perspectieven
Begin van psychologie
Onze huidige visie op de psychologie komt voort uit eeuwen van visie op
ons ´denken en zijn´
René Descartes (17e eeuw)
Het belang van systematische twijfel om achter de waarheid te komen
• Reflexmatig gedrag kan plaatsvinden zonder invloed van de
goddelijke ziel (en kan dus wetenschappelijk onderzocht worden!)
• Twee nog altijd actuele thema’s: Dualisme & Nature vs nurture
Hij kwam op de conclusie dat een mens bestaat uit lichaam en geest =
dualisme
John Locke (17e eeuw)
• Ieder mens wordt geboren als een blanco blad (tabula rasa)
• Drie principes die nog steeds actueel zijn:
− Leren door middel van associatie (tegenwoordig: klassieke
conditionering)
− Leren door middel van straffen en belonen (tegenwoordig:
operante conditionering)
− Leren door imiteren (tegenwoordig: modeling/ sociaal leren)
Nature of nurture?
• Immanuel Kant (1724-1804):
− Belang van aangeboren eigenschappen om ervaringen zinvol
te kunnen interpreteren (oorzaak-gevolg, tijd en grootte)
− Objectieve vs subjectieve wereld
• Hermann von Helmholtz (1867):
− Bril-experiment: effect van ervaring op waarneming. Onze
ervaringen hebben invloed op dingen die we waarnemen.
• Gustav Theodor Fechner (1860):
− Waarnemen van verschillen (absoluut vs relatief)
− Psychologische fenomenen kunnen objectief gemeten en
beschreven worden.
Grondleggers van de psychologie
• Wilhelm Wundt (1832-1920):
− Kosten mentale processen tijd?
− 1879: Eerste psychologisch laboratorium ter wereld.
• William James (1842-1910):
, − Principles of Psychology (1890): beschrijving van belangrijke
onderwerpen in de psychologie in het kader van het dagelijks
leven
Wat is psychologie?
• Wetenschap die zich richt op het beschrijven, verklaren en
voorspellen van gedrag, gedachten en emoties van mensen
- Gedrag van kinderen en opvoeders verklaren en op basis
van deze verklaringen interventies ontwikkelen
• In 1879 officieel erkend als wetenschap
Onderzoek en de empirische cyclus
• De psychologie is een empirische wetenschap, waarbinnen
veronderstellingen (hypothesen) worden getoetst op hun
waarheidsgehalte en daarmee kennis wordt verkregen
Verschillende soorten onderzoek
• Beschrijvend onderzoek:
− situatie/ fenomeen beter in kaart brengen
• Vergelijkend onderzoek:
− focus op de vraag of er verschillen bestaan tussen specifieke
groepen
• Verklarend onderzoek:
− zoeken naar verklaringen voor eventuele verschillen
• Evaluerend onderzoek:
− focus op de vraag of interventies echt werken
− ‘groot effect’ als 25% van de cliënten baat heeft bij de
interventie
− wisselwerking praktijk en onderzoek
Onderzoeksmethoden
• Correlationeel onderzoek:
− Het verband (de samenhang) tussen twee zaken in kaart
brengen
− Nadeel: oorzaak en gevolg onduidelijk
• Experimenteel onderzoek:
− Onderzoeker manipuleert zaken en meet het effect
− Voordeel: conclusies mogelijk over oorzaak en gevolg
− Nadeel: soms praktische of ethische bezwaren
• Kwalitatief onderzoek:
− focus op Individuele ervaringen in plaats van gemiddelden
,1. Biologisch Perspectief
Gedrag = samenspel van genen, de hersenen, het zenuwstel en
hormoonstelsel
2 varianten:
• Neurowetenschap
• Evolutionaire psychologie: omgevingsinvloeden en natuurlijke
selectie
2. Cognitief Perspectief
• Startpunt moderne psychologie! (Wundt, 1879)
• Ontdekking periodiek systeem in scheikunde: alle elementen
• Wundt: ook soortgelijk systeem voor de geest: opdelen in
elementen?
• Zintuigelijke waarnemingen en introspectie
Vroege stromingen:
• Structuralisme (Wilhelm Wundt, Edward Bradford Titchener):
− Dmv introspectie ontdekken van de structuur (‘elementen’)
van bewustzijn
• Gestaltpsychologie:
− Bewustzijn is meer dan de som der delen (perceptuele
gehelen)
• Functionalisme (William James):
− Adaptieve nut en functie van psychische processen
− Verklaring voor hoe mensen zich aanpassen aan de werkelijke
wereld
• Kritiek: té subjectief
Gedrag = resultaat van iemands unieke patroon van waarnemingen en
interpretaties van ervaringen
• Basis gevormd door structuralisme, functionalisme en Gestalt: allen
legden nadruk op cognitie (mentale processen zoals waarneming,
interpretaties, herinneringen enz.)
Nu fMRI: objectiever mentale processen bestuderen
3. Behavioristische perspectief
Gedrag = komt voort uit prikkel van de omgeving
• Bron onze handelingen gevolg van stimuli uit de omgeving, i.p.v.
innerlijke mentale processen
• Uitsluitend direct waarneembaar gedrag (behaviour) bestuderen
, • Aandacht voor de manier waarop ons handelen wordt gevormd door
de consequenties ervan
VB: Gaat een kind eerder dankjewel zeggen (handeling) als het
wordt geprezen (consequentie)?
Toepassing: Conditionering (Pavlov, Watson, Skinner)
4. Whole Person perspectief 3 stromingen:
• Psychodynamische psychologie
• Humanistische psychologie
• Psychologie van karaktertrekken en temperament
Psychodynamische psychologie
• Arts Sigmund Freud
• Gehele persoon verklaren i.p.v. onderdelen
• Nadruk op onbewuste behoeften, verlangens, herinneringen en
conflicten (trauma’s kindertijd, problemen verdringen)
• Psychoanalyse: vrije associatie en dromen
• Kritiek (Popper, 1963): psychoanalyse is niet falsificeerbaar
Psychoanalyse: vrije associatie
1. Je loopt door het bos. Wie loopt er naast je?
2. Na een eindje gewandeld te hebben kom je een dier tegen. Welk dier
is dit?
3. Is er een interactie tussen jou en het dier? Zo ja, wat gebeurt er?
4. Als je verder loopt kom je bij een open plek in het bos. Daar zie je
een huis staan, jouw droomhuis. Omschrijf eens hoe dat huis eruit
ziet? Hoe groot is het huis?
5. Staat er een hek om het huis?
6. Etc.
Humanistische psychologie
Nadruk legt op positieve kant mens: de mogelijkheden, groei, potentie
en vrije wil van de mens
• Door vrije wil is groei mogelijk (Maslow)
• Grondhouding hulpverleners (Rogers)
− Empathie
− Onvoorwaardelijke acceptatie
− Echtheid
Karaktertrekken en temperament
Gedrag en persoonlijkheid zijn producten van fundamentele
psychologische kenmerken