Samenvatting Filosofie
Hoofdstuk 3: Sociale Filosofie
Paragraaf 1: De ideale samenleving
Wat is de ideale samenleving? Op wat voor manier willen we samenleven? Door
elkaar zoveel mogelijk vrij te laten, of door alles samen te doen? Welke regels
moeten er opgesteld worden? Wie is de baas?
Utopia
1516: Thomas More schreef het Utopia.
Utopia= Eutopia > goede plaats/ outopia > plaats die niet bestaat. Het staat dus
voor een uitdrukking voor een ideale samenleving (overvloed van eten en alles is tot
in de puntjes geregeld) en een samenleving die niet bestaat (geen voedsel,
bedelaars..)
De utopie van Francis Bacon is echter vol technologische vooruitgang: Iedereen
verschilt daarover van mening. Begin 20e eeuw komt er een tegenstroming: via anti-
utopieën wordt getoond dat utopische gedachten kunnen leiden tot een
onderdrukkend regime.
Volgens sommige filosofen is er na het instorten van het communisme ook een eind
gekomen aan utopieën.
Het maatschappelijk contract
Maatschappelijk contract= een symbolische overeenstemming van een groep
mensen om zich te onderwerpen aan een staat.
Staatsmacht wordt niet door God bepaalt, het volk stemt zelf in met de vorm
waarin het geregeerd wordt. Voordat het contract er is, bevindt men zich in de
natuurtoestand. Hier hebben verschillende filosofen verschillende theorieën
over, hoe ziet de natuurtoestand eruit en hoe komt het maatschappelijk contract
tot stand?
Drie visies van filosofen:
Thomas Hobbes:
˃ Pessimistisch mensbeeld; elk mens is gericht op zelfbehoud en handelt om
die reden puur egoïstisch: “de mens is voor de mens als een wolf”. (“Homo
homini lupusest”).
˃ Iedereen is gelijk en mag doen wat hij wil.
˃ Natuurtoestand: algemene schaarste aan goederen. Gevolg hiervan:
iedereen wordt een vijand van iedereen: ‘ontstaat een oorlog van allen tegen
allen’.
˃ A-moreel; geen regels/wetten: “recht van de sterkste”
˃ “Welbegrepen eigen belangen” -> lijdt tot een contract.
˃ Contract: - vrijheid (vd burgers) inleveren in ruil voor veiligheid (overheid). De
overheid heeft absolute macht. Wel sprake van staatsgezag.
Hoofdstuk 3: Sociale Filosofie
Paragraaf 1: De ideale samenleving
Wat is de ideale samenleving? Op wat voor manier willen we samenleven? Door
elkaar zoveel mogelijk vrij te laten, of door alles samen te doen? Welke regels
moeten er opgesteld worden? Wie is de baas?
Utopia
1516: Thomas More schreef het Utopia.
Utopia= Eutopia > goede plaats/ outopia > plaats die niet bestaat. Het staat dus
voor een uitdrukking voor een ideale samenleving (overvloed van eten en alles is tot
in de puntjes geregeld) en een samenleving die niet bestaat (geen voedsel,
bedelaars..)
De utopie van Francis Bacon is echter vol technologische vooruitgang: Iedereen
verschilt daarover van mening. Begin 20e eeuw komt er een tegenstroming: via anti-
utopieën wordt getoond dat utopische gedachten kunnen leiden tot een
onderdrukkend regime.
Volgens sommige filosofen is er na het instorten van het communisme ook een eind
gekomen aan utopieën.
Het maatschappelijk contract
Maatschappelijk contract= een symbolische overeenstemming van een groep
mensen om zich te onderwerpen aan een staat.
Staatsmacht wordt niet door God bepaalt, het volk stemt zelf in met de vorm
waarin het geregeerd wordt. Voordat het contract er is, bevindt men zich in de
natuurtoestand. Hier hebben verschillende filosofen verschillende theorieën
over, hoe ziet de natuurtoestand eruit en hoe komt het maatschappelijk contract
tot stand?
Drie visies van filosofen:
Thomas Hobbes:
˃ Pessimistisch mensbeeld; elk mens is gericht op zelfbehoud en handelt om
die reden puur egoïstisch: “de mens is voor de mens als een wolf”. (“Homo
homini lupusest”).
˃ Iedereen is gelijk en mag doen wat hij wil.
˃ Natuurtoestand: algemene schaarste aan goederen. Gevolg hiervan:
iedereen wordt een vijand van iedereen: ‘ontstaat een oorlog van allen tegen
allen’.
˃ A-moreel; geen regels/wetten: “recht van de sterkste”
˃ “Welbegrepen eigen belangen” -> lijdt tot een contract.
˃ Contract: - vrijheid (vd burgers) inleveren in ruil voor veiligheid (overheid). De
overheid heeft absolute macht. Wel sprake van staatsgezag.