cardiovasculaire systeem
Het cardiovasculaire systeem heeft een aantal belangrijke functies in het lichaam. De belangrijkste
cardiovasculaire functies kunnen verdeeld worden in zes categorieën:
Afgifte van zuurstof en andere nutriënten
Verwijdering van kooldioxide
Transport van hormonen
Thermoregulatie
Handhaven van het zuur-basenevenwicht en van de waterhuishouding
Afweerfunctie
Het hart heeft twee atria (boezems) die optreden als ontvangstkamers en twee ventrikels (kamers)
die optreden als pompeenheden. Het bloed dat door het lichaam heeft gecirculeerd en zuurstof en
voedingstoffen heeft afgeleverd en afvalproducten opgenomen, keert terug naar het hart door de
grote venen naar het rechteratrium. Het rechteratrium ontvangt al het zuurstofarme bloed uit het
lichaam.
Het bloed volgt zijn weg daarna als volgt; het bloed wat in de rechteratrium zit gaat via de
tricuspidalklep naar de rechterventrikel. Vanuit daar gaat het bloed naar de longslagader (die is
zuurstof arm) die het bloed naar de rechter en linker long brengt. Na een verse voorraad zuurstof te
hebben ontvangen, verlaat het bloed de longen door de longvenen Die brengen het terug naar het
hart, het linke atrium in. Vanuit daar gaat het bloed via de mitralisklep het linker ventrikel in. Het
bloed verlaat het linker ventrikel via de aortaklep, de aorta in.
Functies van alle gedeeltes van het hart:
SA knoop; Hier ontstaat de impuls voor het hart. Een groep gespecialiseerde hartspiervezels
die zich in de posteriore wand van het rechteratrium bevinden. Deze gespecialiseerde cellen
depolariseren spontaan en op een hoger tempo dan andere hartspiercellen omdat ze erg
veel natrium ‘lekken’.
AV knoop; Deze bevindt zich in het linker atrium. De door de SA-knoop opgewekte
elektrische impuls verspreidt zich over beide atria. Als de impuls zich verspreidt door de atria
krijgen die het signaal om te contraheren. De AV-knoop geleidt de impuls van de atria de
, ventrikels binnen. De impuls word ongeveer 0,13 seconden vertraagd als hij de AV knoop
passeert, waarna hij de AV-bundel binnen gaat. Deze vertraging maakt het mogelijk dat het
bloed volledig uit de atria naar de ventrikels gaat, en de vulling van de ventrikels maximaal is,
voordat de ventrikels contraheren.
AV bundel; De AV-bundel zorg voor de geleiding van de impuls naar de bundeltakken, zodat
uiteindelijk de kamers gaan samen knijpen.
Purkinje-vezels; Zij geven de impuls door naar de ventrikels met snelheid die ongeveer zes
keer hoger ligt dan in de rest van het cardiale geleidingssysteem.
Linker atrium; Hier komt het zuurstofrijke bloed binnen via de longader.
Rechter atrium; Hier komt het zuurstof loze bloed binnen via de onderste- en bovenste
venen.
Bundeltakken; Deze vertakkingen zenden de impuls naar de apex (punt van hart) en dan
buitenwaarts.
De P-golf geeft de depolarisatie van de atria weer en vindt plaats als de elektrische impuls
van de SA-knoop door de atria naar de AV-knoop gaat.
Het QRS-complex geeft de ventriculaire depolarisatie weer en treedt op als de impuls zich
verspreidt van de AV-bundel naar de purkinje-vezels en door de ventrikels.
ST-segment. Dit is de repolarisatie van de ventrikels. Dit noemt men ook wel de herstelfase.
De T-golf geeft de ventriculaire repolarisatie weer.
PR-interval. In dit interval wordt er voor gezorgd dat de prikkel van de boezem naar de kamer
gaat. Dit is dus de tijd dat de impuls in de AV-knoop (0,13-0,20 sec) wordt vertraagd.
QT-interval is de depolarisatie en de repolarisatie van de ventrikels.
De repolarisatie van de atria kan niet worden gezien, aangezien ze optreedt tijdens de
ventriculaire depolarisatie, ook wel het QRS-complex genoemd.
Het parasympatische zenuwstelsel is het deel van het autonome zenuwstelsel dat de organen
zodanig beïnvloedt dat het lichaam in een toestand van rust en herstel kan komen.
Het sympathische zenuwstelsel is het deel van het autonome zenuwstelsel dat de organen zodanig
beïnvloedt dat het lichaam arbeid kan verrichten.
, Het vasculaire systeem bestaat ui een serie vaten die bloed transporteren van het hart naar de
weefsels en weer terug:
Arteriën zijn grote, gespierde en de elastische vaten zij brengen het bloed altijd weg van het
hart naar de arteriolen. (de arteriën zijn vertakkingen van de aorta).
De arteriolen zijn weer vertakkingen van de arteriën. De arteriolen zijn de plaats waar de
circulatie het meest geregeld wordt door het sympathische systeem, daarom worden de
arteriolen soms de weerstandvaten genoemd.
Van de arteriolen komt het bloed de capillairen binnen, de kleinste vaten, met wanden van
slechts een cel dik. Praktisch alle uitwisselingen tussen bloed en weefsels vindt in de
capillairen plaats.
De terugreis van het bloed naar het hart begint bij de venulen.
De venulen vormen grotere vaten, de venen.
De arteriële bloeddruk wordt uitgedrukt met twee getallen, de systolische bloeddruk (SBD) en de
diastolische bloeddruk (DBD). De SBD ontstaat doordat de kamers samen knijpen en het bloed in de
aorta komt, dus dan heb je een hoge druk. De DBD is de druk die ontstaat wanneer het hart zich vult,
de druk in de slagaders daalt dan.
Vasodilatatie is het verwijden van de bloedvaten door de aanwezige spieren. De functie is om de
bloeddruk te verlagen Dit kan nodig zijn bijv. bij een hoge omgevingstempratuur (dan kan je warmte
afstaan).
Vasoconstrictie is het vernauwen van de bloedvaten door de naar aanwezig spieren. De functie van
vasoconstrictie is onder andere het verhogen van de bloeddruk.
Bloedvolume en bloedsamenstelling
- Mannen 5 tot 6 liter
- Vrouwen 4 tot 5 liter
- Bloed is samengesteld uit plasma en vaste deeltjes
- Plasma neemt normaal ongeveer 55 tot 60 % van het bloedvolume in.
- Ongeveer 90% van het plasmavolume is water, 7% is plasma-eiwit en de overblijvende 3%
wordt gevormd door de cel nutriënten, elektrolyten, enzymen, hormonen, antilichamen en
afvalstoffen.
- De vaste deeltjes (40 tot 50%) zijn de rode bloedcellen (erytrocyten), witte bloedcellen
(leukocyten) en de bloedplaatjes (trombocyten).
- Rode bloedcellen 99% en de bloedplaatjes + witte bloedcellen samen maar 1%.
Risicofactoren hart- en vaatziekten
- Diabetes
- Overgewicht
- Stress
- Voeding
- Slagaderverkalking
De voorbeeldvragen;
1. Het linker atrium loopt tijdens haar systolische fase vol met bloed.