Hoorcollege 1: Introductie
Waarom is er een overheid? (uitgelegd aan de hand van 3 scholen)
1. Economen
2. Filosofen
3. Sociologisch
1. Economen
Productie van collectieve goederen: iedereen mag er gebruik van maken
Preventie van monopolies en kartels: door monopolies wordt het onmogelijk
voor andere partijen om mee te doen op de markt, de overheid heeft het recht
op ingrijpen
Reguleren van externe effecten: maatschappelijke ontwikkelingen leiden tot
externe effecten, de overheid mag dan ingrijpen, denk aan co2 uitstoot van
fabrieken
Beheersing van bemoeigoederen: kustmatig goede producten goedkoper
maken en slechte producten duurder maken
Herverdeling: kloof zo klein mogelijk maken tussen de rijken en de armen, dit
wordt gedan door middel van belasting
2. Filosofen:
Thomas Hobbes zegt: homo homini lupus est, de oorlog van allen tegen
allen
Dus het leven is een oorlog tegen elkaar, een strijd
Het leven is, slecht, kort, smerig en brutaal
Mensen kiezen altijd voor zich zelf, er moet dus een heerser zijn (the
leviathan) die mensen sturing geeft.
Mens kiest altijd het slechte wat leidt tot iets slechts
Oplossing:
De mens geeft een deel van zijn autonomie af om zich te beschermen tegen
de autonomie van anderen
Dus de macht wordt afgedragen aan de soevereine heerser
Sociaal contract -> de macht wordt overgedragen aan een soeverein heerser,
vrijheid wordt ingeleverd in ruil voor bescherming van de overheid tegen
anderen.
Wij zijn geneigd tot het kwade -> hierdoor hebben we politie nodig
,3. Sociologisch
Probleem van de collectieve actie
Prisoners dillema, ideivideel rationeel gedrag leidt collectief tot slechte
uitkomsten
Oplossingen:
Hiërarchischer sturing door een externe partij: de overheid
Maar:
Axelrod- de evolutie van samenwerking; samenwerking levert op de langere
termijn voordelen op
Rutger Bregman – de meeste mensen deugen
-> Dus vanuit verschillende disciplines kan worden beargumenteerd dat een overheid
nodig is
Er zijn 3 manieren om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken:
1. Via de staat
2. Via de markt
3. Via de maatschappij
,Hoorcollege 2: sturing en de samenleving
Kenmerken van complexe problemen: (er zijn steeds meer problemen die complex
worden)
1. Er is vaak geen eenduidige definitie van het probleem (verschillende
percepties)
2. Er is geen eenduidige aanpak of oplossing van het probleem
3. Er is geen test die uitsluitsel kan geven over de vraag of een aanpak zal
werken
4. Elk probleem is eigenlijk uniek
5. Problemen zijn de manifestatie van andere, achterliggende problemen
6. Er zijn heel veel verklaringen voor een bepaald probleem
7. Elke aanpak genereert ook onbedoelde (positieve en negatieve)
neveneffecten (zie Sieber, 1981).
Rittel & Webber (1973)
The policy cycle
1. Agendasetting
2. Oplossing formuleren
3. Beleid wordt vastgesteld
4. Beleid wordt uitgevoerd
5. Beleid wordt geëvalueerd
6. Beleid stoppen of doorvoeren
Wat is sturing?
Een poging tot doelgerichte beïnvloeding van
maatschappelijke processen, met behulp van
sturingsinstrumenten. Niet het monopolie van de overheid
ook andere partijen sturen (school, arbeidsmarkt, ouders)
denk aan tabak
, Sturingsvormen:
De gemeenschap:
Voordelen:
Wederzijds respect
Gemeenschappelijke identiteit waardoor ook meer onderlinge solidariteit
Delen van gemeenschappelijke waarden en normen
Nadelen:
Onderlinge persoonlijke strijd en rivaliteit
Wij versus zij, de buitenstaanders
De markt
Voordelen:
Keuzevrijheid
Ruimte voor ondernemerschap en innovatie
Materieel gewin is duidelijk
Nadelen:
Individuele verantwoordelijkheid niet duidelijk
Ongelijkheid
De staat:
Voordelen:
Gelegitimeerde uitoefening van macht op grond van kennis en deskundigheid
en allerlei regels die van toepassing zijn
Bureaucratische stabiliteit
Gelijke behandelingen
Voorspelbaarheid
Nadelen:
Bureaucratisering en ondergeschiktheid
Conflicten tussen instellingen en strijd
Formeel administratieve procedures en daarmee formalisme
Associatie:
Voordelen:
Meer gelijke verdeling binnen de groep
Meer stabiliteit in de groep
Waarom is er een overheid? (uitgelegd aan de hand van 3 scholen)
1. Economen
2. Filosofen
3. Sociologisch
1. Economen
Productie van collectieve goederen: iedereen mag er gebruik van maken
Preventie van monopolies en kartels: door monopolies wordt het onmogelijk
voor andere partijen om mee te doen op de markt, de overheid heeft het recht
op ingrijpen
Reguleren van externe effecten: maatschappelijke ontwikkelingen leiden tot
externe effecten, de overheid mag dan ingrijpen, denk aan co2 uitstoot van
fabrieken
Beheersing van bemoeigoederen: kustmatig goede producten goedkoper
maken en slechte producten duurder maken
Herverdeling: kloof zo klein mogelijk maken tussen de rijken en de armen, dit
wordt gedan door middel van belasting
2. Filosofen:
Thomas Hobbes zegt: homo homini lupus est, de oorlog van allen tegen
allen
Dus het leven is een oorlog tegen elkaar, een strijd
Het leven is, slecht, kort, smerig en brutaal
Mensen kiezen altijd voor zich zelf, er moet dus een heerser zijn (the
leviathan) die mensen sturing geeft.
Mens kiest altijd het slechte wat leidt tot iets slechts
Oplossing:
De mens geeft een deel van zijn autonomie af om zich te beschermen tegen
de autonomie van anderen
Dus de macht wordt afgedragen aan de soevereine heerser
Sociaal contract -> de macht wordt overgedragen aan een soeverein heerser,
vrijheid wordt ingeleverd in ruil voor bescherming van de overheid tegen
anderen.
Wij zijn geneigd tot het kwade -> hierdoor hebben we politie nodig
,3. Sociologisch
Probleem van de collectieve actie
Prisoners dillema, ideivideel rationeel gedrag leidt collectief tot slechte
uitkomsten
Oplossingen:
Hiërarchischer sturing door een externe partij: de overheid
Maar:
Axelrod- de evolutie van samenwerking; samenwerking levert op de langere
termijn voordelen op
Rutger Bregman – de meeste mensen deugen
-> Dus vanuit verschillende disciplines kan worden beargumenteerd dat een overheid
nodig is
Er zijn 3 manieren om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken:
1. Via de staat
2. Via de markt
3. Via de maatschappij
,Hoorcollege 2: sturing en de samenleving
Kenmerken van complexe problemen: (er zijn steeds meer problemen die complex
worden)
1. Er is vaak geen eenduidige definitie van het probleem (verschillende
percepties)
2. Er is geen eenduidige aanpak of oplossing van het probleem
3. Er is geen test die uitsluitsel kan geven over de vraag of een aanpak zal
werken
4. Elk probleem is eigenlijk uniek
5. Problemen zijn de manifestatie van andere, achterliggende problemen
6. Er zijn heel veel verklaringen voor een bepaald probleem
7. Elke aanpak genereert ook onbedoelde (positieve en negatieve)
neveneffecten (zie Sieber, 1981).
Rittel & Webber (1973)
The policy cycle
1. Agendasetting
2. Oplossing formuleren
3. Beleid wordt vastgesteld
4. Beleid wordt uitgevoerd
5. Beleid wordt geëvalueerd
6. Beleid stoppen of doorvoeren
Wat is sturing?
Een poging tot doelgerichte beïnvloeding van
maatschappelijke processen, met behulp van
sturingsinstrumenten. Niet het monopolie van de overheid
ook andere partijen sturen (school, arbeidsmarkt, ouders)
denk aan tabak
, Sturingsvormen:
De gemeenschap:
Voordelen:
Wederzijds respect
Gemeenschappelijke identiteit waardoor ook meer onderlinge solidariteit
Delen van gemeenschappelijke waarden en normen
Nadelen:
Onderlinge persoonlijke strijd en rivaliteit
Wij versus zij, de buitenstaanders
De markt
Voordelen:
Keuzevrijheid
Ruimte voor ondernemerschap en innovatie
Materieel gewin is duidelijk
Nadelen:
Individuele verantwoordelijkheid niet duidelijk
Ongelijkheid
De staat:
Voordelen:
Gelegitimeerde uitoefening van macht op grond van kennis en deskundigheid
en allerlei regels die van toepassing zijn
Bureaucratische stabiliteit
Gelijke behandelingen
Voorspelbaarheid
Nadelen:
Bureaucratisering en ondergeschiktheid
Conflicten tussen instellingen en strijd
Formeel administratieve procedures en daarmee formalisme
Associatie:
Voordelen:
Meer gelijke verdeling binnen de groep
Meer stabiliteit in de groep