Gebiedskunde tentamenweek blok 2
Punten uit toets matrijs
Een gebied als een stedelijke samenleving volgens theorie uit Stad & Beleid paragraaf 1.1
onthouden
Een gebied als een stedelijke samenleving volgens analysemodel uit Stad & Beleid
paragraaf 1.1 toepassen
Behoefte aan ruimte, mogelijkheden om die te benutten en visies op het gebruik van de
ruimte zijn voortdurend in beweging: continu proces in een stad
Ingrijpen in een ruimte: technisch en sociaal karakter: iedereen handelt vanuit zijn eigen
deskundigheid. Bovendien hebben activiteiten als ontwerpen en bouwen sociale effecten:
het ingrijpen in de fysieke leefomgeving heeft gevolgen voor het leven van mensen.
De functies die een stad vervult op het gebied van leven, wonen en werken bepalen de aard
van de infrastructuur, de bebouwing en de voorzieningen.
Verschillen stad – dorp:
- bewoners: de stedelijke bevolking
Heterogene, diverse bevolking
- voorzieningen: de stedelijke voorzieningen
Veelzijdige, diverse voorzieningen – hangt samen met verscheidenheid aan functies
van een stad
- inrichting: het stedelijk grondgebied
Hoge bevolkings- en bebouwingsdichtheid
Fysieke werkelijkheid van een stad/het fysieke domein: het zicht- en tastbare
Sociale werkelijkheid van een stad/het sociale domein: het met elkaar samenleven van de
bewoners van de stad (binnen het fysieke domein)
Het inrichten en bebouwen van een stad (fysiek) heeft consequenties voor de wijze van
samenleven van de stadsbewoners (sociaal).
Culturele domein.
Economische domein.
De diversiteit van sociale, culturele en economische activiteiten (sociale realiteit) van
bewoners in een stad vraagt om een diversiteit aan fysieke voorzieningen in een stad.
Zie blz 15 voor afbeelding
De diversiteit van de stedelijke samenleving breng ook een diversiteit aan problemen met
zich mee.
Probleemwijk/achterstandswijk: wijken met een cumulatie aan problemen. Veel problemen
die daar spelen kunnen we samenvatten tot leefbaarheidsproblemen.
Grotestedenbeleid: grotestadsproblemen oplossen door op rijksniveau een samenhangend
stedelijk beleid te ontwikkelen.
Principes van systeemleer en sociale systemen volgens theorie uit Stad & Beleid paragraaf
4.2 begrijpen
Politiek systeem in Nederland met subsystemen.
In deze subsystemen functioneren in de conversiefase beleidssystemen: beleidsproblemen
komen hier tot beleidsoplossingen.
Systeemtheorie van Luhmann. Systeemtheorie van het functioneren van sociale systemen.
Drie soorten systemen die zichzelf reproduceren: biologische, psychische, sociale systemen.
Biologische systemen: menselijk lichaam bv
Psychische systemen: menselijk bewustzijn bv
Sociale systemen: door sociaal te handelen maken mensen deel uit van verschillende sociale
systemen (school, gezin, bedrijf, dorp bv).
1
,Systemen opereren zelfstandig, maar er vinden ook interacties plaats tussen systemen
(systemen interacteren) (denk aan emotioneel gesprek voorbeeld).
Samenleving: het meest omvattende sociale systeem
Systeemomgeving: alle gebeurtenissen buiten het systeem. Hiertoe behoren alle (andere)
denkbare biologische, psychische en sociale systemen.
Systeemgrenzen: markeren het onderscheid tussen systeem en systeemomgeving.
Een systeem bestaat uit activiteiten, handelingen en interne processen.
Internet processen houden een systeem in werking: ze zorgen dat het systeem kan blijven
bestaan en autonoom kan functioneren. Ook zorgen interne processen ervoor dat een
systeem (zonder hulp van buitenaf) zichzelf kan produceren en reproduceren (mechanisme
reproductie van binnenuit: communicatie zorgt voor nieuwe communicatie).
Communicatieprocessen fungeert als motor in het sociale systeem. Stopt de communicatie?
Dan bestaat het sociale systeem niet meer.
Mechanisme van reproductie van binnenuit: bij biologische, psychische en sociale systemen.
Niet bij technische systemen bijvoorbeeld.
Een zichzelf producerend systeem bestaat dus uit processen, handelingen en activiteiten en
is dynamisch. Interne processen zorgen voor reproduceren. Stopt dit, dan stopt het systeem.
Operationeel gesloten systeem: een systeem dat autonoom opereert. Dit is zo als een
systeem zichzelf produceert en reproduceert dmv interne processen.
Omgevingsopen: het systeem is verbonden met de systeemomgeving door wederzijdse
invloeden. Systemen importeren en exporteren over de systeemgrenzen heen.
Door interne processen ontwikkelt een ontstaan er structuren binnen een systeem.
Deze structuur is bepalend voor hoe een systeem operationeel gesloten werkt.
Systeem open zijn zorgt ervoor dat een systeem kan evolueren: onder invloed van de
systeemomgeving veranderen. Er ontstaan dan systeemveranderingen. Stapsgewijs:
In de omgeving van systeem A verandert iets
- systeem A past zich aan en verandert
- systeem A vormt de systeemomgeving van systeem B
- voor systeem B verandert de omgeving (want A verandert)
- systeem B past zich aan en verandert ook
Systemen zijn op deze manier causaal met hun omgeving verbonden.
Voor een systeem is de systeemomgeving complex. Systemen zijn daarom selectief met het
omgaan met invloeden. Pas als de prikkels aansluiting vinden bij de structuur van een
systeem, kan er wat veranderen binnen dat systeem. Deze veranderingen kunnen niet
teruggedraaid worden.
Structureel gekoppelde systemen: systemen die deel uitmaken van elkaars directe
systeemomgeving (massamedia en politiek bv)
Een systeem wordt beïnvloed door wat het importeert en beïnvloedt door wat het
exporteert. De invloeden zijn sterker als systemen structureel gekoppeld zijn. Een systeem
selecteert wat ze wel/niet toelaten tot hun systeem vanuit een bepaalde rol die ze opnemen
ten opzichte van de systeem omgeving.
Waarnemen kan ook binnen het eigen systeem.
Principes en werking van een stad als sociaal systeem volgens theorie uit Stad & Beleid
paragraaf 4.3 onthouden en begrijpen
Stad: autonoom en zichzelf reproducerend sociaal systeem
2
, Binnen de stad: subsystemen mbt het functioneren van de stad in sociaal, cultureel, fysiek
en economisch opzicht
Binnen deze domeinen beschikt een stad over verschillende soorten kapitaal. Dat heeft een
stad nodig, net zoals hulpbronnen.
Kapitaal: kwalitatieve waarde voor het functioneren van een systeem.
Sociaal, cultureel, fysiek en economisch (domeinen) kapitaal in een stad.
Het functioneren van een stad hangt samen met het kapitaal dat zich binnen de
verschillende domeinen van de stad bevind
Ontwikkeling naar monofuncties: functiescheiding: diversiteit aan kapitaal die aanwezig was
in een stad is in de loop van de tijd steeds meer uitgesorteerd naar stadsdelen en wijken.
Activiteiten binnen het sociale, economische en culturele domein beïnvloeden het fysieke
domein.
Een goede sociale infrastructuur zegt dat de voorzieningen voor de bevolking toegankelijk
worden.
Een goede fysieke infrastructuur zegt dat de bevolking de voorzieningen kan bereiken.
Bevolkingsopbouw en samenstelling zijn van invloed op de activiteiten in een stad en dus op
de voorraden en behoeften aan kapitaal binnen de verschillende domeinen. Binnen de
domeinen zijn er kansen en bedreigingen. De voorraden aan kapitaal zijn voortdurend in
beweging.
Voorraden binnen verschillende domeinen staan niet op zichzelf. Ontwikkeling in voorraden
binnen een bepaald domein hebben gevolgen voor andere domeinen.
Binnen domeinen én tussen domeinen interacteren de voorraden aan kapitaal (dynamiek):
hierdoor ontstaan er nieuwe subsystemen.
Dynamiek van het stedelijke systeem ontstaat doordat er interacties tussen de voorraden
aan kapitaal plaatsvinden.
Interacties zorgen voor verbindingen tussen verschillende voorraden aan kapitaal die zich
binnen een domein bevinden én voor verbindingen tussen voorraden van verschillende
domeinen.
Verbindingen tussen de voorraden zorgen voor dynamiek binnen een bepaald domein én
tussen domeinen.
- interacties tussen de voorraden aan kapitaal binnen een domein die zorgen voor
veranderingen binnen dat domein
- interacties tussen de voorraden aan kapitaal uit verschillende domeinen die relaties
leggen tussen de voorraden van verschillende domeinen
Een stad bestaat uit velen subsystemen. Problemen ontstaan als die systemen niet goed op
elkaar zijn afgestemd.
Complexiteit ontstaat binnen het stedelijke systeem doordat er steeds nieuwe verbindingen
worden gelegd binnen en tussen verschillende domeinen.
Bepaalde delen van voorraden kunnen langdurig en intensief met elkaar in verbinding staan:
selectieve relaties: hierdoor ontstaan vaste patronen van interacties die kunnen leiden tot
een nieuw subsysteem.
Nieuw gevormde subsystemen ontwikkelen zich tot relatief autonome systemen om zichzelf
te versterken. Het overkoepelende systeem gaat dan minder goed werken, want de werking
van verschillende subsystemen kan conflicteren.
Een systeem zou anders kunnen zijn dan het feitelijk is doordat bepaalde verbindingen wel
en bepaalde verbindingen niet worden aangegaan.
3
Punten uit toets matrijs
Een gebied als een stedelijke samenleving volgens theorie uit Stad & Beleid paragraaf 1.1
onthouden
Een gebied als een stedelijke samenleving volgens analysemodel uit Stad & Beleid
paragraaf 1.1 toepassen
Behoefte aan ruimte, mogelijkheden om die te benutten en visies op het gebruik van de
ruimte zijn voortdurend in beweging: continu proces in een stad
Ingrijpen in een ruimte: technisch en sociaal karakter: iedereen handelt vanuit zijn eigen
deskundigheid. Bovendien hebben activiteiten als ontwerpen en bouwen sociale effecten:
het ingrijpen in de fysieke leefomgeving heeft gevolgen voor het leven van mensen.
De functies die een stad vervult op het gebied van leven, wonen en werken bepalen de aard
van de infrastructuur, de bebouwing en de voorzieningen.
Verschillen stad – dorp:
- bewoners: de stedelijke bevolking
Heterogene, diverse bevolking
- voorzieningen: de stedelijke voorzieningen
Veelzijdige, diverse voorzieningen – hangt samen met verscheidenheid aan functies
van een stad
- inrichting: het stedelijk grondgebied
Hoge bevolkings- en bebouwingsdichtheid
Fysieke werkelijkheid van een stad/het fysieke domein: het zicht- en tastbare
Sociale werkelijkheid van een stad/het sociale domein: het met elkaar samenleven van de
bewoners van de stad (binnen het fysieke domein)
Het inrichten en bebouwen van een stad (fysiek) heeft consequenties voor de wijze van
samenleven van de stadsbewoners (sociaal).
Culturele domein.
Economische domein.
De diversiteit van sociale, culturele en economische activiteiten (sociale realiteit) van
bewoners in een stad vraagt om een diversiteit aan fysieke voorzieningen in een stad.
Zie blz 15 voor afbeelding
De diversiteit van de stedelijke samenleving breng ook een diversiteit aan problemen met
zich mee.
Probleemwijk/achterstandswijk: wijken met een cumulatie aan problemen. Veel problemen
die daar spelen kunnen we samenvatten tot leefbaarheidsproblemen.
Grotestedenbeleid: grotestadsproblemen oplossen door op rijksniveau een samenhangend
stedelijk beleid te ontwikkelen.
Principes van systeemleer en sociale systemen volgens theorie uit Stad & Beleid paragraaf
4.2 begrijpen
Politiek systeem in Nederland met subsystemen.
In deze subsystemen functioneren in de conversiefase beleidssystemen: beleidsproblemen
komen hier tot beleidsoplossingen.
Systeemtheorie van Luhmann. Systeemtheorie van het functioneren van sociale systemen.
Drie soorten systemen die zichzelf reproduceren: biologische, psychische, sociale systemen.
Biologische systemen: menselijk lichaam bv
Psychische systemen: menselijk bewustzijn bv
Sociale systemen: door sociaal te handelen maken mensen deel uit van verschillende sociale
systemen (school, gezin, bedrijf, dorp bv).
1
,Systemen opereren zelfstandig, maar er vinden ook interacties plaats tussen systemen
(systemen interacteren) (denk aan emotioneel gesprek voorbeeld).
Samenleving: het meest omvattende sociale systeem
Systeemomgeving: alle gebeurtenissen buiten het systeem. Hiertoe behoren alle (andere)
denkbare biologische, psychische en sociale systemen.
Systeemgrenzen: markeren het onderscheid tussen systeem en systeemomgeving.
Een systeem bestaat uit activiteiten, handelingen en interne processen.
Internet processen houden een systeem in werking: ze zorgen dat het systeem kan blijven
bestaan en autonoom kan functioneren. Ook zorgen interne processen ervoor dat een
systeem (zonder hulp van buitenaf) zichzelf kan produceren en reproduceren (mechanisme
reproductie van binnenuit: communicatie zorgt voor nieuwe communicatie).
Communicatieprocessen fungeert als motor in het sociale systeem. Stopt de communicatie?
Dan bestaat het sociale systeem niet meer.
Mechanisme van reproductie van binnenuit: bij biologische, psychische en sociale systemen.
Niet bij technische systemen bijvoorbeeld.
Een zichzelf producerend systeem bestaat dus uit processen, handelingen en activiteiten en
is dynamisch. Interne processen zorgen voor reproduceren. Stopt dit, dan stopt het systeem.
Operationeel gesloten systeem: een systeem dat autonoom opereert. Dit is zo als een
systeem zichzelf produceert en reproduceert dmv interne processen.
Omgevingsopen: het systeem is verbonden met de systeemomgeving door wederzijdse
invloeden. Systemen importeren en exporteren over de systeemgrenzen heen.
Door interne processen ontwikkelt een ontstaan er structuren binnen een systeem.
Deze structuur is bepalend voor hoe een systeem operationeel gesloten werkt.
Systeem open zijn zorgt ervoor dat een systeem kan evolueren: onder invloed van de
systeemomgeving veranderen. Er ontstaan dan systeemveranderingen. Stapsgewijs:
In de omgeving van systeem A verandert iets
- systeem A past zich aan en verandert
- systeem A vormt de systeemomgeving van systeem B
- voor systeem B verandert de omgeving (want A verandert)
- systeem B past zich aan en verandert ook
Systemen zijn op deze manier causaal met hun omgeving verbonden.
Voor een systeem is de systeemomgeving complex. Systemen zijn daarom selectief met het
omgaan met invloeden. Pas als de prikkels aansluiting vinden bij de structuur van een
systeem, kan er wat veranderen binnen dat systeem. Deze veranderingen kunnen niet
teruggedraaid worden.
Structureel gekoppelde systemen: systemen die deel uitmaken van elkaars directe
systeemomgeving (massamedia en politiek bv)
Een systeem wordt beïnvloed door wat het importeert en beïnvloedt door wat het
exporteert. De invloeden zijn sterker als systemen structureel gekoppeld zijn. Een systeem
selecteert wat ze wel/niet toelaten tot hun systeem vanuit een bepaalde rol die ze opnemen
ten opzichte van de systeem omgeving.
Waarnemen kan ook binnen het eigen systeem.
Principes en werking van een stad als sociaal systeem volgens theorie uit Stad & Beleid
paragraaf 4.3 onthouden en begrijpen
Stad: autonoom en zichzelf reproducerend sociaal systeem
2
, Binnen de stad: subsystemen mbt het functioneren van de stad in sociaal, cultureel, fysiek
en economisch opzicht
Binnen deze domeinen beschikt een stad over verschillende soorten kapitaal. Dat heeft een
stad nodig, net zoals hulpbronnen.
Kapitaal: kwalitatieve waarde voor het functioneren van een systeem.
Sociaal, cultureel, fysiek en economisch (domeinen) kapitaal in een stad.
Het functioneren van een stad hangt samen met het kapitaal dat zich binnen de
verschillende domeinen van de stad bevind
Ontwikkeling naar monofuncties: functiescheiding: diversiteit aan kapitaal die aanwezig was
in een stad is in de loop van de tijd steeds meer uitgesorteerd naar stadsdelen en wijken.
Activiteiten binnen het sociale, economische en culturele domein beïnvloeden het fysieke
domein.
Een goede sociale infrastructuur zegt dat de voorzieningen voor de bevolking toegankelijk
worden.
Een goede fysieke infrastructuur zegt dat de bevolking de voorzieningen kan bereiken.
Bevolkingsopbouw en samenstelling zijn van invloed op de activiteiten in een stad en dus op
de voorraden en behoeften aan kapitaal binnen de verschillende domeinen. Binnen de
domeinen zijn er kansen en bedreigingen. De voorraden aan kapitaal zijn voortdurend in
beweging.
Voorraden binnen verschillende domeinen staan niet op zichzelf. Ontwikkeling in voorraden
binnen een bepaald domein hebben gevolgen voor andere domeinen.
Binnen domeinen én tussen domeinen interacteren de voorraden aan kapitaal (dynamiek):
hierdoor ontstaan er nieuwe subsystemen.
Dynamiek van het stedelijke systeem ontstaat doordat er interacties tussen de voorraden
aan kapitaal plaatsvinden.
Interacties zorgen voor verbindingen tussen verschillende voorraden aan kapitaal die zich
binnen een domein bevinden én voor verbindingen tussen voorraden van verschillende
domeinen.
Verbindingen tussen de voorraden zorgen voor dynamiek binnen een bepaald domein én
tussen domeinen.
- interacties tussen de voorraden aan kapitaal binnen een domein die zorgen voor
veranderingen binnen dat domein
- interacties tussen de voorraden aan kapitaal uit verschillende domeinen die relaties
leggen tussen de voorraden van verschillende domeinen
Een stad bestaat uit velen subsystemen. Problemen ontstaan als die systemen niet goed op
elkaar zijn afgestemd.
Complexiteit ontstaat binnen het stedelijke systeem doordat er steeds nieuwe verbindingen
worden gelegd binnen en tussen verschillende domeinen.
Bepaalde delen van voorraden kunnen langdurig en intensief met elkaar in verbinding staan:
selectieve relaties: hierdoor ontstaan vaste patronen van interacties die kunnen leiden tot
een nieuw subsysteem.
Nieuw gevormde subsystemen ontwikkelen zich tot relatief autonome systemen om zichzelf
te versterken. Het overkoepelende systeem gaat dan minder goed werken, want de werking
van verschillende subsystemen kan conflicteren.
Een systeem zou anders kunnen zijn dan het feitelijk is doordat bepaalde verbindingen wel
en bepaalde verbindingen niet worden aangegaan.
3