Maatschappijleer hoofdstuk 5 verzorgingsstaat
1. wat is een verzorgingsstaat?
Verzorgingsstaat: een staat met een overheid die zich actief bemoeit met de welvaart en
welzijn van haar inwoners.
-> kern verzorgingsstaat, solidariteitsgedachte: bereidheid in een groep of samenleving om
risico’s met elkaar te delen.
Verzorgingsstaat steunt op 3 pijlers:
-sociale zekerheid: het betalen van belasting en premies om voorzieningen zoals de AOW
(algemene ouderdomswet) en kinderbijslag te kunnen betalen.
-> sociale zekerheidsstelsel: alle uitkeringen die mensen verzekeren van een inkomen bij
werkloosheid, ziekte, ouderdom of arbeidsongeschiktheid.
-goed onderwijs: een goede opleiding is de basis om je talenten te ontplooien en je weg te
vinden in de samenleving. Ook bereidt het kinderen en jongeren voor op de arbeidsmarkt.
-goede gezondheidszorg: de overheid betaalt voor een belangrijk deel de kosten van de
gezondheidszorg. Vooral medische zorg en langdurige zorg en verpleging.
Sociale rechtsstaat: mensen moeten gelijke kansen hebben om een menswaardig bestaan te
leiden en zichzelf te kunnen ontwikkelen.
-> overheid heeft duidelijke taak.
Belangrijkste sociale grondrechten:
-voldoende werkgelegenheid (art. 19)
-bestaanszekerheid en spreiding van welvaart (art. 20)
-volksgezondheid en voldoende woongelegenheid (art. 22)
-goed onderwijs (art. 23)
Burgers in een verzorgingsstaat hebben naast deze rechten ook plichten zoals:
-sollicitatieplicht: iemand heeft alleen recht op een uitkering als hij actief opzoek is naar
werk. En als dit aangeboden wordt moet dit geaccepteerd worden.
-plicht om premies te betalen voor verzekeringen bijvoorbeeld, AOW en de WW.
, In de verzorgingsstaat hebben we drie hoofdrolspelers:
Burgers:
-in Nederland wordt verwacht dat iedereen in eerste instantie voor zichzelf zorgt. Je bent
dus zelf verantwoordelijk voor het hebben van een huis en de opvoeding van je kinderen etc.
-maar de overheid moet er wel voor zorgen dat er genoeg huizen/banen zijn etc. (sociale
grondrechten)
Overheid:
-verantwoordelijk voor collectieve voorzieningen zoals onderwijs, zorg en uitkeringen.
-> alle zaken die we niet zelf kunnen regelen. (basis voor deze voorzieningen is solidariteit.)
-stimuleren werkgelegenheid: door bijvoorbeeld subsidies uit te keren en/of belastingen en
premies te betalen.
-zorgen voor goede arbeidsomstandigheden en -voorwaarden. Door bijvoorbeeld de
Arbowet (arbeidsomstandigheden)
-bevorderen welzijn mensen door bijvoorbeeld sportverenigingen en bibliotheken te
subsidiëren. -> makkelijker in contact komen met mensen etc. doordat de lidmaatschappen
betaalbaar zijn.
Werknemers en werkgeversorganisaties:
-grootste deel kosten overheid betaalt door werknemers en werkgevers.
-om op te komen voor hun belangen -> vakbonden: organisaties die de collectieve en
individuele belangen van werknemers behartigt.
-> doel is arbeidsvoorwaarden te verbeteren.
-> als vakbonden samenwerken spreken we van een vakcentrale bijvoorbeeld, de federatie
Nederlandse vakbeweging (FNV)
-werkgeversorganisaties en vakcentrales samen -> sociale partners: verantwoordelijk voor
het maken van afspraken die voor alle werknemers en werkgevers gelden.
Sociale partners vaak niet met elkaar eens vanwege verschillen in belangen. -> acties zoals
stakingen.
-vakbonden, werkgeversorganisaties en werkgevers stellen samen een cao (collectieve
arbeidsovereenkomst) op. -> regels die hetzelfde zijn binnen een bedrijfstak zoals de horeca.
Onderwijs etc.
1. wat is een verzorgingsstaat?
Verzorgingsstaat: een staat met een overheid die zich actief bemoeit met de welvaart en
welzijn van haar inwoners.
-> kern verzorgingsstaat, solidariteitsgedachte: bereidheid in een groep of samenleving om
risico’s met elkaar te delen.
Verzorgingsstaat steunt op 3 pijlers:
-sociale zekerheid: het betalen van belasting en premies om voorzieningen zoals de AOW
(algemene ouderdomswet) en kinderbijslag te kunnen betalen.
-> sociale zekerheidsstelsel: alle uitkeringen die mensen verzekeren van een inkomen bij
werkloosheid, ziekte, ouderdom of arbeidsongeschiktheid.
-goed onderwijs: een goede opleiding is de basis om je talenten te ontplooien en je weg te
vinden in de samenleving. Ook bereidt het kinderen en jongeren voor op de arbeidsmarkt.
-goede gezondheidszorg: de overheid betaalt voor een belangrijk deel de kosten van de
gezondheidszorg. Vooral medische zorg en langdurige zorg en verpleging.
Sociale rechtsstaat: mensen moeten gelijke kansen hebben om een menswaardig bestaan te
leiden en zichzelf te kunnen ontwikkelen.
-> overheid heeft duidelijke taak.
Belangrijkste sociale grondrechten:
-voldoende werkgelegenheid (art. 19)
-bestaanszekerheid en spreiding van welvaart (art. 20)
-volksgezondheid en voldoende woongelegenheid (art. 22)
-goed onderwijs (art. 23)
Burgers in een verzorgingsstaat hebben naast deze rechten ook plichten zoals:
-sollicitatieplicht: iemand heeft alleen recht op een uitkering als hij actief opzoek is naar
werk. En als dit aangeboden wordt moet dit geaccepteerd worden.
-plicht om premies te betalen voor verzekeringen bijvoorbeeld, AOW en de WW.
, In de verzorgingsstaat hebben we drie hoofdrolspelers:
Burgers:
-in Nederland wordt verwacht dat iedereen in eerste instantie voor zichzelf zorgt. Je bent
dus zelf verantwoordelijk voor het hebben van een huis en de opvoeding van je kinderen etc.
-maar de overheid moet er wel voor zorgen dat er genoeg huizen/banen zijn etc. (sociale
grondrechten)
Overheid:
-verantwoordelijk voor collectieve voorzieningen zoals onderwijs, zorg en uitkeringen.
-> alle zaken die we niet zelf kunnen regelen. (basis voor deze voorzieningen is solidariteit.)
-stimuleren werkgelegenheid: door bijvoorbeeld subsidies uit te keren en/of belastingen en
premies te betalen.
-zorgen voor goede arbeidsomstandigheden en -voorwaarden. Door bijvoorbeeld de
Arbowet (arbeidsomstandigheden)
-bevorderen welzijn mensen door bijvoorbeeld sportverenigingen en bibliotheken te
subsidiëren. -> makkelijker in contact komen met mensen etc. doordat de lidmaatschappen
betaalbaar zijn.
Werknemers en werkgeversorganisaties:
-grootste deel kosten overheid betaalt door werknemers en werkgevers.
-om op te komen voor hun belangen -> vakbonden: organisaties die de collectieve en
individuele belangen van werknemers behartigt.
-> doel is arbeidsvoorwaarden te verbeteren.
-> als vakbonden samenwerken spreken we van een vakcentrale bijvoorbeeld, de federatie
Nederlandse vakbeweging (FNV)
-werkgeversorganisaties en vakcentrales samen -> sociale partners: verantwoordelijk voor
het maken van afspraken die voor alle werknemers en werkgevers gelden.
Sociale partners vaak niet met elkaar eens vanwege verschillen in belangen. -> acties zoals
stakingen.
-vakbonden, werkgeversorganisaties en werkgevers stellen samen een cao (collectieve
arbeidsovereenkomst) op. -> regels die hetzelfde zijn binnen een bedrijfstak zoals de horeca.
Onderwijs etc.