Samenvatting anatomie en fysiologie
College week 1 inleiding en medische terminologie
Vlakken
Frontaal
Links en rechts / boven en beneden
Voor en achteraanzicht
Sagitaal
Voor en achter / boven en beneden
Zijaanzicht
Transversaal
Links en rechts / voor en achter
Onder en bovenaanzicht
Richtingen
Craniaal – caudaal
Het hoofd – de staart
Proximaal – distaal
In richting van aanhechtingspunt – weg van richting aanhechtingspunt
Ventraal – dorsaal
Buikzijde – rugzijde
Lateraal – mediaal
Weg van lengteas van lichaam – naar lengteas van lichaam
Centraal – perifeer
Aan binnenkant – aan buitenkant
Extern – intern
Buiten – binnen
Superficiaal – profundaal
Oppervlakkig – diep
Voorkant: anterior
Achterkant: posterior
Bovenkant: superior
Onderkant: inferior
Afkortingen
A. = arteria
Meervoud AA.
Slagader
V. = vena
Meervoud VV.
Ader
N. = nervus
Meervoud NN.
1
, Zenuw
Art. = Articulatio
Meervoud ARTT.
Gewricht
Lig. = Ligament
Geen meervoud
Band
M. = musculus
Meervoud MM.
Spier
Komt nog woord achter -
Micro: klein
Macro: groot
Hypo: weinig
Hyper: veel
Mono: enkel
Di: twee
Poly: veel
Multi: meerdere
Semi: half
Oligo: weinig
A- of an-: niet
Auto: zelf
Per: doof
Cranium: schedel
Cerebrum: brein
Cerebellum: kleine hersenen
Cavum nasi: neusholten
Cavum oris: mondholten
Farynx: neus-keelholten
Larynx: strottenhoofd
Glottis: stemspleet
Trachea: luchtpijp
Thorax: borstkas
Diafragma: middenrif
Vertebra: wervel
Sternum: borstbeen
Costa: rib
Palatum: gehemelte
Glossus/lingua: tong
Uvula: huigje
2
, Afasie: niet in staat om te praten
Apraxie: niet in staat om doelgericht te handelen
Ataxie: niet in staat om gecoördineerd te bewegen
Parese: krachtvermindering
Paralyse: verlamming
Tremor: trilling
Dysfagie: slikstoornissen
Cva: beroerte
Hemiplegie: halfzijdige verlamming
a/hypo/brady kinesie: niet bewegen
contractuur: dwangstand van gewricht
Gezondheidszorg
Intramuraal: ziekenhuis/verpleeghuis (tussen de muren)
Extramuraal: thuiszorg (buiten de muren)
Eerste lijn zorg: zorg vrij toegankelijk, bijvoorbeeld huisarts
Tweede lijn zorg: zorg via een verwijzig, specialistische zorg
Preventieve zorg: zorg om iets te voorkomen, bijvoorbeeld vaccinatie
Curatieve zorg: gericht op het genezen
Palliatieve zorg: gericht om het lijden te verminderen
3
College week 1 inleiding en medische terminologie
Vlakken
Frontaal
Links en rechts / boven en beneden
Voor en achteraanzicht
Sagitaal
Voor en achter / boven en beneden
Zijaanzicht
Transversaal
Links en rechts / voor en achter
Onder en bovenaanzicht
Richtingen
Craniaal – caudaal
Het hoofd – de staart
Proximaal – distaal
In richting van aanhechtingspunt – weg van richting aanhechtingspunt
Ventraal – dorsaal
Buikzijde – rugzijde
Lateraal – mediaal
Weg van lengteas van lichaam – naar lengteas van lichaam
Centraal – perifeer
Aan binnenkant – aan buitenkant
Extern – intern
Buiten – binnen
Superficiaal – profundaal
Oppervlakkig – diep
Voorkant: anterior
Achterkant: posterior
Bovenkant: superior
Onderkant: inferior
Afkortingen
A. = arteria
Meervoud AA.
Slagader
V. = vena
Meervoud VV.
Ader
N. = nervus
Meervoud NN.
1
, Zenuw
Art. = Articulatio
Meervoud ARTT.
Gewricht
Lig. = Ligament
Geen meervoud
Band
M. = musculus
Meervoud MM.
Spier
Komt nog woord achter -
Micro: klein
Macro: groot
Hypo: weinig
Hyper: veel
Mono: enkel
Di: twee
Poly: veel
Multi: meerdere
Semi: half
Oligo: weinig
A- of an-: niet
Auto: zelf
Per: doof
Cranium: schedel
Cerebrum: brein
Cerebellum: kleine hersenen
Cavum nasi: neusholten
Cavum oris: mondholten
Farynx: neus-keelholten
Larynx: strottenhoofd
Glottis: stemspleet
Trachea: luchtpijp
Thorax: borstkas
Diafragma: middenrif
Vertebra: wervel
Sternum: borstbeen
Costa: rib
Palatum: gehemelte
Glossus/lingua: tong
Uvula: huigje
2
, Afasie: niet in staat om te praten
Apraxie: niet in staat om doelgericht te handelen
Ataxie: niet in staat om gecoördineerd te bewegen
Parese: krachtvermindering
Paralyse: verlamming
Tremor: trilling
Dysfagie: slikstoornissen
Cva: beroerte
Hemiplegie: halfzijdige verlamming
a/hypo/brady kinesie: niet bewegen
contractuur: dwangstand van gewricht
Gezondheidszorg
Intramuraal: ziekenhuis/verpleeghuis (tussen de muren)
Extramuraal: thuiszorg (buiten de muren)
Eerste lijn zorg: zorg vrij toegankelijk, bijvoorbeeld huisarts
Tweede lijn zorg: zorg via een verwijzig, specialistische zorg
Preventieve zorg: zorg om iets te voorkomen, bijvoorbeeld vaccinatie
Curatieve zorg: gericht op het genezen
Palliatieve zorg: gericht om het lijden te verminderen
3