Geld en Bankwezen Samenvatting (Mid-term)
(week 1) Hoofdstuk 1
Activiteiten in de financiële markt hebben direct effect op individuele welvaart, gedrag in de
business en de efficiëntie van de economie. Bij bond markt zijn de interest rates bepaald. De
stock market heeft een groot effect op mensen hun welvaart en investeringsbeslissingen van
bedrijven. De foreign exchange market is belangrijk omdat fluctuaties op de wisselmarkt
enorme invloed kunnen hebben voor de economie in de eurozone/UK zone.
Banken en andere financiële instellingen kunnen ook een cruciale rol spelen in de
verbetering van de efficiency van de economie.
Hoofdstuk 4
Present value = Cash flow / (1 + i)^n
Yield to maturity: rente die de waarde van de huidige waarde berekend van alle toekomstige
kasstromen. Er zijn vier types leningen:
1) Simpele lening: krediet dat moet worden terug betaald op de verval datum, samen
met extra betaling van rente. (bijvoorbeeld: commercial loans, interbank loans)
2) Fixed-payment lening (fully amortized loan): krediet dat moet worden terugbetaald
door het maken van dezelfde betaling (bestaande uit een deel van de hoofdsom +
rente) voor elke periode van de lening. (bijvoorbeeld: fixed-rate mortgage)
3) Coupon Bond: betaald de eigenaar van de obligatie een vaste vergoeding
(couponbetaling) per jaar tot de verval datum, daarna moet de nominale waarde
van de coupon worden terugbetaald. (bijvoorbeeld: government and corporate
bonds)
Consol: een obligatie met geen verval datum (perpetuity), je betaalt vaste coupon
betalingen voor altijd. Ic = C / Pc
4) Discount Bond (zerocoupon): gekocht tegen een prijs die onder nominale waarde
ligt (discount), en de nominale waarde wordt terugbetaald op de vervaldag
(vergelijkbaar met een simpele lening). (bijvoorbeeld: Treasury bills)
- Wanneer de coupon bond prices gelijk is aan de face value, de YTM is gelijk aan
Coupon Rate.
- De prijs van een coupon bond en de YTM heeft een negatieve relatie. Wanneer de
YTM stijgt, daalt de prijs van de obligatie (en andersom).
- De YTM is groter dan de coupon rate wanneer de bond prijs onder de face value is.
Rate of Return (R) = (C + Pt+1 – Pt) / Pt
C = Coupon Payment
Pt+1 = prijs of the bond at time (time +1)
Rate of capital gain (g) = (Pt+1 – Pt)/Pt
C/Pt = i
R=i+g
Belangrijke feiten:
- De enige obligaties waaraan het rendement gelijk is aan de YTM is waarbij de time
to maturity hetzelfde is als de holding period.
- Een obligatie waarbij de looptijd groter is dan holding periode: i↑ P↓
(kapitaalverlies).
- Hoe langer de looptijd, hoe groter de het verschil wil zijn in % prijs verandering
geassocieerd met de rente wijzigingen.
- Hoe langer de looptijd, hoe lager de rate of return wil zijn met gevolg dat de interest
voet gaat stijgen i↑.
, - Een bond met een hoge initiële rente kan nog steeds negatief terugkeren als i ↑
Reële interest = nominale interest + inflatie. Ir = i + π.
Hoofdstuk 5
1) Welvaart: de totale waarde / middelen van een individu, inclusief de activa.
2) Expected Returns: de verwachte return die je krijgt voor de volgende periode ten
opzichte van de vorige periode.
3) Risk: de mate van onzekerheid.
4) Liquiditeit: het gemak en de snelheid waarmee is kan worden omgezet in cash
Vraag van obligaties (demand): Negatieve relatie tussen prijs en quantity. Hoe lager de prijs
hoe hoger de interest rate en hoe groter de vraag.
Aanbod van obligaties (supply): Positieve relatie tussen prijs en quanitity. Hoe lager de prijs
hoe hoger de interest rate waardoor de geleverde hoeveelheid van obligaties lager is.
Wanneer P > Pequilibrium Bs > Bd P↓ to P*, i ↑to i*.
Demand Curve
1) Welvaart: wanneer de economie groeit, wealth ↑, Bd ↑, Bd verschuift naar rechts.
2) Expected Return: Expected interest rate: ie ↑, Expected return for long term bonds
Pe ↓, Re ↓, Bd verschuift naar links.
Expected inflation: πe ↑, Expected return for bonds ↓, Bd verschuift naar links.
3) Risk: Risk ↑, Bd ↓, Bd verschuift naar links.
Risk in alternatieve assest ↑, Bd ↑ Bd verschuift naar rechts.
4) Liquidity: Liquidity relative to other assets ↑, Bd ↑, Bd verschuift naar rechts.
Liquidity in alternatieve assests ↑, Bd ↓, Bd verschuift naar links.
Supply Curve
1) Verwachte winstgevendheid van investeringen: conjunctuur expansie, investeringen
↑, Bs ↑, Bs verschuift naar rechts.
2) Verwachte inflatie: πe ↑, Expected return bonds ↓, ↑ Bs , Bs verschuift naar
rechts.
3) Overheidstekort: tekort (G-T) ↑, Bs ↑, Bs verschuift naar rechts.
Belangrijk: Interest rate en bond prijs negatieve relatie.
Fisher Effect: verschil in inflatie πe.
πe ↑, expected return bonds ↓, Bd ↓, Bd verschuift naar links. Ook de Bs verschuift, the
real cost of borrowing had declined, Q of bonds ↑, Bs verschuift naar rechts. Nieuwe
evenwicht punt ligt nu dus lager dus i ↑.
Fisher effect: wanneer de πe ↑ de i ↑.
Liquidity preference framework: evenwicht van de interest rate bepaald door vraag en
aanbod (keynes). Er zijn twee categorieën van activa: geld en obligaties.
1. Ms + Bs = Welvaart
2. Md + Bd = Welvaart
3. Ms + Bs = Md + Bd
4. Bs – Bd = Md – Ms
Als i > i*. Dus Ms > Md (excess supply of money) Bd > Bs (excess demand of bonds)
prijs van bonds ↑, i ↓ to i*.
Money Demand Curve
1) Keynes verondersteld dat geld geen interest betaald.
2) Als de rente op de obligatie stijgt i ↑, opportunity money holding ↑, Md ↓.
, 3) Demand Curve loop van linksboven naar rechtsonder (downward slope).
Verschuivingen in de demand curve
- Inkomenseffect: hoe hoger het inkomen Y, zal de vraag naar geld bij elke interest
voet toenemen en de Md zal naar rechts verschuiven.
- Prijseffect: wanneer het prijsniveau stijgt, zal de vraag naar geld bij elke interest voet
toenemen en de Md zal naar recht verschuiven.
- De Ms blijft gelijk waardoor de i zal stijgen.
Money Supply Curve
1) Centrale bank houdt Ms constant (vast bedrag)
2) Ms curve is een verticale lijn
Verschuivingen in de supply curve
- Wanneer er meer geld wordt ontwikkeld door de centrale bank zal het aanbod van
geld toenemen en hierdoor de Ms naar rechts verschuiven.
- Wanneer dit gebeurd en de Md gelijk blijft, zal de i dalen.
De effecten van geld op rente:
1) Liquiditeit effect: Ms ↑, Ms verschuift naar rechts, i ↓.
Maar er zijn tweederonde effecten (Friedman).
2) Income Effect: Ms ↑, Income ↑, Md ↑, Md verschuift naar rechts, i ↑
3) Price-Level Effect: Ms ↑, Price ↑, Md ↑, Md verschuift naar rechts, i ↑
4) Expected-Inflation Effect: Ms ↑, πe ↑, Bd ↓, Bs ↑(Fisher effect) i ↑ ⇒ Effect of
higher rate of money growth on interest rates is ambiguous (inkomens, prijs en
verwachten inflatie effecten hebben een negatief effect of het liquiditeits effect).
(week 2) Hoofdstuk 6
Een obligatie met een default risk heeft altijd een positieve risk premium.
Toename van default risk op corporate bonds (long term), Dc ↓, Dc zal naar links
verschuiven, Pc ↓, ic ↑.
Relatieve risico van treasury bonds (short term) ↓, Dt ↑, Dt zal naar recht verschuiven, Pt
↑, ic ↓.
Risk premium Risk premium (ic – it ) stijgt.
Minder liquide corporate bonds, Dc ↓, Dc zal naar links verschuiven, Pc ↑, ic ↓.
Relatief meer liquide treasury bonds, Dt ↑, Dt zal naar rechts verschuiven, Pc↓, ic ↑.
Liquiditeits premium (ic – it) stijgt.
Municipal bonds: belastingvrijstelling verhoogd relatieve after Tax Return op municipal
bonds, Dm ↑, Dm zal naar rechts verschuiven, Pm ↑, im ↓
Treasury bonds: relatieve after Tax Return op staatsobligaties ↓, Dt ↓, Dt zal naar links
verschuiven, Pt ↓, it ↑.
Im < it
Rente termijn structuur: relatie tussen de rente van de obligaties (met gelijke risico’s,
liquiditeit en belasting) en de maturity van de obligatie.
Yield curve: plot van de yield op de obligatie met verschillende maturity, maar zelfde risk,
liquiditeit en belasting voorwaarden.
Yieldcurves
Upwards-sloping: short-term rente < long-term rente
Flat: short-term rente = long-term rente
(week 1) Hoofdstuk 1
Activiteiten in de financiële markt hebben direct effect op individuele welvaart, gedrag in de
business en de efficiëntie van de economie. Bij bond markt zijn de interest rates bepaald. De
stock market heeft een groot effect op mensen hun welvaart en investeringsbeslissingen van
bedrijven. De foreign exchange market is belangrijk omdat fluctuaties op de wisselmarkt
enorme invloed kunnen hebben voor de economie in de eurozone/UK zone.
Banken en andere financiële instellingen kunnen ook een cruciale rol spelen in de
verbetering van de efficiency van de economie.
Hoofdstuk 4
Present value = Cash flow / (1 + i)^n
Yield to maturity: rente die de waarde van de huidige waarde berekend van alle toekomstige
kasstromen. Er zijn vier types leningen:
1) Simpele lening: krediet dat moet worden terug betaald op de verval datum, samen
met extra betaling van rente. (bijvoorbeeld: commercial loans, interbank loans)
2) Fixed-payment lening (fully amortized loan): krediet dat moet worden terugbetaald
door het maken van dezelfde betaling (bestaande uit een deel van de hoofdsom +
rente) voor elke periode van de lening. (bijvoorbeeld: fixed-rate mortgage)
3) Coupon Bond: betaald de eigenaar van de obligatie een vaste vergoeding
(couponbetaling) per jaar tot de verval datum, daarna moet de nominale waarde
van de coupon worden terugbetaald. (bijvoorbeeld: government and corporate
bonds)
Consol: een obligatie met geen verval datum (perpetuity), je betaalt vaste coupon
betalingen voor altijd. Ic = C / Pc
4) Discount Bond (zerocoupon): gekocht tegen een prijs die onder nominale waarde
ligt (discount), en de nominale waarde wordt terugbetaald op de vervaldag
(vergelijkbaar met een simpele lening). (bijvoorbeeld: Treasury bills)
- Wanneer de coupon bond prices gelijk is aan de face value, de YTM is gelijk aan
Coupon Rate.
- De prijs van een coupon bond en de YTM heeft een negatieve relatie. Wanneer de
YTM stijgt, daalt de prijs van de obligatie (en andersom).
- De YTM is groter dan de coupon rate wanneer de bond prijs onder de face value is.
Rate of Return (R) = (C + Pt+1 – Pt) / Pt
C = Coupon Payment
Pt+1 = prijs of the bond at time (time +1)
Rate of capital gain (g) = (Pt+1 – Pt)/Pt
C/Pt = i
R=i+g
Belangrijke feiten:
- De enige obligaties waaraan het rendement gelijk is aan de YTM is waarbij de time
to maturity hetzelfde is als de holding period.
- Een obligatie waarbij de looptijd groter is dan holding periode: i↑ P↓
(kapitaalverlies).
- Hoe langer de looptijd, hoe groter de het verschil wil zijn in % prijs verandering
geassocieerd met de rente wijzigingen.
- Hoe langer de looptijd, hoe lager de rate of return wil zijn met gevolg dat de interest
voet gaat stijgen i↑.
, - Een bond met een hoge initiële rente kan nog steeds negatief terugkeren als i ↑
Reële interest = nominale interest + inflatie. Ir = i + π.
Hoofdstuk 5
1) Welvaart: de totale waarde / middelen van een individu, inclusief de activa.
2) Expected Returns: de verwachte return die je krijgt voor de volgende periode ten
opzichte van de vorige periode.
3) Risk: de mate van onzekerheid.
4) Liquiditeit: het gemak en de snelheid waarmee is kan worden omgezet in cash
Vraag van obligaties (demand): Negatieve relatie tussen prijs en quantity. Hoe lager de prijs
hoe hoger de interest rate en hoe groter de vraag.
Aanbod van obligaties (supply): Positieve relatie tussen prijs en quanitity. Hoe lager de prijs
hoe hoger de interest rate waardoor de geleverde hoeveelheid van obligaties lager is.
Wanneer P > Pequilibrium Bs > Bd P↓ to P*, i ↑to i*.
Demand Curve
1) Welvaart: wanneer de economie groeit, wealth ↑, Bd ↑, Bd verschuift naar rechts.
2) Expected Return: Expected interest rate: ie ↑, Expected return for long term bonds
Pe ↓, Re ↓, Bd verschuift naar links.
Expected inflation: πe ↑, Expected return for bonds ↓, Bd verschuift naar links.
3) Risk: Risk ↑, Bd ↓, Bd verschuift naar links.
Risk in alternatieve assest ↑, Bd ↑ Bd verschuift naar rechts.
4) Liquidity: Liquidity relative to other assets ↑, Bd ↑, Bd verschuift naar rechts.
Liquidity in alternatieve assests ↑, Bd ↓, Bd verschuift naar links.
Supply Curve
1) Verwachte winstgevendheid van investeringen: conjunctuur expansie, investeringen
↑, Bs ↑, Bs verschuift naar rechts.
2) Verwachte inflatie: πe ↑, Expected return bonds ↓, ↑ Bs , Bs verschuift naar
rechts.
3) Overheidstekort: tekort (G-T) ↑, Bs ↑, Bs verschuift naar rechts.
Belangrijk: Interest rate en bond prijs negatieve relatie.
Fisher Effect: verschil in inflatie πe.
πe ↑, expected return bonds ↓, Bd ↓, Bd verschuift naar links. Ook de Bs verschuift, the
real cost of borrowing had declined, Q of bonds ↑, Bs verschuift naar rechts. Nieuwe
evenwicht punt ligt nu dus lager dus i ↑.
Fisher effect: wanneer de πe ↑ de i ↑.
Liquidity preference framework: evenwicht van de interest rate bepaald door vraag en
aanbod (keynes). Er zijn twee categorieën van activa: geld en obligaties.
1. Ms + Bs = Welvaart
2. Md + Bd = Welvaart
3. Ms + Bs = Md + Bd
4. Bs – Bd = Md – Ms
Als i > i*. Dus Ms > Md (excess supply of money) Bd > Bs (excess demand of bonds)
prijs van bonds ↑, i ↓ to i*.
Money Demand Curve
1) Keynes verondersteld dat geld geen interest betaald.
2) Als de rente op de obligatie stijgt i ↑, opportunity money holding ↑, Md ↓.
, 3) Demand Curve loop van linksboven naar rechtsonder (downward slope).
Verschuivingen in de demand curve
- Inkomenseffect: hoe hoger het inkomen Y, zal de vraag naar geld bij elke interest
voet toenemen en de Md zal naar rechts verschuiven.
- Prijseffect: wanneer het prijsniveau stijgt, zal de vraag naar geld bij elke interest voet
toenemen en de Md zal naar recht verschuiven.
- De Ms blijft gelijk waardoor de i zal stijgen.
Money Supply Curve
1) Centrale bank houdt Ms constant (vast bedrag)
2) Ms curve is een verticale lijn
Verschuivingen in de supply curve
- Wanneer er meer geld wordt ontwikkeld door de centrale bank zal het aanbod van
geld toenemen en hierdoor de Ms naar rechts verschuiven.
- Wanneer dit gebeurd en de Md gelijk blijft, zal de i dalen.
De effecten van geld op rente:
1) Liquiditeit effect: Ms ↑, Ms verschuift naar rechts, i ↓.
Maar er zijn tweederonde effecten (Friedman).
2) Income Effect: Ms ↑, Income ↑, Md ↑, Md verschuift naar rechts, i ↑
3) Price-Level Effect: Ms ↑, Price ↑, Md ↑, Md verschuift naar rechts, i ↑
4) Expected-Inflation Effect: Ms ↑, πe ↑, Bd ↓, Bs ↑(Fisher effect) i ↑ ⇒ Effect of
higher rate of money growth on interest rates is ambiguous (inkomens, prijs en
verwachten inflatie effecten hebben een negatief effect of het liquiditeits effect).
(week 2) Hoofdstuk 6
Een obligatie met een default risk heeft altijd een positieve risk premium.
Toename van default risk op corporate bonds (long term), Dc ↓, Dc zal naar links
verschuiven, Pc ↓, ic ↑.
Relatieve risico van treasury bonds (short term) ↓, Dt ↑, Dt zal naar recht verschuiven, Pt
↑, ic ↓.
Risk premium Risk premium (ic – it ) stijgt.
Minder liquide corporate bonds, Dc ↓, Dc zal naar links verschuiven, Pc ↑, ic ↓.
Relatief meer liquide treasury bonds, Dt ↑, Dt zal naar rechts verschuiven, Pc↓, ic ↑.
Liquiditeits premium (ic – it) stijgt.
Municipal bonds: belastingvrijstelling verhoogd relatieve after Tax Return op municipal
bonds, Dm ↑, Dm zal naar rechts verschuiven, Pm ↑, im ↓
Treasury bonds: relatieve after Tax Return op staatsobligaties ↓, Dt ↓, Dt zal naar links
verschuiven, Pt ↓, it ↑.
Im < it
Rente termijn structuur: relatie tussen de rente van de obligaties (met gelijke risico’s,
liquiditeit en belasting) en de maturity van de obligatie.
Yield curve: plot van de yield op de obligatie met verschillende maturity, maar zelfde risk,
liquiditeit en belasting voorwaarden.
Yieldcurves
Upwards-sloping: short-term rente < long-term rente
Flat: short-term rente = long-term rente