ontwikkelingspsychologie
Hoofdstuk 3
3.1 Inleiding.
3.2 Wat is ontwikkelingspsychologie.
Psychologie de wetenschap die het menselijke gedrag bestudeert.
Ontwikkelingspsychologie De wetenschap die het gedrag bestudeert van de mens in de
verschillende fasen van zijn ontwikkeling
3.2.1 Belangrijke ontwikkelingspsychologen.
Jean Piaget (1896-1980) Kinderen zijn er pas op een bepaalde leeftijd aan toe om een
bepaalde vaardigheid te leren.
Erik Erikson (1902-1994) beschreef de verschillende stadia in de psychosociale ontwikkeling en
maakte duidelijk dat in ieder stadium een bepaald conflict centraal
staat.
Gerontopsychologie Opkomende ontwikkeling in de ontwikkelingspsychologie is,
gerontologie is de wetenschap die de ouder wordende mens
bestudeert. Gerontopsychologie richt zich op de ervaring en het
gedrag van de ouder wordende mens.
3.2.2 Hoe mensen zich ontwikkelen.
Ontwikkelen is verandering, verandering kan zijn: vooruitgang of verbetering maar ook krimp,
achteruitgang.
Bij vooruitgang zijn er spraken van drie verschillende processen:
- Groeiprocessen Lichamelijke groei die het gevolg is van celdeling. (beïnvloedbaar van Buitenaf)
- Leerprocessen Het verwerven van theoretische, praktische en sociaal-emotionele
kennis en vaardigheden. (beïnvloedbaar van buitenaf)
- Rijpingsprocessen Het “ergens aan toe zijn” je bent er wel/niet aan toe om iets te leren.
(rijping) (Niet beïnvloedbaar van buitenaf)
,3.2.3 Het begrip ontwikkelfasen
Ontwikkelfasen De periodes die in het leven van een mens onderscheiden kunnen worden.
Bij elke periode horen specifieke kenmerkende gedragingen.
Indeling
Ongeboren kind (Prenatale fasen: 40 weken) conflicten volgens Erikson
Zuigeling (0-18 maanden) Vertrouwen versus wantrouwen
Peuter (18 maanden – 4 jaar) Autonomie versus schaamte en twijfel
Kleuter (4-6 jaar) initiatief versus schuldgevoel
Schoolkind (6-12 jaar) vlijt versus minderwaardigheid
Puber(12-17 jaar) Identiteit versus identiteitsverwarring
Adolescent(17-25 jaar) Intimiteit versus isolement
Volwassene (25-67jaar) Generativiteit versus stagnatie
Oudere mens(67 jaar en ouder) Ego-integriteit versus wanhoop
3.2.4 ontwikkelingstaken.
Ontwikkelingstaak De stappen die ieder kind (0-19 jaar) in zijn ontwikkeling moet nemen
om een stap verder te komen in die ontwikkeling.
3.3 ontwikkelingsaspecten.
Ontwikkelingsaspecten Gebied waarop de mens zich ontwikkeld.
3.4 Factoren die de ontwikkeling bepalen.
- Interne factoren.
- Externe factoren.
- Zelfbepaling.
, 3.4.1 Interne factoren.
Je aangeboren geschiktheid. Komt voort uit erfelijk materiaal dat een kind meekrijgt van de ouders.
3.4.2 externe factoren.
- Directe omgeving. (bijv. het gezin, kinderopvang, leeftijdsgenoten, vrienden, collega’s)
- Sociale en economische factoren. (bijv. school, het soort onderwijs, rijk of arm)
- Culturele factoren. (bijv. De tijd waarin je leeft en opgroeit, de waarden en normen van ouders of
samenleving)
- Ingrijpende levensgebeurtenissen(bijv. crisissituaties, uit de kast komen, trouwen of een kind
krijgen)
3.4.3 Zelfbepaling.
Zelfbepaling Mogelijkheid om zelf richting te geven aan de eigen ontwikkeling. (kan
afnemen n.a.v. dementie)
3.5 Voorwaarden voor ontwikkeling
Ontwikkelings-
mogelijkheden aangeboren vermogens van de mens om zich te ontwikkelen, of een kind de
kans krijgt om deze te benutten is afhankelijk van zijn omgeving.
Belangrijkste voorwaarden om tot ontwikkeling te komen:
- 3.5.1 Een kind moet zich veilig en vertrouwd voelen bij de opvoeder.
- 3.5.2 Er moet zowel verbaal als non-verbaal contact zijn tussen opvoeders en kind.
- 3.5.3 Er moet een stimulerende omgeving zijn.
- 3.5.4 Een kind moet de gelegenheid krijgen zelf te onderzoeken.
- 3.5.5 Een kind moet de mogelijkheid hebben om te spelen.
- 3.5.6 Een kind moet voldoende bewegingsvrijheid krijgen.
- 3.5.7 Een kind moet veiligheid en grenzen worden geboden.
3.6 voorwaarden evenwichtige ontwikkeling volwassene.
Als volwassene is al bepaald of je evenwichtig bent. Uit onderzoekt blijkt dat iedereen een deels
genetisch bepaald “gelukstartpunt” heeft. Daarvandaan beweegt het geluksgevoel op en neer.
3.7 Voorwaarden om gelukkig oud te worden.
Uit onderzoek ( door Carol Ryff) blijkt dat er 6 voorwaarden zijn om het ouder worden positief te
ervaren:
- Zelfaanvaarding.
- Positieve relaties met anderen.
- Autonomie/zelfstandigheid.
- Invloed hebben op de omgeving.
- Een levensdoel hebben.
- Het gevoel van persoonlijke groei.