Samenvatting Management:
Periode 1, Tentamen 1
H1.H2.H3.H8 helemaal
(1.3/ 3.4 en 10.6 Niet belangrijk)
(schuingedrukte = doorlezen)
H4, H9, H10 deels
Glenn Meuldijk
1
, Hoofdstuk 1, Organisatiekunde
1.1
Organisatie
Organisatie = menselijke samenwerk die doelgericht en blijvend is
Menselijke factor
Samenwerkingsvorm
Doelgerichtheid
Continuïteit (going concern gedachte)
Synergie effect:
Resultaat van totale samenwerking is groter dan optelling van individuele resultaten.
(1+1 = 3)
Hoofddoelstellingen van een organisatie:
Intern: continuïteit
Extern: voorzien in maatschappelijke behoeften
Verschillen van het begrip “organisatie”:
Functioneel organisatie begrip = het werkwoord “organiseren”
Institutioneel organisatie begrip = als object (naam/vestiging)
Instrumenteel organisatie begrip = organiseren binnen de organisatie (afdelingen,
divisies, managementlagen enz)
1.2
Organisatie, bedrijf en onderneming
Bedrijf = Een organisatie die goederen en/of diensten voortbrengt, met het doel deze op
een afzetmarkt te verkopen. Er zijn bedrijven met en zonder winstoogmerk
Onderneming = Een onderneming is een bedrijf die altijd gericht is op het maken van
winst
Bedrijven:
Met winst oogmerk (onderneming) zonder winstoogmerk
Organisatie
Bedrijf
Onderneming
2
, 1.4
Productiviteit, effectiviteit en efficiëntie
Productiviteit:
Verhouding tussen bereikte resultaat en de daarvoor gebrachte offers
Effectiviteit
Verhouding tussen bereikte resultaat en het norm resultaat (resultaat dat men eigenlijk
moet bereiken
(Wat wil je bereiken? Bereik ik wat ik wil bereiken?)
Effectiviteit = Werkelijke resultaat
Norm resultaat
Efficiëntie:
Verhouding tussen normoffers die men mocht brengen en gebrachte offers
(Minimale inzet van de middelen)
Efficiëntie = Norm offer
Werkelijke offer
1.5
Waarom organisatietheorieën?:
1. Theorieën zijn een leidraad bij beslissingen
2. Theorieën vormen onze visies op organisaties
3. Theorieën maken ons bewust van de omgeving van het bedrijf
4. Theorieën zijn een bron van nieuwe ideeën
3
Periode 1, Tentamen 1
H1.H2.H3.H8 helemaal
(1.3/ 3.4 en 10.6 Niet belangrijk)
(schuingedrukte = doorlezen)
H4, H9, H10 deels
Glenn Meuldijk
1
, Hoofdstuk 1, Organisatiekunde
1.1
Organisatie
Organisatie = menselijke samenwerk die doelgericht en blijvend is
Menselijke factor
Samenwerkingsvorm
Doelgerichtheid
Continuïteit (going concern gedachte)
Synergie effect:
Resultaat van totale samenwerking is groter dan optelling van individuele resultaten.
(1+1 = 3)
Hoofddoelstellingen van een organisatie:
Intern: continuïteit
Extern: voorzien in maatschappelijke behoeften
Verschillen van het begrip “organisatie”:
Functioneel organisatie begrip = het werkwoord “organiseren”
Institutioneel organisatie begrip = als object (naam/vestiging)
Instrumenteel organisatie begrip = organiseren binnen de organisatie (afdelingen,
divisies, managementlagen enz)
1.2
Organisatie, bedrijf en onderneming
Bedrijf = Een organisatie die goederen en/of diensten voortbrengt, met het doel deze op
een afzetmarkt te verkopen. Er zijn bedrijven met en zonder winstoogmerk
Onderneming = Een onderneming is een bedrijf die altijd gericht is op het maken van
winst
Bedrijven:
Met winst oogmerk (onderneming) zonder winstoogmerk
Organisatie
Bedrijf
Onderneming
2
, 1.4
Productiviteit, effectiviteit en efficiëntie
Productiviteit:
Verhouding tussen bereikte resultaat en de daarvoor gebrachte offers
Effectiviteit
Verhouding tussen bereikte resultaat en het norm resultaat (resultaat dat men eigenlijk
moet bereiken
(Wat wil je bereiken? Bereik ik wat ik wil bereiken?)
Effectiviteit = Werkelijke resultaat
Norm resultaat
Efficiëntie:
Verhouding tussen normoffers die men mocht brengen en gebrachte offers
(Minimale inzet van de middelen)
Efficiëntie = Norm offer
Werkelijke offer
1.5
Waarom organisatietheorieën?:
1. Theorieën zijn een leidraad bij beslissingen
2. Theorieën vormen onze visies op organisaties
3. Theorieën maken ons bewust van de omgeving van het bedrijf
4. Theorieën zijn een bron van nieuwe ideeën
3