Leerdoelen kennislijn module De gemeenschap
Les 1 t/m 6. 7 en 8 ontbreken.
Periode 1 De maatschappelijke opdracht
Leerdoel 1: Je kent het autonome en zorgende mensbeeld en de mensbeelden van Hobbes en Rousseau.
Leerdoel 2: Je kunt verschillende doelen van het sociaal werk omschrijven.
Leerdoel 3: Je weet dat wetenschappelijke disciplines binnen het sociaal werk belangrijk zijn.
Leerdoel 4: Je kunt uitleggen dat de rol van de sociaal werker door een paradigmashift verandert.
Leerdoel 5: Je kunt de ontwikkeling van defectparadigma naar ontwikkelingsparadigma naar burgerschapsparadigma
omschrijven met behulp van het model van Van Gennep.
Leerdoel 6: Je weet wat de beroepscode is, waarom je deze als sociaal werker moet gebruiken en hoe deze zich
verhoudt tot de WGBO.
Leerdoel 7: Je weet wat het belang is van de vermogensbenadering voor de sociaal werker.
Leerdoel 8: Je weet wat het belang is van positieve gezondheid voor de sociaal werker.
Leerdoel 9: Je kunt relevante waarden uitleggen die ten grondslag liggen aan het sociaal werk.
Leerdoel 10: Je kan de vijf cliëntenrechten (recht op informatie, recht op toestemming, dossiervorming, second
opinion en privacy) uit de WGBO toepassen.
Leerdoel 11: Je weet hoe socialisatieprocessen ten grondslag liggen aan vorming van identiteit.
Leerdoel 12: Je kunt het belang van veld, habitus en kapitaal benoemen in de context van het sociaal werk.
Periode 2 Sociale kwaliteit
Leerdoel 13: Je weet wat sociale kwaliteit is en je weet wat de voorwaarden zijn voor sociale kwaliteit.
Leerdoel 14: Je kan de juridische bevoegdheden herkennen die een ouder heeft.
Leerdoel 15: Je weet hoe een mensbeeld van invloed is op de opvoeding.
Leerdoel 16: Je kunt de invloed van sociaal-economische omstandigheden beschrijven.
Leerdoel 17: Je kent de theorie van Durkheim over sociale cohesie.
Leerdoel 18: Je kent de theorie over leefwereld, systeemwereld en het driewereldenmodel van Jurgen Habermas.
Leerdoel 19: Je kent relevante sociale wetgeving voor het sociaal werk.
Leerdoel 20: Je kent de verschillende machtsstructuren in de samenleving.
Leerdoel 21: Je kent verschillende machtsstructuren binnen relaties.
Leerdoel 22: Je kan de invloed van verschillende netwerken op het individu beschrijven.
Leerdoel 23: Je kent de juridische aspecten rondom echtscheiding.
Leerdoel 24: Je bent je bewust van de grenzen van autonomie.
1
Begrippenlijst / doelenlijst Kennislijn
, 2
Leerdoel 25: Je kent de juridische aspecten van de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling
2
Begrippenlijst / doelenlijst Kennislijn