Tijdens de werkgroep staan de volgende leerdoelen centraal:
• De student kan benoemen wat de gevolgen van een beperking op het gebied van gehoor, tast, reuk
en smaak zijn op lichamelijk, psychisch, sociaal en functioneel gebied
• De student beziet patiëntproblemen vanuit de functionele context van het leven van de cliënt
• De student formuleert middels de NIC verpleegkundige (preventieve) interventies ten aanzien van
(potentiële) problemen op het gebied van de zintuigen
Tijdens de werkgroep staan de volgende leerdoelen centraal:
• De student verwoordt wat er verstaan wordt onder acute zorg
- Ziekenhuis -> spoedeisende situaties, SEH, traumaheli, ambulance
- Huisarts(enpost) -> wanneer het een minder erge situatie betreft, geen ziekenhuis
- Psychiatrie -> crisissituaties mbt psychische aandoeningen -> crisisopvang
• De student beschrijft de rollen en taken van verpleegkundigen in de acute zorg in relatie tot de
verschillende settingen (psychiatrie, ziekenhuis, MGZ) en de verschillende CanMEDrollen.
• De student kan benoemen welke fasen er volgen op de acute fase.
• De student verwoordt ervaringen van zorgvragers die te maken krijgen met acute zorg.
Tijdens de werkgroep staan de volgende leerdoelen centraal:
• De student beschrijft de consequenties van het leven met een chronische ziekte of beperking voor de
zorgvrager en diens naasten.
Dit levert natuurlijk enige zorg met zich mee, niet alleen voor de zorgvrager zelf maar ook voor diens
naasten. Het kan zo zijn dat je opeens mantelzorger wordt voor iemand met een chronische ziekte of
beperking die niet meer veel dingen zelfstandig kan doen.
• De student herkent adaptieve opgaven in relatie tot leven met een chronische ziekte in een
beschreven casus.
• De student verwoordt wat er verstaan wordt onder chronische zorg en benoemt de kenmerken van
chronische zorg binnen verschillende settingen als het ziekenhuis, de V&V sector, de psychiatrie en de
MGZ.
Irreversibele aandoening zonder uitzicht op volledig herstel en met een relatief lange ziekteduur.
- (on)mogelijkheden voor herstel
- Afhankelijkheid mantelzorg
- Verwerking
Levensbedreigende ziekten
- Kanker
- Cva
Periodiek terugkerende klachten
- Astma
- Epilepsie
Progressieve verslechtering
- Reuma
- Chronische hartfalen
Chronische psychische problemen
- Depressie
- angststoornis
, Samenvatting klinisch redeneren, periode 3, leerjaar 1
Leerdoelen (binnen de context van taakklasse 1)
• Studenten kunnen weergeven wat de rol en taak is van jeugdverpleegkundigen in het kader van
opvoedingsvraagstukken.
De jeugdverpleegkundige ondersteunt en monitort de opvoeding. Je ziet haar op het
consultatiebureau, de basisschool en middelbare school. Daarnaast werkt zij nauw samen met o.a.
het sociaal wijkteam, huisarts, scholen en bezoekt zij de mensen thuis.
• Studenten verwoorden het belang van de prognose in relatie tot het bepalen van het resultaat en de
interventies.
Een prognose is hoe je verwacht hoe het ziektebeeld gaat verlopen. Hierop kun je je interventies
aanpassen naar het gewenste resultaat.
• Studenten nemen een prognostisch besluit ten aanzien van de gegeven diagnose
‘ouderschapstekort’.
Interventies inzetten zodat dit niet verder achteruit gaat, en eventueel juist verbeterd.
• Studenten bepalen het resultaat bij de gegeven verpleegkundige diagnose “ouderschapstekort”.
• Studenten kunnen het verschil in resultaten en interventies benoemen bij de feitelijke, mogelijke en
dreigende diagnose ouderschapstekort
Resultaten is wat je wil bereiken -> en de interventie is hoe je bij dat resultaat komt
Bij dreigende diagnose wil je het nog voorkomen, hierbij zet je een preventieve interventie in. Daarbij
hoort ook een preventieve resultaat uitslag.
Mogelijke diagnose -> preventieve interventie, eventueel curatief. Hierbij wil je het voorkomen en
oplossen. Het resultaat hoort hier ook bij aan te sluiten.
Feitelijke diagnose -> hierbij wil je het beter maken, dus zet je een curatieve interventie in. Het
resultaat hoort hierbij passend en haalbaar te zijn.
Leerdoelen
• Studenten kunnen benoemen op welke manier de zorgverlening beïnvloed wordt als zorgvrager en
zorgverlener niet dezelfde taal spreken.
Hierdoor kunnen misverstanden ontstaan wanneer de zorgvrager niet snapt wat de zorgverlener
bedoeld. En andersom kan dit ook.
• Studenten bepalen de prognose, resultaten en interventies bij de gegeven diagnose “Verstoorde
verbale communicatie".