BB vragen marketing
1. Welke van de volgende uitspraken is typerend voor een organisatie met
een “marketinggeoriënteerde” benadering?
a. “Een goed en betrouwbaar product verkoopt zichzelf”
b. “Men kan alle producten afzetten als men er maar voldoende aan reclame- en
verkoopondersteuning voor doet”
c. “Een product is pas goed wanneer het voldoet aan de wensen van de
markt”
d. “Efficiency bij het vervaardigen van het product biedt de meeste kansen op
een blijvend concurrentievoordeel”
2. Het marktaandeel is:
a. Cumulatieve penetratiegraad x herhalingsaankooppercentage x
verbruiksintensiteitsindex
b. Cumulatieve penetratiegraad x gebruiksfrequentie x verbruiksintensiteitsindex
c. Penetratiegraad x gebruiksfrequentie x herhalingsaankooppercentage x
verbruiksintensiteitsindex
d. De verhouding tussen het gemiddelde verbruik van een bepaald merk
ten opzichte van het gemiddelde gebruik van de productsoort (alle
merken samen)
3. De analyse van de concurrenten behoort tot de:
a. Macro- analyse
b. Meso- analyse
c. Micro- analyse
d. Mega- analyse
4. Bij een heterogeen oligopolie is er sprake van:
a. Veel aanbieders en een heterogeen product
b. Eén aanbieder en een heterogeen product
c. Weinig aanbieders en een heterogeen product
d. Veel vragers en veel aanbieders
5. De Arbowetgeving is voor veel ondernemers een vervelende bijkomstigheid die
veel tijd en geld kost. Voor deze ondernemers is de Arbowetgeving een:
a. Meso-omgevingsfactor
b. Macro-omgevingsfactor
c. Micro-omgevingsfactor
d. Interne omgevingsfactor
6. Een producent van soepen heeft veel ervaring op de consumentenmarkt. Na
een marktonderzoek besluit de directie een reclamecampagne te gaan voeren
om de naamsbekendheid van het product te vergroten. Dit bedrijf werkt:
a. Product- of productiegericht
b. Verkoopgericht
c. Marketinggericht
d. Maatschappelijk- marketinggericht
7. Pinchitos, een nieuwe snack, blijkt een succes te zijn. De productmanager
krijgt, zes weken na de introductie de volgende gegevens van het
marktonderzoekbureau:
De geholpen merkbekendheid is 75%
De spontane merkbekendheid is 22%
, De cumulatieve penetratie bedraagt 30%
Het herhalingsaankooppercentage is 80%
De gebruiksintensiteit is 1,3
Helemaal in zijn nopjes met dit succes, rekent de productmanager uit wat het
marktaandeel van Pinchitos bedraagt. Wat is de uitkomst (afgerond):
a. 6,9%
b. 22,5%
c. 22,9%
d. 31,2%
8. Een leverancier van sinaasappelenpersen introduceert een nieuw model om de
verkoop te stimuleren. Tot welk marketingbeleid wordt deze actie gerekend?
a. Het productbeleid
b. Het promotiebeleid
c. Het verkoopbeleid
d. Het prijsbeleid
9. De penetratiegraad van stoomovens is 5%. Dit betekent dat 5% van
het marktpotentieel (alle gezinnen in Nederland):
a. In het afgelopen jaar een stoomoven heeft aangeschaft
b. Van plan is stoomoven te gaan kopen
c. Een stoomoven bezit
d. Een stoomoven onmisbaar vindt bij het bereiden van gerechten
10. Welke van de onderstaande ontwikkelingen is een onderdeel van de micro-
omgeving?
a. Verhoogde druk van de concurrentie
b. Veranderende prijzen bij de leverancier
c. Stijging van het aantal huishoudens
d. Verbetering van het marktbeleid
1. Welke van de volgende uitspraken is typerend voor een organisatie met
een “marketinggeoriënteerde” benadering?
a. “Een goed en betrouwbaar product verkoopt zichzelf”
b. “Men kan alle producten afzetten als men er maar voldoende aan reclame- en
verkoopondersteuning voor doet”
c. “Een product is pas goed wanneer het voldoet aan de wensen van de
markt”
d. “Efficiency bij het vervaardigen van het product biedt de meeste kansen op
een blijvend concurrentievoordeel”
2. Het marktaandeel is:
a. Cumulatieve penetratiegraad x herhalingsaankooppercentage x
verbruiksintensiteitsindex
b. Cumulatieve penetratiegraad x gebruiksfrequentie x verbruiksintensiteitsindex
c. Penetratiegraad x gebruiksfrequentie x herhalingsaankooppercentage x
verbruiksintensiteitsindex
d. De verhouding tussen het gemiddelde verbruik van een bepaald merk
ten opzichte van het gemiddelde gebruik van de productsoort (alle
merken samen)
3. De analyse van de concurrenten behoort tot de:
a. Macro- analyse
b. Meso- analyse
c. Micro- analyse
d. Mega- analyse
4. Bij een heterogeen oligopolie is er sprake van:
a. Veel aanbieders en een heterogeen product
b. Eén aanbieder en een heterogeen product
c. Weinig aanbieders en een heterogeen product
d. Veel vragers en veel aanbieders
5. De Arbowetgeving is voor veel ondernemers een vervelende bijkomstigheid die
veel tijd en geld kost. Voor deze ondernemers is de Arbowetgeving een:
a. Meso-omgevingsfactor
b. Macro-omgevingsfactor
c. Micro-omgevingsfactor
d. Interne omgevingsfactor
6. Een producent van soepen heeft veel ervaring op de consumentenmarkt. Na
een marktonderzoek besluit de directie een reclamecampagne te gaan voeren
om de naamsbekendheid van het product te vergroten. Dit bedrijf werkt:
a. Product- of productiegericht
b. Verkoopgericht
c. Marketinggericht
d. Maatschappelijk- marketinggericht
7. Pinchitos, een nieuwe snack, blijkt een succes te zijn. De productmanager
krijgt, zes weken na de introductie de volgende gegevens van het
marktonderzoekbureau:
De geholpen merkbekendheid is 75%
De spontane merkbekendheid is 22%
, De cumulatieve penetratie bedraagt 30%
Het herhalingsaankooppercentage is 80%
De gebruiksintensiteit is 1,3
Helemaal in zijn nopjes met dit succes, rekent de productmanager uit wat het
marktaandeel van Pinchitos bedraagt. Wat is de uitkomst (afgerond):
a. 6,9%
b. 22,5%
c. 22,9%
d. 31,2%
8. Een leverancier van sinaasappelenpersen introduceert een nieuw model om de
verkoop te stimuleren. Tot welk marketingbeleid wordt deze actie gerekend?
a. Het productbeleid
b. Het promotiebeleid
c. Het verkoopbeleid
d. Het prijsbeleid
9. De penetratiegraad van stoomovens is 5%. Dit betekent dat 5% van
het marktpotentieel (alle gezinnen in Nederland):
a. In het afgelopen jaar een stoomoven heeft aangeschaft
b. Van plan is stoomoven te gaan kopen
c. Een stoomoven bezit
d. Een stoomoven onmisbaar vindt bij het bereiden van gerechten
10. Welke van de onderstaande ontwikkelingen is een onderdeel van de micro-
omgeving?
a. Verhoogde druk van de concurrentie
b. Veranderende prijzen bij de leverancier
c. Stijging van het aantal huishoudens
d. Verbetering van het marktbeleid