Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting *Blok 2.1 leervragen week 9 Compleet DT

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
23
Geüpload op
17-11-2014
Geschreven in
2012/2013

Samenvatting van 23 pagina's voor het vak *Blok 2.1 leervragen week 9 Compleet DT aan de RuG

Voorbeeld van de inhoud

Leervragen week 9: angst en stemming

Thema 28 Stress
Hengeveld H 6.5, 8,12,13, Morrison H 9, 11, 12
(1.4.1)
1. Hoe wordt stress gemeten?
Stress als een stimulus: de stress zelf komt voort uit stressvolle gebeurtenissen zelf of uit een
gebeurtenis in de omgeving (verhuizen). Het kan worden gemeten en objectief bepaald. Onderzoekers
hebben impact van wijde variëteit van stressoren op individuen/groepen bestudeerd. Life events
worden geacht een significante aanpassing te vereisen van de persoon die haar ervaart. Voorstanders
van deze beandering stelden de life events theory voor. Deze theorie stelt voor dat (van nature
vóórkomende) gebeurtenissen in je leven cumulatieve effecten hebben. Aan gebeurtenissen kun je
een waarde geven (Life Change Units, LCU), ongeacht of deze goed of slecht is. Hoge LCU, hoge
readjustment  intensiteit en duur van om je aan te passen aan een life event, ongeacht de
desirability van de gebeurtenis) Een minpunt hieraan is dat de relatie tussen LCU’s en ziekte niet
bewezen is. Andere studies bij zieke mensen bewezen dat deze relaties helemaal niet zo sterk waren.
Ook bepaalde gebeurtenissen gelden niet voor elke leeftijd (trouwen, scheiden). Een aantal
gebeurtenissen zijn te vaag omschreven (“change in social activities”). Ook zijn bepaalde
gebeurtenissen positief voor de één en negatief voor de ander.
Ook kunnen kleine life hassles (problemen) impact hebben.
Stress als een transactie: Het transactionele psychologische model van stress benadrukt de cruciale
rol van waardering en onderstreept het belang van het in acht nemen van het individu in het ervaren
van stress. De onderhandeling en de waardeschatting/afweging over bepaalde gebeurtenissen is
essentieel of die gebeurtenis als een stressor wordt gezien of niet. ‘The mind can make a heaven of
hell, a hell of heaven’. Subjectief. Lazarus maakte hieruit het cognitieve transactionele model van
stress. Stress is het resultaat van een interactie tussen de karakteristieken en
inschattingen/afwegingen van een persoon, de externe of interne omgeving van de stressor en de
bronnen die het individu tot beschikking heeft. Centraal staan motivationerende en cognitieve
variabelen. Wanneer een nieuwe verandering komt, gaat een individu inschatten, dat kan primair en
secundair.

2. Geef een definitie van “coping” strategieën en “afweer mechanismen”
Een copingstijl is de algemene tendens van individuen om te reageren op een bepaalde gebeurtenis,
zoals door avoidance of attending to the stressor. Ook distinctie in monitoring (approach copingstijl) en
blunting (avoid coping stijl). Tot een zekere hoogte worden coping styles geacht niet gerelateerd te zijn
aan de context van de stressor stimulus; er zijn algemene vormen van coping waartoe mensen
neigen. (mensen die altijd conflicten vermijden of er juist op af stappen etc.)
Copingstrategieën ontstaan uit een benadering die stress en coping als een dynamisch proces ziet dat
varieert afhankelijk van de context, gebeurtenis en de persoonlijke bronnen, gemoedstoestand etc.
Coping op een bepaald moment kan verschillende (oppositionele) strategieën inhouden. Je kunt bijv.
kanker accepteren (passieve coping) en tegelijkertijd actief problemeemgericht copen. De reden om
een of meer strategieën te gebruiken om met een waargenomen stressor om te gaan is gerelateerd
aan eerdere ervaring met die coping respons, maar nog meer gerelateerd aan de geanticipeerde
uitkomsten van die coping respons. Het algemene doel van coping is het managen van een situatie
zodat het minder stressvol wordt.

Afweermechanismen zijn psychische processen die het individu beschermen tegen te heftige
onlustgevoelens als angst, somberheid, woede of schaamte, door het onbewust maken van die
gevoelens of van de gedachten, herinneringen, fantasieën of de omstandigheden die tot die gevoelens
aanleiding geven. Afweermechanismen verlopen automatisch of onbewust.

3. Welke dimensies worden onderscheiden aan een stressvolle gebeurtenis?
Waar?

4. Wat zijn dagelijkse tegenslagen/moeilijkheden(daily hassles) en wat is chronische stress
Daily hassles: (blz. 308) = irriterende, frustrerende, stressvolle eisen/vragen die in een bepaalde mate
de dagelijkse transacties met de omgeving karakteriseren. B.v. niet genoeg eten hebben voor voedsel
en kleding, dingen verliezen, worden overladen met verantwoordelijkheden, domme praktische fouten
maken of een conflict hebben met een partner. In tegenstelling tot grote life-events, hebben hassles
(herrie, ruzie) niet algemeen grote aanpassingen nodig op het deel van de persoon die ze ervaart.

,Hun impact is bijzonder evident als ze frequent, chronisch of herhaald worden over een bepaalde
periode. Daily hassles worden sterk geassocieerd met negatieve mentale en fysieke uitkomsten zelfs
als belangrijke life-events onder controle zijn. Positieve gebeurtenissen, beschreven als ‘uplifts’
(ergens mee wegkomen, een taak voltooien, een compliment krijgen) worden meer erkend in deze
theorie dan in de life-events theorie.

Chronische stress
Occupationele (beroeps)stress
Voorbeelden van omgevingssituaties om dit te onderzoeken: de werkplaats, verkeersopstoppingen,
wegwoede, lawaaivervuiling en overbevolking i/h openbaar vervoer. Verlies van controle in deze
situaties schijnt een cruciale rol te spelen in de stress die ervaren wordt. Occupationele stress wordt
ook geassocieerd met ‘burn-out’ (mentale en fysieke uitputting). Gerelateerd aan burn-out is het
concept van verzorger-spanning, bestudeerd onder individuen die zorgen voor bekenden met een
chronische ziekte. Stress komt opzetten door een mismatch tussen omgevingsvariabelen (vragen) en
de persoon z’n variabelen (bronnen). De kenmerken die leiden tot stress zijn:
- eisen
- controleerbaarheid
- voorspelbaarheid
- ‘ambiguity’ (tweeslachtigheid/dualisme/tweeheid/dubbelzinnigheid), b.v. “my job is not very well
defined” en “i am not sure about what is expected of me”.

Chronische stress: beroepsgebonden: verlies van controle is vooral verantwoordelijk voor stress,
vooral burn-outs zijn het gevolg van chronische stress en het zorgt ook voor veranderende
slaappatronen, eetpatronen en druk op persoonlijke relaties. Chronische stress op het werk ontstaat
vooral door een mismatch tussen vraag (omgeving) en bronnen van de persoon. Vraag,
controleerbaarheid, voorspelbaarheid en dualiteit (onduidelijkheid) spelen een rol.

5. Wat zijn stress-moderatoren?
Stress moderatoren zijn individuele factoren en factoren uit de situatie die het ontstaan van stress
beïnvloeden. Ze hebben invloed op de stress zelf, op de relatie tussen de stress en de psychologische
reactie, op de relatie tussen stress en ziekte en in welke mate de stressvolle gebeurtenis invloed heeft
op de rest van het leven.


6. Wat is psychologische controle (“locus of control”)?
Psychologische controle = gevoelens dat iemand controle kan uitoefenen op een stressvolle
gebeurtenis helpen mensen effectief te copen met stress. Waargenomen controle is het geloof dat
iemand zijn eigen gedrag kan bepalen, invloed heeft op zijn eigen omgeving en/of zijn eigen verlangde
uitkomsten naar voren kan brengen.
Het concept van ‘locus of control’ is ontwikkeld door de psycholoog Julian Rotter (1982). Mensen
kunnen in de visie van Rotter een ‘external’ of ‘internal locus of control’ hebben. Als een persoon meer
de neiging heeft om te denken dat een gebeurtenis het gevolg is van het eigen handelen of de eigen
karaktereigenschappen (interne factoren) wordt dit door Rotter dus betiteld als een geloof in ‘internal
control’. Hiertegenover staat het geloof in ‘external control’; als een persoon nu juist meer de neiging
heeft om te denken dat een gebeurtenis niet het gevolg is van het eigen handelen of de eigen
karaktereigenschappen maar van andere factoren (externe factoren). Deze externe factoren kunnen
bijvoorbeeld zijn: andere mensen, het weer, geluk, ongeluk, de organisatie, de regering, enz. Interne
factoren zijn bijvoorbeeld: eigen kunnen, intuïtie, zelfverzekerdheid, wilskracht, enz. Gedacht wordt dat
interne individuen meer efficiente cognitieve systemen hebben en dat ze energie besteden aan het
verkrijgen van informatie, dat hen weer in staat stelt om gebeurtenissen van persoonlijk belang te
beïnvloeden.

7. Noem een aantal persoonlijkheidskenmerken die van belang zijn in het omgaan met stress.
Persoonlijkheid kan worden gedefinieerd als de dynamische organisatie binnen het individu van de
pyschofysieke systemen die zijn/haar karakteristieke gedrag en gedachten bepalen. Deze definitie
refelcteert een karaktertrek benadering van personaliteit.

, Type A: (TAB) competitiedrang, tijd-drukte gedrag, snel geïrriteerd, ongeduldig, doel georiënteerd, ferm
taalgebruik. Reageren sneller en meer emotioneel op stress en hebben meer controle nodig.
Type A: Mensen van Type A reageren sneller en meer emotioneel op stress en behoeven meer controle.
Daardoor hebben ze ook meer kans op stress, aangezien ze hun interacties met anderen beïnvloeden en
als individu een meer stressvolle omgeving ervaring. Ze laten grote fysiologische reactiviteit zijn, dit is
taakafhankelijk en duidelijk wanneer taken competitief of uitdagend zijn. TAB hebben ook het kenmerk van
‘hostility’, wat inhoudt dat ze een meer cynische kijk op de wereld hebben en een negatieve attitude en
negatieve verwachtingen van anderen hebben. Hostile mensen kunnen agressief of boos reageren.Mensen
met hostility kenmerken doen meer aan ongezond gedrag, hebben minder psychosociale bronnen en
hebben dus een mindere buffer (door lagere capaciteit om te profiteren van psychosociale bronnen of
support). Verder zijn ze meer stress-reactief, waardoor ze kwetsbaarder zijn voor het krijgen van ziektes,
zoals CHD.
Neuroticisme: neiging om negatieve emoties te ervaren en geassocieerde overtuigingen en gedragingen te
vertonen. Angstig. Wordt gezien als kenmerk (eysenck), dus relatief onveranderlijk. Verhoogde attentie voor
interne states en verhoogde somatische klachten. Negatieve houding, grote introspectie, lage
gemoedstoestand en laag self-concept.
Neuroticisme: is een kenmerk, waardoor het niet te veranderen is. Negatieve affectiviteit (NA) is een
dimensie gerelateerd aan neuroticisme. Mensen met een hoge NA hebben een negatieve houding,
introspecite, mindere bui en lager zelfbegrip. Ze vinden zichzelf zieker, maar dit is niet objectief aan te tonen.
Nog geen bewijs van fysiologische pad tussen NA en ziekte-uitkomsten
Optimisme: een positieve houding en positieve uitkomstverwachting hebben. Geloven dat verlangde
uitkomsten mogelijk zijn  meer effectieve coping met stress of ziektegebeurtenissen. Ze zoeken de
redenen minder in henzelf. Ze zoeken de reden dus bij externe factoren en kunnen daarom beter copen met
stress door het als changeable te zien en afkomstig van externe bronnen die veranderlijk zijn. Vaak problem-
focused coping strategies. (niet avoidance coping en lagere perceived stress dan niet optimistische
mensen). Positieve efficacy en despositioneel optimisme leidt tot betere self-care strategies, waargenomen
voordelen van hun conditie en lagere levels van angst en depressie (afhankelijk van ziekte).
Optimisme: zij zien stress als iets wat je kunt veranderen en wat vaak aan externe factoren ligt. Zij hebben
minder depressie, minder symptoomreportage en ze zullen vaker problem-focused coping toepassen.
Optimisme voorspelt betere psychologisch en fysiek functioneren bij HIV-positieve mannen.

8. Geef een definitie van copingstijl. Wat is het verschil tussen een persoonlijkheidskenmerk
en een copingstijl?
Een copingstijl is de algemene tendens van individuen om te reageren op een bepaalde gebeurtenis,
zoals door avoidance of attending to the stressor. Ook distinctie in monitoring (approach copingstijl) en
blunting (avoid coping stijl). Tot een zekere hoogte worden coping styles geacht niet gerelateerd te zijn
aan de context van de stressor stimulus; er zijn algemene vormen van coping waartoe mensen
neigen. (mensen die altijd conflicten vermijden of er juist op af stappen etc.)

9. Wat zijn vermijdende en wat zijn confronterende copingstijlen? Hoe effectief zijn beide
copingstijlen in het omgaan met stress?
Probleem-gerichte coping (probleem oplossende functie)
instrumentele coping pogingen (cognitieve en/of gedrags-) gericht op de stressor om de eisen ervan te
verminderen of de hulpbronnen te vergroten. Strategieën omvatten plannen hoe de stressor te
veranderen of hoe te gedragen om controle erover te krijgen; onderdrukken van competerende
activiteiten om te kunnen focussen op manieren om met de stressor om te gaan; zoeken van
praktische of informationele steun om de stressor te wijzigen; de bron van stress aanpakken.
Emotie-gerichte coping (emotie regulerende functie)
Vooral cognitieve coping pogingen die gericht zijn op het managen van de emotionele respons op de
stressor; b.v. positief benaderen van de stressor om het op een positieve manier te zien; emotionele
steun zoeken; woede afreageren; bidden.
We splitsen deze coping in emotie-georiënteerde (persoon-georiënteerde strategieën zoals
dagdromen, emotionele respons of zelf-preoccupatie); taak-georiënteerde (strategieën om het
probleem op te lossen, te minimaliseren of opnieuw te scheppen) en vermijding-georiënteerde coping

Documentinformatie

Geüpload op
17 november 2014
Aantal pagina's
23
Geschreven in
2012/2013
Type
SAMENVATTING
€3,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
AIOS-DT Rijksuniversiteit Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
32
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
13
Documenten
6
Laatst verkocht
9 jaar geleden

Inmiddels nominaal cum-laude afgestudeerd aan Rijksuniversiteit Groningen en gelijk aangenomen als AIOS oogheelkunde.

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen