gemeente bestuurd kan worden.
Politici= bestuurders
Ambtenaren: personen die werken voor de overheid
Overheid: alle politici en ambtenaren samen
Algemeen belang: zaken die viot heel veel mensen belangrijk zijn
Belasting: geld wat mensen betalen aan de overheid waarmee ambtenaren betaald worden
Bezuinigen: minder geld uitgeven
Democratie: het volk heeft invloed op politieke besluiten
Directe democratie:als inwoners zelf mogen stemmen over een nieuwe wet of een lastig
politiek probleem
Referendum: een volksstemming over een belangrijk onderwerp
Volksvertegenwoordigers: mensen uit de 2e kamer
Indirecte democratie: volksvertegenwoordigers kiezen die namens ons de beslissingen
nemen
Actief kiesrecht: het recht om te mogen stemmen
Passief kiesrecht: het recht hebben om je verkiesbaar te stellen
Lijsttrekker: de belangrijkste man of vrouw van een politieke partij in verkiezingstijd
Linkse partijen: gelijkheid in de samenleving is belangrijk. Ze zijn voor een actieve overheid
die de verschillen tussen arm en rijk moeten verkleinen. Komt op voor alle kwetsbare
mensen.
Actieve overheid:de overheid is actief op zoek naar manieren om kwetsbare mensen te
helpen
Rechtse partijen:vrijheid is belangrijk. Passieve overheid. Burgers moeten alles zelf doen en
niet alles van de overheid verwachten. Voor werk en inkomen zijn deze mensen ook zelf
verantwoordelijk.
Passieve overheid: helpt alleen in noodsituaties en zorgt voor veiligheid
Middenpartijen: zowel links als rechts
, Fractie: kamerleden van 1 partij
Compromissen: afspraak waarbij alle partijen een beetje toegeven
Politieke stroming: een verzameling ideeën over wat belangrijk is in het maatschappij en hoe
mensen het best met elkaar kunnen samenleven
Liberalisme: het liberalisme heeft de waarde vrijheid als uitgangspunt, met een onderscheid
tussen economische en persoonlijke vrijheid. VVD, D66, PVV
Economische vrijheid: met zo min mogelijk regels je eigen geld kunnen verdienen.
Persoonlijke vrijheid: de vrijheid om te leven zoals jij wilt.
Sociaal-democratie: de sociaal-democratische stroming heeft als belangrijkste waarden
solidariteit en gelijkwaardigheid. PvdA, SP, groenlinks
Solidariteit: je staat klaar voor mensen met wie het niet zo goed gaat.
Gelijkwaardigheid: iedereen moet gelijk behandeld worden.
Christen-democratie: dr christen-democratische stroming heeft het christen geloof en de
bijbel als uitgangspunten. Naasten waarden is belangrijk voor de christen-democraten. CDA,
SGP, CU
Populistische partijen: populistische politici zegt dat zij als enige de wil van het volk weten.
PVV en Forum
One issue- partijen: zij vinden 1 thema het belangrijkste. Zorg voor ouderen en het
verbeteren van dierenrechten. 50PLUS en Partij voor de dieren.
Minister: leider van het kabinet
Kabinet: het dagelijks bestuur van ons land
Regeringspartijen: zij bepalen wie de nieuwe ministers en staatssecretarissen worden. VVD,
D66, CDA
Regeerakkoord: de plannen van de regering voor de komende jaren.
Staatssecretaris: een soort assistent-minister die verantwoordelijk is voor een deel van de
taken van een minister.
Belangrijke taken van de koning:
— een handtekening zetten onder alle wetten