BOK Farmacologie 2
Inhoud
Leeruitkomsten FC2
1. Je kunt de anatomie uitleggen die betrekking heeft op het afweersysteem, astma/COPD en diabetes
mellitus type 1 en type 2.
2. Je kunt de fysiologie uitleggen die betrekking heeft op het afweersysteem, het ademhalingsstelsel en de
glucosehuishouding.
3. Je kunt de pathologie uitleggen die betrekking heeft op infectieziekten, allergie, astma, COPD-diabetes
mellitus type 1 en type 2.
4. Je kunt van de meest voorgeschreven geneesmiddelgroepen bij infectieziekten, allergie, astma, COPD,
diabetes mellitus type 1 en type 2 voorgeschreven worden het werkingsmechanisme en effect uitleggen.
1
,BOK Farmacologie 2 studiejaar 2022-2023
Thema Afweer
Algemeen: afweer
• Je kunt uitleggen wat de functie van het afweersysteem in ons lichaam is.
Het afweersysteem, ook wel het immuunsysteem genoemd, beschermt het lichaam
tegen infectieziekten. Binnendringende micro-organismen zoals bacteriën, virussen,
schimmels en parasieten worden afgeweerd door ons lichaam.
• Je kunt de volgende onderdelen van de niet-specifieke immuniteit uitleggen:
fysieke barrières, fagocyten, immunologische surveillance, interferonen,
ontstekingsreactie en koorts. Het complementsusteem valt buiten het bestek
van deze cursus
1. Fysieke barrieres:
- Houdt ziekte verwekkers tegen met behulp van; Huid, Haar, Klierproducten en
Spijsverteringsepitheel.
2. Fagocyten:
- Verwijderen celresten en ziekteverwekkers met behulp van; macrofagen en
microfagen (neutrofielen en eosinofielen)
- Fagocytose: Het insluiten van pathogenen. Pathogeen bindt aan
membraaneiwitten van fagocyte, pathogeen wordt opgenomen en afgebroken.
3. Immunologische surveillance: de vernietiging van abnormale cellen door NK-
cellen in perifere weefsels. NK= Natural Killer
4. Interferonen: chemische boodschappers die de verdediging tegen virale infecties
coordineren.
- Interferonen worden afgegeven door geactiveerde lymfocyten,macrofagen of
met virus geinfecteerde cellen.
5. Koorts:
- T boven 37.2 C
- Remt pathogenen
- Versnelt stofwisseling snelheid
Mobiliseert verdedigings- mechanismen: versnelt herstel
6. Ontstekingsreactie:
- Gecoordineerde niet specifieke reactie op weefselbeschadiging.
1. Bloed toevoer neemt toe
2. Fagocyten geactiveerd
3. Doorlaatbaarheid capillairen verhoogd
4. Complementensysteem geactiveerd
5. Stollingsreactie schermt gebied of
6. Plaatselijke temperatuur verhoging
7. Specifieke immuniteit geactiveerd
2
,BOK Farmacologie 2 studiejaar 2022-2023
• Je kunt de 4 verschillende T-cellen en hun functie benoemen (cytotoxische T-
cel, T-helpercel, Tgeheugencel, T-suppressorcel)
1. Cytotoxische T-cel:
Een cytotoxische T-cel, ook wel T C, CTL, CD8+ of killer T cell, behoort tot de
subgroep van T-lymfocyten (een type witte bloedcel) en is in staat de dood in gang te
zetten van geïnfecteerde somatische cellen of tumorcellen. T C zorgt ervoor dat
virussen of andere pathogenen worden gedood of onschadelijk worden gemaakt.
2. T-helpercel:
T-helpercellen (kortweg Th) zijn een vorm van witte bloedcellen die een
belangrijke rol spelen in het immuunsysteem. Het hiv vernietigt deze cellen, zodat
het immuunsysteem niet langer in staat is om virussen en bacteriën onschadelijk te
maken. Er zijn ook zeldzame genetische ziektes die hetzelfde effect hebben op de T-
helpercellen.
3. T-geheugencel:
T-geheugencellenzijn witte-bloedcellen. De T-geheugencellen ontstaan uit de deling
van de T-lymfocyten, nadat deze gekoppeld is aan een antigeen-presenterende cel.
Ze worden gevormd bij de eerste afweerreactie, bij een herhaalde infectie herkennen
ze het antigeen.
4. T-suppressorcel:
Een T-suppressorcel, ook wel de T-remmercel, T-inhibitorcel of regulatorische T-cel
genoemd, is een regulerende T-lymfocyt die ervoor zorgt dat een afweerreactie
niet uit de hand loopt.
• Je kunt de cel gemedieerde immuniteit stapsgewijs uitleggen (presentatie
antigeen aan T-cel, activering van T-cel, differentiatie van T-cel naar
cytotoxische T-cel, afgifte lymfotoxine/cytokinen/perforine, vernietigen
geïnfecteerde cel)
- Antigeenherkenning/antigeenpresentatie:
Geïnfecteerde cel met een virus of bacterie, worden gepresenteerd door het MHC-
eiwit groep 1. (Binding antigeen -> MHC-eiwit, deze samen is complex)
- Activering van de T-cel:
De receptor (CD – Cluster of Differentation markers), T-cellen met CD8 reageren op
geinfecteerde cel, T-cel herkent dit complex en vervolgens wordt de inactieve
cytotoxische T-cel geactiveerd.
Dus op T-cel zit CD8 receptor, deze receptor bindt aan MHC-eiwit groep 1 van het
complex. Waardoor de t-cel geactiveerd wordt.
Celdeling en differtiëring:
Celdeling (T-cellen gaan zich vermenigvuldigen).
Differentiëren (Er worden T-geheugen-cellen aangemaakt).
Vernietiging van de doelcel:
Lymfotoxine: Zorgt voor verstoring van de
celstofwisseling, de aanmaak en afbraak van
stoffen, die in de cel plaatsvindt. De cel werkt
eigenlijk niet meer goed.
Cytokine: Is een boodschapperstof die
apoptose (geprogrammeerde celdood)
stimuleert.
Perforine: Is een stof die gaatjes kan maken in
het celmembraan (perforeren van het
celmembraan), waardoor het celmembraan
vernietigd wordt en de cel ook dood gaat.
3
, BOK Farmacologie 2 studiejaar 2022-2023
• Je kunt de antistof gemedieerde immuniteit stapsgewijs uitleggen (bij eerste
infectie sensibilisering B-cel door antigeen, activering B-cel door T-helpercel,
vorming van plasmacellen en B-geheugencellen, plasmacellen produceren
antistoffen)
Sensibilisering van B-cellen:
Het antigeen wordt gepresenteerd aan het oppervlakte van MHC-eiwit groep 2.
Activering van de B-cel:
Een T-helpercel met een CD4-receptor bindt aan het complex van het antigeen samen
met de MHCeiwit groep 2. De B-cel is nu geactiveerd.
Deling en differentiatie:
De geactiveerde B-cel deelt zich tot B-geheugencellen en meer geactiveerde B-cellen die
worden omgezet in plasmacellen die antistoffen maken.
• Je kunt de 4 typen van specifieke immuniteit uitleggen.
1. Antigeenherkenning
2. Cellulaire immuniteit/celgemedieerde immuniteit (T-cellen)
3. Antistof gemedieerde immuniteit/ humorale immuniteit (B-cellen)
4. Lymfocyten in lymfestelsel:
Naast bloedvatenstelsel is er een lymfestelsel. Deze bestaat uit cellen weefsels en
organismen die verantwoordelijk zijn voor verdedigen lichaam.
Functies lymfestelsel: behoud bloedvolume, tansport voedingstoffen en afvalstoffen en
hormonen naar bloed. Productie onderhoud en verspreiding lymfocyten (cellen in
lymfestelsel).
Lymfocyten spelen essentiële rol bij specifieke
immuniteit 2 rollen belangrijk:
T-cellen (uit de Thymus)
B-cellen (uit Beenmerg)
Bacteriën en infecties
• Je kunt van de belangrijkste
ziekteverwekkers (bacteriën, virussen)
benoemen wat de belangrijkste
eigenschappen van deze verwekkers zijn
Bacterie kun je herkennen aan deze eigenschappen:
- Prokaryoot (Ze hebben geen celkern en het erfelijk materiaal (DNA) ligt los in de
celvloeistof zonder een kern.)
- Celwand aanwezig:
Bacterien zijn te onderscheiden in gramnegatieve en gram positief bacterie:
Wand van gramnegatieve bactierie bestaat uit:
Lipopolysachariden 1
Fosfolipiden
Peptidoglycaan 2 (klein)
Fosfolipiden
Fosfolipiden
Heeft 2 celmembranen
Wand van grampositieve bacterie bestaat uit:
4