College 1
● Poëzie is niet te definiëren op grond van tekstkenmerken, al komen we heel ver als we het principe van de versregel hanteren.
● Poëzie kun je het beste begrijpen als concept, dus als een begrip om de werkelijkheid te ordenen.
● Maar: op het niveau van het taalgebruik vinden we wel verschijnselen die bijdragen aan het speciale effect van poëtische
teksten.
● Die verschijnselen kunnen zowel in poëzie als in proza voorkomen (want er is geen waterdicht onderscheid tussen beide).
● We spreken dan van de poëtische functie van taalgebruik: als een taaluiting oriënteert zich op de vorm van de boodschap,
bijvoorbeeld: Blij met bier uit blik (reclameslogan, jaren tachtig 20e eeuw).
● De poëtische functie is een vorm van foregrounding: een taaluiting valt op (komt op de voorgrond te staan) doordat het op een
of andere manier afwijkt van wat normaal is of van wat je verwacht. Bijvoorbeeld: “ Groenteman, heeft u twee broodjes haring
voor mij?”
● Iconiciteit de vorm van het (taal)teken weerspiegelt iets van de inhoud. Bijvoorbeeld de typografie: Jan Arends, “Ik schrijf
gedichten” (lange dunne boom)
,CONCLUSIES
● Tussen poëzie en proza kan op grond van het taalgebruik geen principieel onderscheid gemaakt worden.
● Er zijn op het niveau van het taalgebruik wel verschijnselen die bijdragen aan het speciale effect van poëzie.
● We spreken dan van de poëtische functie van taalgebruik.
● De poëtische functie is een vorm van foregrounding.
● In poëzie is foregrounding een signaal om extra betekenis toe te kennen.
● Als de vorm (iets van) de inhoud weerspiegelt spreken we van iconiciteit.
, College 2
Poëtische functie van als een taaluiting oriënteert zich op de vorm van de boodschap
taalgebruik
Foregrounding taaluiting die afwijkt op het gebied van de vorm
Niveaus bij foregrounding Typografisch, Klank, Woord, Woordvorming, Zinsstructuur, Betekenis, Tekst
Twee principes brengen de Deviatie: een afwijking, (bakker, heeft u 2 haring voor mij?)
poëtische orde door middel Equivalentie: herhaling van verwante kenmerken waardoor er een vast patroon ontstaat.
van foregrounding tot stand: (Blij met Bier uit Blik)
Iconiciteit De vorm weerspiegelt iets van de inhoud
Voorbeeld: gedicht over dunne bomen, omarmd gedicht over gevangen zijn
Poëtische orde de secundaire orde die naast de primaire orde, de gewone ordening van de taal, bestaat
Lyriek monologische taalsituatie
Epiek ingebedde taalsituatie
Dramatiek dialogische taalsituatie
● Poëzie is niet te definiëren op grond van tekstkenmerken, al komen we heel ver als we het principe van de versregel hanteren.
● Poëzie kun je het beste begrijpen als concept, dus als een begrip om de werkelijkheid te ordenen.
● Maar: op het niveau van het taalgebruik vinden we wel verschijnselen die bijdragen aan het speciale effect van poëtische
teksten.
● Die verschijnselen kunnen zowel in poëzie als in proza voorkomen (want er is geen waterdicht onderscheid tussen beide).
● We spreken dan van de poëtische functie van taalgebruik: als een taaluiting oriënteert zich op de vorm van de boodschap,
bijvoorbeeld: Blij met bier uit blik (reclameslogan, jaren tachtig 20e eeuw).
● De poëtische functie is een vorm van foregrounding: een taaluiting valt op (komt op de voorgrond te staan) doordat het op een
of andere manier afwijkt van wat normaal is of van wat je verwacht. Bijvoorbeeld: “ Groenteman, heeft u twee broodjes haring
voor mij?”
● Iconiciteit de vorm van het (taal)teken weerspiegelt iets van de inhoud. Bijvoorbeeld de typografie: Jan Arends, “Ik schrijf
gedichten” (lange dunne boom)
,CONCLUSIES
● Tussen poëzie en proza kan op grond van het taalgebruik geen principieel onderscheid gemaakt worden.
● Er zijn op het niveau van het taalgebruik wel verschijnselen die bijdragen aan het speciale effect van poëzie.
● We spreken dan van de poëtische functie van taalgebruik.
● De poëtische functie is een vorm van foregrounding.
● In poëzie is foregrounding een signaal om extra betekenis toe te kennen.
● Als de vorm (iets van) de inhoud weerspiegelt spreken we van iconiciteit.
, College 2
Poëtische functie van als een taaluiting oriënteert zich op de vorm van de boodschap
taalgebruik
Foregrounding taaluiting die afwijkt op het gebied van de vorm
Niveaus bij foregrounding Typografisch, Klank, Woord, Woordvorming, Zinsstructuur, Betekenis, Tekst
Twee principes brengen de Deviatie: een afwijking, (bakker, heeft u 2 haring voor mij?)
poëtische orde door middel Equivalentie: herhaling van verwante kenmerken waardoor er een vast patroon ontstaat.
van foregrounding tot stand: (Blij met Bier uit Blik)
Iconiciteit De vorm weerspiegelt iets van de inhoud
Voorbeeld: gedicht over dunne bomen, omarmd gedicht over gevangen zijn
Poëtische orde de secundaire orde die naast de primaire orde, de gewone ordening van de taal, bestaat
Lyriek monologische taalsituatie
Epiek ingebedde taalsituatie
Dramatiek dialogische taalsituatie