Publiciteit te maken
- Zaalopstelling, kaartjes, koffie thee etc te regelen.
4.4.1 Ontwerpen van een voorstellingsconcept
Een concept is een voorlopig idee van wat je wilt gaan maken, in dit geval een voorstelling.
Bij het ontwerpen van een concept bedenk je welke personages je nodig hebt om een thema
te laten spelen, hoe de verhaallijn een context krijgt en hoe verschillende andere
verhaallijnen kunnen lopen.
Wie: rollen, typen en personages
Als je rollen tot personages moet maken moet je ook denken aan dingen zoals leeftijd,
fysieke kenmerken, familieomstandigheden, beroep, hobby’s, relaties etc.
Wat: het verhaal
Vanuit alles wat er nu al is bepaald, gespreken de groep en de leerkracht samen wat de rode
draad wordt door het verhaal. Komen er nieuwe gebeurtenissen bij? Wijzigt er een
verhaallijn?
Plot: het overzicht van wat er gebeurd in een verhaal. Dit wordt gedaan aan de hand van
beelden/spelen/
Kunst- en cultuureducatie
4.1 Kunst en cultuur
Cultuur is: gewoonten, gebruiken tradities, materieel en immaterieel erfgoed.
Kunt is: wat kunstenaars creëren.
4.1.1 Cultureel zelfbewustzijn
Door middel van receptie, (re)productie en reflectie worden kinderen ingeleid in de
hedendaagse cultuur.
Het waarnemende kind (als kunstgeïnteresseerd en cultuurgenietend deelnemer)
Kinderen kijken vanuit hun eigen kader naar voorstellingen (receptie); misschien spelen ze
wel eens scènes na (reproductie) en beantwoorden ze vragen over de voorstelling (reflectie).
,4.2 Kunsteducatie
Kunsteducatie is niet alleen maar kijken naar kunst, maar ook zelf ervaren en
experimenteren. Zoals weeksluitingen en de jaarlijkse voorstelling, daar zorgen kinderen zelf
voor.
4.2.1 De kunstenaar
Het creëren vraagt moed om los van de bekende paden, gewoonten en structuren te
denken. Als leerkracht kun je kinderen uitdagen tot eigen creaties en hen daar de goede
begeleiding bij bieden.
4.2.2 De kunstliefhebber
Kinderen gaan naar het theater of een theatergezelschap komt op de school, hierdoor
ontdekken ze hoe ze kunnen kijken, luisteren en genieten. Alleen als de kinderen goed
begeleid worden. Dingen zoals een weekopening of weekafsluiting zijn prachtige kansen
voor kinderen, ze raken vertrouwd met het luisteren en kijken naar presentaties, maar ook
met zelf op het podiums taan.
4.2.3 De startbekwame leerkracht
Als afgestudeerd leerkracht ben je niet meteen een bekwaam leerkracht die Kunstzinnige
oriëntatie geven kan. Hierin zet je 3 stappen (net zoals het boek doet)
1. Speloriëntatie
2. Speltoepassingen
3. Spelen vanuit de rijkdom van het kunstvak Drama
Het is niet makkelijk om kunst- en cultuureducatie naar eigen visie vorm te geven. Maar als
je je doelen met passie weet te beschrijven kun je het wel realiseren.
Dit doe je niet idealistisch, groots en meeslepend, maar:
Specifiek (ofwel: klein)
Meetbaar (ofwel: zichtbaar)
Acceptabel (ofwel: rekening houden met groeps- en schoolcultuur en
omstandigheden)
Realistisch (ofwel: rekening houdend met tijd, ruimte, materialen en groepsgrootte)
Tijdgebonden (ofwel: binnen afzienbare tijd)
4.3 Kunstbezoeken
Als voorbereiding op kunstbezoeken kun je de kinderen achtergrondinformatie geven, de
rode draad vertellen of gewoonweg de kinderen te verrassen. Activiteiten die je achteraf zou
kunnen doen zijn naspelen, naschilderen of een vervolg/variant spelen. In de hogere
groepen kan de nabespreking bestaan uit vragen over het spel zelf:
Waardoor vertrouwde je hem niet?
Waardoor was je gewaarschuwd?
Hoe wist jij dat?
Waaraan zag je dat het zomer was?
Hierdoor worden beelden weer opgeroepen en kunnen ze dit toepassen in hun eigen spel.
, 4.3.1 Reflecteren zonder woorden
Dit kan bijvoorbeeld door de kinderen te laten uiten hoe zij zich voelden tijdens de
voorstelling/ het zien van het kunstwerk. Bij de kleine kinderen in de vorm van tekenen of
naspelen. Bij de grotere kinderen kan dit door uit te beelden of te dansen hoe ze zich
voelden.
4.3.2 Kunstkwartetten
Kunst kwartetten komen vooral voor bij verfilmingen, concertopnames, gebouwen of
theaterteksten. Voor beeldende kunst en vormgeving geldt dit niet.
4.4 De jaarlijkse schoolvoorstelling
Wat belangrijk is bij diegene die ontwerpt, regisseert en vormgeeft zijn:
Inzicht hebben in:
- Stappen waaruit een productieproces bestaat
- Eenvoudige decor- en kostuummogelijkheden
- Licht- en geluidstechniek
Ambachtelijke kwaliteiten om:
- Spelkwaliteiten van spelers in te zetten voor hun rollen
- Spelbeelden duidelijk voor te zetten
- Een spanningslijn te realiseren.
Organisatorische kwaliteiten om:
- Het hele proces te plannen
- Medewerkers te vragen
- Publiciteit te maken
- Zaalopstelling, kaartjes, koffie thee etc te regelen.
4.4.1 Ontwerpen van een voorstellingsconcept
Een concept is een voorlopig idee van wat je wilt gaan maken, in dit geval een voorstelling.
Bij het ontwerpen van een concept bedenk je welke personages je nodig hebt om een thema
te laten spelen, hoe de verhaallijn een context krijgt en hoe verschillende andere
verhaallijnen kunnen lopen.
Wie: rollen, typen en personages
Als je rollen tot personages moet maken moet je ook denken aan dingen zoals leeftijd,
fysieke kenmerken, familieomstandigheden, beroep, hobby’s, relaties etc.
Wat: het verhaal
Vanuit alles wat er nu al is bepaald, gespreken de groep en de leerkracht samen wat de rode
draad wordt door het verhaal. Komen er nieuwe gebeurtenissen bij? Wijzigt er een
verhaallijn?
Plot: het overzicht van wat er gebeurd in een verhaal. Dit wordt gedaan aan de hand van
beelden/spelen/