Samenvatting module 8
Thema 1 – Obstetrie
Anatomie
De vrouwelijke tractus genitalis bestaat uit:
o Inwendige geslachtsorganen, gelegen in het kleine bekken
o Uitwendige genitalia, samen aangeduid als de vulva
o Ondersteunende structuren, zoals:
o Benig bekken
o Ligamenten
o Bekkenbodem
o Perineum
o Vascularisatie
o Innervatie
Het benige bekken
Het benige bekken vormt de anatomische begrenzing van het kleine bekken
en beschermt de bekkenorganen.
Functioneel is het bekken belangrijk omdat het:
o Steun geeft aan de bekkenorganen
o Bescherming biedt aan de genitalia interna
o Doorgang biedt aan bloedvaten en zenuwen
o Aanhechtingsplaats vormt voor spieren en ligamenten
o Tijdens de baring de benige begrenzing van het
geboortekanaal vormt
Vrouwelijk Vascularisatie &
Benig bekken Spieren Perineum
genitaal innervatie
Spina iliaca anterior superior
• ‘Tuber’ = knobbel
• ‘Spina’ = doorn
• ‘Ischiadicum/ischiadica’ = van het zitbeen
Spina ischiadica
Foramen ischiadicum majus
Lig. sacrospinale
Foramen ischiadicum minus
Lig. sacrotuberale
Foramen obturatum
(met membrana obturatoria)
Tuber ischiadicum
9
Bron afbeelding: Netter
,Functioneel zorgt de bekkenbodem voor:
o Ondersteuning van uterus, vagina, blaas en rectum
o Bijdrage aan continentie
o Ondersteuning van de urethra
o Ondersteuning van de anorectale hoek
o Actieve controle over doorgangen in het bekken
o Rekbaarheid tijdens de geboorte
De bekkenbodem is daarmee geen passieve bodem, maar een actief
functionerend spiercomplex.
Perineum
Ovaria
,Fysiologie van de voortplanting
De vrouwelijke voortplanting wordt gereguleerd door een
nauwe samenwerking tussen:
o Hypothalamus
o Hypofyse
o Ovaria
o Tubae uterinae
o Uterus
o Cervix
o Endometrium
Centraal staat de hypothalamus-hypofyse-ovarium as. Deze
hormonale as reguleert de menstruele cyclus, follikelrijping,
ovulatie, voorbereiding van het endometrium op implantatie
en het behoud van een vroege zwangerschap.
De menstruele cyclus duurt gemiddeld 28 dagen. Een
cyclusduur tussen 21 en 35 dagen wordt als normaal
beschouwd en is in de regel ovulatoir. De variatie in
cyclusduur ontstaat vooral door variatie in de folliculaire
fase. De luteale fase is relatief constant en duurt meestal 12
tot 14 dagen.
Hormonale regulatie van de cyclus
De cyclus wordt aangestuurd door de hypothalamus-
hypofyse-ovarium as.
Hypothalamus
De hypothalamus produceert gonadotropin releasing
hormone (GnRH) wordt pulsatiel afgegeven en stimuleert de
hypofysevoorkwab. De frequentie van GnRH pulsen verschilt
per cyclusfase:
o in de folliculaire fase zijn de pulsen korter, 60 tot 90
minuten
o in de luteale fase zijn de pulsen langer, 100 tot 200
minuten
Deze pulsatiliteit is belangrijk. Zonder regelmatige GnRH
pulsen worden FSH en LH onvoldoende afgegeven en kan
normale follikelrijping uitblijven.
Hypofyse
De hypofysevoorkwab produceert onder invloed van GnRH twee belangrijke gonadotrofinen:
o Follikelstimulerend hormoon, FSH stimuleert follikelgroei, rijping van granulosacellen en productie van oestradiol in de
granulosacellen
o Luteïniserend hormoon, LH stimuleert thecacellen in de follikel, productie van androgeenprecursoren, de LH piek
voorafgaand aan ovulatie, luteïnisatie van de follikel na ovulatie en vorming en functie van het corpus luteum
Ovarium
Het ovarium produceert onder invloed van FSH en LH:
o Oestrogenen, vooral oestradiol
o Progesteron
o Inhibine B
Oestrogenen zijn vooral dominant in de folliculaire fase. Progesteron is vooral dominant in de luteale fase. Inhibine B remt de
afgifte van FSH en speelt daardoor een rol bij de selectie van de dominante follikel.
Oöcyten en follikelvoorraad
De ovaria bevatten al tijdens de foetale ontwikkeling een grote voorraad primordiale follikels. Bij een vrouwelijke foetus zijn rond
20 weken zwangerschapsduur ongeveer 7 miljoen primordiale follikels aanwezig. Het grootste deel daarvan verdwijnt door
apoptose. Na de menopauze zijn er geen follikels meer aanwezig.
Tijdens de vruchtbare levensfase zullen ongeveer 400 follikels het stadium van Graafse follikel bereiken. Dat betekent dat maar een
klein deel van de oorspronkelijke follikelvoorraad daadwerkelijk tot ovulatie komt.
Een primordiale follikel bestaat uit:
o Een rustende oöcyt
o Een laag afgeplatte granulosacellen
De ontwikkeling van een primordiale follikel tot een Graafse follikel duurt ongeveer 85 dagen. Dat komt overeen met ongeveer drie
menstruele cycli. De follikel die in een bepaalde cyclus ovuleert, is dus al maanden eerder begonnen met groeien.
, Follikelgroei
De follikelgroei verloopt in twee hoofdfasen:
o Gonadotrofineonafhankelijke groei
In de vroege fase is de follikelgroei nog niet afhankelijk
van FSH of LH. De groei wordt vooral gestuurd door
groeifactoren uit de oöcyt zelf, proliferatie van
granulosacellen en verdere ontwikkeling van
follikelstructuren. De follikel ontwikkelt zich van
primordiale follikel naar primaire, secundaire/pre-antrale
en tertiaire follikel. Hierbij ontstaan onder andere de zona
pellucida, granulosacellen en thecacellen. Pas na ongeveer
drie maanden is de follikel voldoende gevoelig voor FSH.
o Gonadotrofineafhankelijke groei
In de latere fase stimuleert FSH een cohort follikels tot
verdere groei. Meestal wordt één follikel dominant en
groeit uit tot een Graafse follikel; de overige follikels gaan
in atresie. Voor de oestradiolproductie werken theca- en
granulosacellen samen: LH stimuleert thecacellen tot vorming van androsteendion uit cholesterol, waarna FSH-
granulosacellen stimuleert om androsteendion om te zetten in oestradiol. Granulosacellen produceren daarnaast inhibine
B. Dit remt de FSH-afgifte, waardoor niet-dominante follikels onvoldoende stimulatie krijgen en de dominante follikel
verder geselecteerd wordt. Naarmate deze groeit, neemt de productie van oestradiol en inhibine B toe.
De folliculaire fase
De folliculaire fase begint aan het begin van de cyclus, dus vanaf de
menstruatie.
Kenmerken van de folliculaire fase:
o FSH stijgt aan het begin van de cyclus
o Een cohort follikels wordt gerekruteerd
o Eén follikel wordt dominant
o Oestradiolproductie neemt toe
o Het endometrium wordt opnieuw opgebouwd
o Het cervixslijm wordt dunner en beter doorgankelijk
In deze fase is oestradiol het belangrijkste ovariumhormoon.
Oestradiol heeft in eerste instantie negatieve feedback op de
hypofyse en hypothalamus. Daardoor daalt vooral FSH. Dit is
functioneel belangrijk, omdat hierdoor de niet dominante follikels in
atresie gaan. Bij toenemende oestradiolspiegels ontstaat later juist
positieve feedback. Dit leidt tot de LH piek die de ovulatie
veroorzaakt.
Ovulatie
De ovulatie is het moment waarop de oöcyt vrijkomt uit de Graafse
follikel. Voor de ovulatie is een sterke LH-piek nodig. Deze LH-piek
ontstaat door positieve feedback van hoge oestradiolspiegels op de
hypofyse.
De LH-piek veroorzaakt meerdere processen:
o De cumulus oophorus expandeert
o De oöcyt komt vrijer in de follikel te liggen
o De oöcyt voltooit de eerste meiotische deling en gaat
daarna in tweede meiotische arrest
o De Graafse follikel ruptureert en de oöcyt wordt
uitgestoten
o De fimbriae van de tuba uterina vangen de oöcyt op
De ovulatie vindt ongeveer 10 tot 12 uur na de LH en FSH-piek
plaats. De oöcyt is na ovulatie ongeveer 24 uur te bevruchten. Dit
maakt timing van gemeenschap rondom de ovulatie belangrijk.
Luteale fase
Na de ovulatie begint de luteale fase. Deze fase duurt meestal 12
tot 14 dagen. Na de ovulatie verandert de achtergebleven
follikelwand in het corpus luteum. Dit proces heet luteïnisatie en
wordt gestimuleerd door LH.
Tijdens luteïnisatie:
o Wordt de basale membraan tussen granulosa en
thecacellen afgebroken
Thema 1 – Obstetrie
Anatomie
De vrouwelijke tractus genitalis bestaat uit:
o Inwendige geslachtsorganen, gelegen in het kleine bekken
o Uitwendige genitalia, samen aangeduid als de vulva
o Ondersteunende structuren, zoals:
o Benig bekken
o Ligamenten
o Bekkenbodem
o Perineum
o Vascularisatie
o Innervatie
Het benige bekken
Het benige bekken vormt de anatomische begrenzing van het kleine bekken
en beschermt de bekkenorganen.
Functioneel is het bekken belangrijk omdat het:
o Steun geeft aan de bekkenorganen
o Bescherming biedt aan de genitalia interna
o Doorgang biedt aan bloedvaten en zenuwen
o Aanhechtingsplaats vormt voor spieren en ligamenten
o Tijdens de baring de benige begrenzing van het
geboortekanaal vormt
Vrouwelijk Vascularisatie &
Benig bekken Spieren Perineum
genitaal innervatie
Spina iliaca anterior superior
• ‘Tuber’ = knobbel
• ‘Spina’ = doorn
• ‘Ischiadicum/ischiadica’ = van het zitbeen
Spina ischiadica
Foramen ischiadicum majus
Lig. sacrospinale
Foramen ischiadicum minus
Lig. sacrotuberale
Foramen obturatum
(met membrana obturatoria)
Tuber ischiadicum
9
Bron afbeelding: Netter
,Functioneel zorgt de bekkenbodem voor:
o Ondersteuning van uterus, vagina, blaas en rectum
o Bijdrage aan continentie
o Ondersteuning van de urethra
o Ondersteuning van de anorectale hoek
o Actieve controle over doorgangen in het bekken
o Rekbaarheid tijdens de geboorte
De bekkenbodem is daarmee geen passieve bodem, maar een actief
functionerend spiercomplex.
Perineum
Ovaria
,Fysiologie van de voortplanting
De vrouwelijke voortplanting wordt gereguleerd door een
nauwe samenwerking tussen:
o Hypothalamus
o Hypofyse
o Ovaria
o Tubae uterinae
o Uterus
o Cervix
o Endometrium
Centraal staat de hypothalamus-hypofyse-ovarium as. Deze
hormonale as reguleert de menstruele cyclus, follikelrijping,
ovulatie, voorbereiding van het endometrium op implantatie
en het behoud van een vroege zwangerschap.
De menstruele cyclus duurt gemiddeld 28 dagen. Een
cyclusduur tussen 21 en 35 dagen wordt als normaal
beschouwd en is in de regel ovulatoir. De variatie in
cyclusduur ontstaat vooral door variatie in de folliculaire
fase. De luteale fase is relatief constant en duurt meestal 12
tot 14 dagen.
Hormonale regulatie van de cyclus
De cyclus wordt aangestuurd door de hypothalamus-
hypofyse-ovarium as.
Hypothalamus
De hypothalamus produceert gonadotropin releasing
hormone (GnRH) wordt pulsatiel afgegeven en stimuleert de
hypofysevoorkwab. De frequentie van GnRH pulsen verschilt
per cyclusfase:
o in de folliculaire fase zijn de pulsen korter, 60 tot 90
minuten
o in de luteale fase zijn de pulsen langer, 100 tot 200
minuten
Deze pulsatiliteit is belangrijk. Zonder regelmatige GnRH
pulsen worden FSH en LH onvoldoende afgegeven en kan
normale follikelrijping uitblijven.
Hypofyse
De hypofysevoorkwab produceert onder invloed van GnRH twee belangrijke gonadotrofinen:
o Follikelstimulerend hormoon, FSH stimuleert follikelgroei, rijping van granulosacellen en productie van oestradiol in de
granulosacellen
o Luteïniserend hormoon, LH stimuleert thecacellen in de follikel, productie van androgeenprecursoren, de LH piek
voorafgaand aan ovulatie, luteïnisatie van de follikel na ovulatie en vorming en functie van het corpus luteum
Ovarium
Het ovarium produceert onder invloed van FSH en LH:
o Oestrogenen, vooral oestradiol
o Progesteron
o Inhibine B
Oestrogenen zijn vooral dominant in de folliculaire fase. Progesteron is vooral dominant in de luteale fase. Inhibine B remt de
afgifte van FSH en speelt daardoor een rol bij de selectie van de dominante follikel.
Oöcyten en follikelvoorraad
De ovaria bevatten al tijdens de foetale ontwikkeling een grote voorraad primordiale follikels. Bij een vrouwelijke foetus zijn rond
20 weken zwangerschapsduur ongeveer 7 miljoen primordiale follikels aanwezig. Het grootste deel daarvan verdwijnt door
apoptose. Na de menopauze zijn er geen follikels meer aanwezig.
Tijdens de vruchtbare levensfase zullen ongeveer 400 follikels het stadium van Graafse follikel bereiken. Dat betekent dat maar een
klein deel van de oorspronkelijke follikelvoorraad daadwerkelijk tot ovulatie komt.
Een primordiale follikel bestaat uit:
o Een rustende oöcyt
o Een laag afgeplatte granulosacellen
De ontwikkeling van een primordiale follikel tot een Graafse follikel duurt ongeveer 85 dagen. Dat komt overeen met ongeveer drie
menstruele cycli. De follikel die in een bepaalde cyclus ovuleert, is dus al maanden eerder begonnen met groeien.
, Follikelgroei
De follikelgroei verloopt in twee hoofdfasen:
o Gonadotrofineonafhankelijke groei
In de vroege fase is de follikelgroei nog niet afhankelijk
van FSH of LH. De groei wordt vooral gestuurd door
groeifactoren uit de oöcyt zelf, proliferatie van
granulosacellen en verdere ontwikkeling van
follikelstructuren. De follikel ontwikkelt zich van
primordiale follikel naar primaire, secundaire/pre-antrale
en tertiaire follikel. Hierbij ontstaan onder andere de zona
pellucida, granulosacellen en thecacellen. Pas na ongeveer
drie maanden is de follikel voldoende gevoelig voor FSH.
o Gonadotrofineafhankelijke groei
In de latere fase stimuleert FSH een cohort follikels tot
verdere groei. Meestal wordt één follikel dominant en
groeit uit tot een Graafse follikel; de overige follikels gaan
in atresie. Voor de oestradiolproductie werken theca- en
granulosacellen samen: LH stimuleert thecacellen tot vorming van androsteendion uit cholesterol, waarna FSH-
granulosacellen stimuleert om androsteendion om te zetten in oestradiol. Granulosacellen produceren daarnaast inhibine
B. Dit remt de FSH-afgifte, waardoor niet-dominante follikels onvoldoende stimulatie krijgen en de dominante follikel
verder geselecteerd wordt. Naarmate deze groeit, neemt de productie van oestradiol en inhibine B toe.
De folliculaire fase
De folliculaire fase begint aan het begin van de cyclus, dus vanaf de
menstruatie.
Kenmerken van de folliculaire fase:
o FSH stijgt aan het begin van de cyclus
o Een cohort follikels wordt gerekruteerd
o Eén follikel wordt dominant
o Oestradiolproductie neemt toe
o Het endometrium wordt opnieuw opgebouwd
o Het cervixslijm wordt dunner en beter doorgankelijk
In deze fase is oestradiol het belangrijkste ovariumhormoon.
Oestradiol heeft in eerste instantie negatieve feedback op de
hypofyse en hypothalamus. Daardoor daalt vooral FSH. Dit is
functioneel belangrijk, omdat hierdoor de niet dominante follikels in
atresie gaan. Bij toenemende oestradiolspiegels ontstaat later juist
positieve feedback. Dit leidt tot de LH piek die de ovulatie
veroorzaakt.
Ovulatie
De ovulatie is het moment waarop de oöcyt vrijkomt uit de Graafse
follikel. Voor de ovulatie is een sterke LH-piek nodig. Deze LH-piek
ontstaat door positieve feedback van hoge oestradiolspiegels op de
hypofyse.
De LH-piek veroorzaakt meerdere processen:
o De cumulus oophorus expandeert
o De oöcyt komt vrijer in de follikel te liggen
o De oöcyt voltooit de eerste meiotische deling en gaat
daarna in tweede meiotische arrest
o De Graafse follikel ruptureert en de oöcyt wordt
uitgestoten
o De fimbriae van de tuba uterina vangen de oöcyt op
De ovulatie vindt ongeveer 10 tot 12 uur na de LH en FSH-piek
plaats. De oöcyt is na ovulatie ongeveer 24 uur te bevruchten. Dit
maakt timing van gemeenschap rondom de ovulatie belangrijk.
Luteale fase
Na de ovulatie begint de luteale fase. Deze fase duurt meestal 12
tot 14 dagen. Na de ovulatie verandert de achtergebleven
follikelwand in het corpus luteum. Dit proces heet luteïnisatie en
wordt gestimuleerd door LH.
Tijdens luteïnisatie:
o Wordt de basale membraan tussen granulosa en
thecacellen afgebroken