Probleem 1, learning to remember.
Leerdoelen.
- Wat houdt het primacy/recency effect in?
- Welke factoren spelen een rol bij het onthouden v items?
- Onder welke omstandigheden zijn bepaalde stimuli afleidend?
- Waarom heeft de ene vorm van afleiding meer effect dan een andere?
- Welke leermethodes/strategieën werken het beste (bij het onthouden v rijtjes)?
- Wat voor invloed heeft de situatie op het leren?
- Hoe komt het dat dezelfde externe factoren een positieve invloed hebben op het leren?
Atkinson en shiffrin model, ook het modale modelopslag van info.
1. Input; wat je binnen krijgt
2. Sensory memory; houdt info vast
- iconic store; beeld opslag (0,5sec)
- echoic store; geluid (2sec)
-eidetisch; fotografisch
3. Short term memory; kleine capaciteit
4. Long term memory; grote capaciteit
Tussen 2-3 kan afleiding voorkomen waardoor het niet opgeslagen wordt.
Tussen 3-4 kan men vergeten door het net te herhalen.
Short term memory capacity (Miller); je kan tussen de 5 en 9 items in je korte termijn geheugen
opslaan.
Working memory(baddely), 2 modellen.
Model 1 (1974).
Visuospatial sketchpad < -- > central executive < -- > phonological loop
Model 2 (2000).
Central executive
˅ ˅ ˅
Visuospatial sketchpad episodic buffer phonological loop
˅ ˅ ˅
Visual semantics < -- > episodic long term memory < -- > language
Uitleg.
Dual tasking; (alleen eersgte model) 2 taken kun je uitvoeren als het uit verschillende blokken komt.
Phonological loop; hier worden spraak en geluiden opgeslagen.
bestaat uit; phonological store opslagruimte; info wordt kort opgeslagen.
articulary store vernieuwd phon. Store.
Visuospatial sketchpad; opslag voor visuele en ruimtelijke waarnemingen.
1. Mental rotation; je kunt een beeld in je hoofd draaien, je maakt het 3d.
2. boundary extension; meer herinneren dan dat je gezien hebt; jongetje met 3 steppen
worden er 5.
3. Representational momentum; bewegingen verder doordenken dan je gezien hebt.
, Central executive; regelsysteem.
Episodic buffer; hier worden herinneringen gemaakt, door het korte en lange termijn
geheugen te combineren
Vergeten.(2 meningen)
1. Decay; de tijd zorgt ervoor dat het vergeten wordt. Krtitiek niet zozeer de tijd maar eerder
gebeurtenissen er tussendoor.
2. Interference; gebeurtenissen tussendoor zorgen voor afleiding wat ervoor zorgt dat je het
vergeet.
- proactive interference; oude kennis in de weg voor nieuwe kennis.
- retroactive interference; nieuwe kennis in de weg voor oude kennis.
Model Sternberg, gebaseerd op onderzoek waar mensen moesten beslissen of ze letters wel of niet
gezien hebben.
Je ziet het (encoding probe) e vergelijkt het(scan and compare) ja of neeje handelt(execute
motor response.
Encoding specificity (transfer appropriate processing)
Als je iets moet onthouden wordt het aan een bestaand network gekoppeld. Zo kan het dus zijn dat
je ergens naartoe loopt om wat te pakken, het vergeet, weer terug gaat en het weer weet.
Serial position effect .
1. Primacy eerste woorden uit een rij onthoud je beter doordat je die vaker herhaald hebt.
2. Recency effect laatste paar woorden blijven hangen in je korte termijn geheugen.
Leermethoden;
Mnemoic devices.
1. Classic (method of loci) visualiseren van plekken die je koppelt aan de woorden die je moet
onthouden.
2. Peg word system; een lijst maken van woorden die je wilt onthouden; hier gebruik je dan
verschillende methoden voor om het te onthouden rijm, afkortingen(acroniem), woorden
vormen van eerste letters(archosticon)
Isolatie effect/ von restorff effecct; afwijkende items worden beter onthouden, want dat trekt meer
de aandacht
Depth of processing als je iets aandachtig verwerkt dan blijft het beter in je lange termijn
geheugen zitten.
Generation effect; zelf info maken zorgt ervoor dat je het beter onthoudt
Enactment effect; als je een handeling moet onthouden is het beter om het zelf actief mee te doen
dan om te kijken naar iemand die het doet.
Categoric; woorden die je in categorieën plaatst onthoud je beter.
Chunking;items onderverdelen in groepen zodat het beter te onthouden is.
, Porbleem 2, autobiographical memory.
Leerdoelen.
- Waarom verschillen herinneringen van elkaar?
- Hoe achterhaal je herinneringen uit het ltm?
- Hoe kun je herinneringen beïnvloeden?
- Hoe ontstaan false memories?
- Wat is daarop de invloed van anderen?
- Wat is geheugenverlies en hoe komt het?
- Welke vormen zijn er?
LTM
Model van Squire, zie aantekeningen. Verdeleing declaratief(expl) geheugen en non-declaratief(impl)
geheugen.
Expliciet; onthouden van feiten ed
Impliciet; onbewuste processen.
Autobiografisch geheugen.
self memory systeem;
1. Lifetime period; algemene dingen uit het leven.
2. General events; herhaalde dingen uit het leven, blijven beter hangen door herhaling
3. Event specificknowledge; 1 gebeurtenis
Flashbulb memory; een levendige herinnering.
Infantile amnesia; geen/weinig herinneringen in de eerst 3 jaar door ontwikkeling v h
geheugen.
Reminiscence bumb; meeste herinneringen rond 20 jaar oud door veel eerste keren/ nieuwe
gebeurtenissen.
Forgetting; veel vergeten laatste 20 jaar door lack of rehearsal.
Recency effect; veel herinneringen laatste 5 jaar.
Bestuderen autob. Geheugen.
- Dagboekstudie
- Self reports
Hieruit bleken general events makkelijker te herinneren.
Retrieval uit ltm
- Herinneren is succesvol als aanwezige cues overeenkomen met herinnering.
Exp russisch vs engels; Russische herinnering makkelijker op te halen in het russisch dan in het
engels.
- Geur is sterke cue
- What beter dan where en when
Herinneringen beinvoeden
Misinformation effect krijgt misleidende info en ziet deze als eigen herinnering
Imagintion inflatonals je je ets inbeeld/voorstelt ga je er in geloven.(tussen 2 en 3)
Fases;
1. Maken geb mee
2. Misleidende info verteld
3. Anders herinneren
Source misattribution; niet meer de bron v d info weten
Misinformation acceptance; info niet zelf herinneren maar het past dus aanemen
Leerdoelen.
- Wat houdt het primacy/recency effect in?
- Welke factoren spelen een rol bij het onthouden v items?
- Onder welke omstandigheden zijn bepaalde stimuli afleidend?
- Waarom heeft de ene vorm van afleiding meer effect dan een andere?
- Welke leermethodes/strategieën werken het beste (bij het onthouden v rijtjes)?
- Wat voor invloed heeft de situatie op het leren?
- Hoe komt het dat dezelfde externe factoren een positieve invloed hebben op het leren?
Atkinson en shiffrin model, ook het modale modelopslag van info.
1. Input; wat je binnen krijgt
2. Sensory memory; houdt info vast
- iconic store; beeld opslag (0,5sec)
- echoic store; geluid (2sec)
-eidetisch; fotografisch
3. Short term memory; kleine capaciteit
4. Long term memory; grote capaciteit
Tussen 2-3 kan afleiding voorkomen waardoor het niet opgeslagen wordt.
Tussen 3-4 kan men vergeten door het net te herhalen.
Short term memory capacity (Miller); je kan tussen de 5 en 9 items in je korte termijn geheugen
opslaan.
Working memory(baddely), 2 modellen.
Model 1 (1974).
Visuospatial sketchpad < -- > central executive < -- > phonological loop
Model 2 (2000).
Central executive
˅ ˅ ˅
Visuospatial sketchpad episodic buffer phonological loop
˅ ˅ ˅
Visual semantics < -- > episodic long term memory < -- > language
Uitleg.
Dual tasking; (alleen eersgte model) 2 taken kun je uitvoeren als het uit verschillende blokken komt.
Phonological loop; hier worden spraak en geluiden opgeslagen.
bestaat uit; phonological store opslagruimte; info wordt kort opgeslagen.
articulary store vernieuwd phon. Store.
Visuospatial sketchpad; opslag voor visuele en ruimtelijke waarnemingen.
1. Mental rotation; je kunt een beeld in je hoofd draaien, je maakt het 3d.
2. boundary extension; meer herinneren dan dat je gezien hebt; jongetje met 3 steppen
worden er 5.
3. Representational momentum; bewegingen verder doordenken dan je gezien hebt.
, Central executive; regelsysteem.
Episodic buffer; hier worden herinneringen gemaakt, door het korte en lange termijn
geheugen te combineren
Vergeten.(2 meningen)
1. Decay; de tijd zorgt ervoor dat het vergeten wordt. Krtitiek niet zozeer de tijd maar eerder
gebeurtenissen er tussendoor.
2. Interference; gebeurtenissen tussendoor zorgen voor afleiding wat ervoor zorgt dat je het
vergeet.
- proactive interference; oude kennis in de weg voor nieuwe kennis.
- retroactive interference; nieuwe kennis in de weg voor oude kennis.
Model Sternberg, gebaseerd op onderzoek waar mensen moesten beslissen of ze letters wel of niet
gezien hebben.
Je ziet het (encoding probe) e vergelijkt het(scan and compare) ja of neeje handelt(execute
motor response.
Encoding specificity (transfer appropriate processing)
Als je iets moet onthouden wordt het aan een bestaand network gekoppeld. Zo kan het dus zijn dat
je ergens naartoe loopt om wat te pakken, het vergeet, weer terug gaat en het weer weet.
Serial position effect .
1. Primacy eerste woorden uit een rij onthoud je beter doordat je die vaker herhaald hebt.
2. Recency effect laatste paar woorden blijven hangen in je korte termijn geheugen.
Leermethoden;
Mnemoic devices.
1. Classic (method of loci) visualiseren van plekken die je koppelt aan de woorden die je moet
onthouden.
2. Peg word system; een lijst maken van woorden die je wilt onthouden; hier gebruik je dan
verschillende methoden voor om het te onthouden rijm, afkortingen(acroniem), woorden
vormen van eerste letters(archosticon)
Isolatie effect/ von restorff effecct; afwijkende items worden beter onthouden, want dat trekt meer
de aandacht
Depth of processing als je iets aandachtig verwerkt dan blijft het beter in je lange termijn
geheugen zitten.
Generation effect; zelf info maken zorgt ervoor dat je het beter onthoudt
Enactment effect; als je een handeling moet onthouden is het beter om het zelf actief mee te doen
dan om te kijken naar iemand die het doet.
Categoric; woorden die je in categorieën plaatst onthoud je beter.
Chunking;items onderverdelen in groepen zodat het beter te onthouden is.
, Porbleem 2, autobiographical memory.
Leerdoelen.
- Waarom verschillen herinneringen van elkaar?
- Hoe achterhaal je herinneringen uit het ltm?
- Hoe kun je herinneringen beïnvloeden?
- Hoe ontstaan false memories?
- Wat is daarop de invloed van anderen?
- Wat is geheugenverlies en hoe komt het?
- Welke vormen zijn er?
LTM
Model van Squire, zie aantekeningen. Verdeleing declaratief(expl) geheugen en non-declaratief(impl)
geheugen.
Expliciet; onthouden van feiten ed
Impliciet; onbewuste processen.
Autobiografisch geheugen.
self memory systeem;
1. Lifetime period; algemene dingen uit het leven.
2. General events; herhaalde dingen uit het leven, blijven beter hangen door herhaling
3. Event specificknowledge; 1 gebeurtenis
Flashbulb memory; een levendige herinnering.
Infantile amnesia; geen/weinig herinneringen in de eerst 3 jaar door ontwikkeling v h
geheugen.
Reminiscence bumb; meeste herinneringen rond 20 jaar oud door veel eerste keren/ nieuwe
gebeurtenissen.
Forgetting; veel vergeten laatste 20 jaar door lack of rehearsal.
Recency effect; veel herinneringen laatste 5 jaar.
Bestuderen autob. Geheugen.
- Dagboekstudie
- Self reports
Hieruit bleken general events makkelijker te herinneren.
Retrieval uit ltm
- Herinneren is succesvol als aanwezige cues overeenkomen met herinnering.
Exp russisch vs engels; Russische herinnering makkelijker op te halen in het russisch dan in het
engels.
- Geur is sterke cue
- What beter dan where en when
Herinneringen beinvoeden
Misinformation effect krijgt misleidende info en ziet deze als eigen herinnering
Imagintion inflatonals je je ets inbeeld/voorstelt ga je er in geloven.(tussen 2 en 3)
Fases;
1. Maken geb mee
2. Misleidende info verteld
3. Anders herinneren
Source misattribution; niet meer de bron v d info weten
Misinformation acceptance; info niet zelf herinneren maar het past dus aanemen