Week 2
1a. De auteurs bespreken specifiek drie vormen van het gebruik maken van
kennis, of wat zij noemen vormen van knowledge utilization. Kennis wordt op de
volgende drie manieren gebruikt en uitgewisseld:
The instrumental mode: hierbij wordt de wetenschappelijke theorie direct toegepast
op de management praktijk door middel van tools en technieken.
The conceptual mode: dit betekent dat managers hun eigen wetenschappelijke kennis
en ideeën toepassen op wat ze al van de huidige situatie weten. Ze geven er een eigen
draai aan.
The symbolic mode: Managers gebruiken deze vorm om hun acties, beslissingen en
ideeën te rechtvaardigen en goed te praten.
b. Astley & Zammuto (1992, p. 443) stellen dat hun studie aanzet tot een
“reinterpretation of the role played by organizational scientists in relation to
practitioners”. Wat bedoelen de auteurs hiermee?
Ze bedoelen hiermee dat hun studie aanzet tot een nieuwe beschouwing tussen
wetenschappers en managers. Hoewel de “the language games’ van de twee domeinen
verschillen, kunnen beide ook een raakvlak met elkaar hebben. De theorie en de
praktijk hebben elkaar nodig. Ten eerste kan onderzoek een instrumentele invloed
hebben door middel van tools of technieken. Daarnaast kan onderzoek een
conceptuele of symbolische functie hebben naar de praktijk. De manager kan dan
terug refereren naar een bepaald framework of beslissingen steunen. Volgens critici
heeft onderzoek weinig invloed op de praktijk. Astley en Zammuto vinden juist dat dit
incorrect is. Er moet volgens hun meer gekeken worden naar de conceptuele en
symbolische functies waarbij er wel degelijk voldoende relatie bestaat. Op deze
manier onstaat er een reïnterpretatie van de rol van wetenschap naar de praktijk toe.
c. Welke van deze drie vormen van knowledge utilization is volgens Astley &
Zammuto derhalve het MINST van toepassing?
De instrumental mode is het minst van toepassing aangezien de twee domeinen semi-
autonoom zijn. Ook moet er voor iedere case een andere theorie worden ontwikkeld.
Uiteindelijk zal research en theorie dus weinig bieden op een directe toepasbare
manier voor de praktijk.
2. Astley en Zammuto (1992) bespreken de term “linguistic ambiguity”. Wat
betekent dit en wat is de functie van linguistic ambiguity voor wetenschappers
[organization scientists]?
Astley en Zammuto willen de wetenschap dichter bij elkaar brengen. Dat kan door
middel van dubbelzinnig taalgebruik. Dubbelzinnig taalgebruik houdt in dat zinnen of
uitspraken door verschillende mensen op verschillende manieren geïnterpreteerd
kunnen worden. Door de vaagheid en het brede formuleren gelden de theorieën ook
voor meerdere situaties. Op deze manier moet de kloof tussen de wetenschap en de
praktijk worden verkleind.