Samenvatting scheikunde ch1
1.1 Stofeigenschappen
Stofeigenschappen= kleur, smaak, brandbaarheid, oplosbaarheid enz.
Stofconstanten= stofeigenschappen weergegeven met een getal.
Dichtheid= dichtheid= massa : volume
Grootheden= eigenschappen die je kunt meten zoals massa en volume.
Eenheid= de maat waarmee je een grootheid meet.
1.2 Veiligheid
Grenswaarde= geeft aan hoeveel mg van een stof in een m3 aanwezig mag zijn.
H-zinnen= gaan over gezondheidsgevaren (H van hazard)
P-zinnen= gaan over preventie (P van prevention)
Gele vlam= pauze vlam= als de luchttoevoer helemaal dicht is.
Kleurloze vlam= kleine hoeveelheden verwarmen, luchttoevoer beetje open.
Ruisende vlam= grote hoeveelheden, luchttoevoer ver open.
1.3 Faseveranderingen
Fase aanduidingen= vast(s), vloeibaar(l), gas(g), opgelost(aq).
Kelvin= Celsius + 273 = Kelvin, Kelvin – 273 = Celsius.
Zuivere stof= één stof.
Mengsel= bestaat uit 2 of meer stoffen
, Samenvatting scheikunde ch2
2.1 Soorten mengsels
Oplossing= alles is opgelost (cola, appelsap).
Suspensie= troebel mengsel van vaste stof in vloeistof (modderwater).
Emulsie= 2 of meer vloeistoffen die niet oplossen (mayonaise).
Rook= een mengsel van een vaste stof in gas.
Schuim= een mengsel van een gas in een vloeistof.
Nevel= een mengsel van een vloeistof in een gas.
2.2 Scheiden van mengsels
Scheiden= het uit elkaar halen van stoffen.
Scheidingsmanieren;
Bezinken= de stof met de grootste dichtheid zakt naar beneden. (suspensie, emulsie)
Centrifugeren= de stof sneller laten bezinken in een centrifuge (suspensie, emulsie)
Filtreren= oplossing door een filter, vaste stof is residu, de rest filtraat. (suspensie)
Extraheren= aan het mengsel een oplosmiddel toevoegen, daarna filtreren. (oplossing)
Indampen= een stof uit een oplossing laten verdampen. (oplossing)
Destilleren= een stof laten verdampen en daarna condenseren. (oplossing)
Rendement= praktische opbrengst : theoretische opbrengst x 100%
2.3 Indampen en destilleren
Oplosbaarheid= het maximaal aantal gram stof dat in een liter vloeistof kan oplossen.
Verzadigde oplossing= een oplossing waarin de max hoeveelheid stof is opgelost
Onverzadigde oplossing= een oplossing waarbij minder dan de max hoeveelheid stof is
opgelost.
1.1 Stofeigenschappen
Stofeigenschappen= kleur, smaak, brandbaarheid, oplosbaarheid enz.
Stofconstanten= stofeigenschappen weergegeven met een getal.
Dichtheid= dichtheid= massa : volume
Grootheden= eigenschappen die je kunt meten zoals massa en volume.
Eenheid= de maat waarmee je een grootheid meet.
1.2 Veiligheid
Grenswaarde= geeft aan hoeveel mg van een stof in een m3 aanwezig mag zijn.
H-zinnen= gaan over gezondheidsgevaren (H van hazard)
P-zinnen= gaan over preventie (P van prevention)
Gele vlam= pauze vlam= als de luchttoevoer helemaal dicht is.
Kleurloze vlam= kleine hoeveelheden verwarmen, luchttoevoer beetje open.
Ruisende vlam= grote hoeveelheden, luchttoevoer ver open.
1.3 Faseveranderingen
Fase aanduidingen= vast(s), vloeibaar(l), gas(g), opgelost(aq).
Kelvin= Celsius + 273 = Kelvin, Kelvin – 273 = Celsius.
Zuivere stof= één stof.
Mengsel= bestaat uit 2 of meer stoffen
, Samenvatting scheikunde ch2
2.1 Soorten mengsels
Oplossing= alles is opgelost (cola, appelsap).
Suspensie= troebel mengsel van vaste stof in vloeistof (modderwater).
Emulsie= 2 of meer vloeistoffen die niet oplossen (mayonaise).
Rook= een mengsel van een vaste stof in gas.
Schuim= een mengsel van een gas in een vloeistof.
Nevel= een mengsel van een vloeistof in een gas.
2.2 Scheiden van mengsels
Scheiden= het uit elkaar halen van stoffen.
Scheidingsmanieren;
Bezinken= de stof met de grootste dichtheid zakt naar beneden. (suspensie, emulsie)
Centrifugeren= de stof sneller laten bezinken in een centrifuge (suspensie, emulsie)
Filtreren= oplossing door een filter, vaste stof is residu, de rest filtraat. (suspensie)
Extraheren= aan het mengsel een oplosmiddel toevoegen, daarna filtreren. (oplossing)
Indampen= een stof uit een oplossing laten verdampen. (oplossing)
Destilleren= een stof laten verdampen en daarna condenseren. (oplossing)
Rendement= praktische opbrengst : theoretische opbrengst x 100%
2.3 Indampen en destilleren
Oplosbaarheid= het maximaal aantal gram stof dat in een liter vloeistof kan oplossen.
Verzadigde oplossing= een oplossing waarin de max hoeveelheid stof is opgelost
Onverzadigde oplossing= een oplossing waarbij minder dan de max hoeveelheid stof is
opgelost.