Financieel managment 2.2
H1.4
BTW tarieven: algemene tarief 21%
Verlaagde tarief (6%) = goederen en diensten die tot de noodzakelijke levensbehoeften behoren. Ook
vallen hotelaccommodaties, attractieparken en non-alcoholische dranken in een restaurant
hieronder.
Nultarief = Vooral voor de uitvoer van goederen.
H5 Investeringsanalyse
Eindwaarde: De waarde die een kapitaal heeft na een bepaald aantal jaren uitgestaan te hebben
tegen samengestelde rente.
Bijvoorbeeld: Je krijgt 10 euro aan het begin van het jaar en dit kun je op de bank zetten tegen 6%
rente. Aan het eind van het jaar is jou 10 euro (10 x 1,06) 10,60 geworden. Je hebt dus 0,60 cent
rente gekregen.
Eindwaarde = kapitaal + renteopbrengst
Contante waarde: De contante waarde van een bepaalde som geld is de huidige waarde van een
bedrag, dat in de toekomst ontvangen of betaald wordt.
Eindwaarde
Contante waarde = *Disconteringsvoet is de rentewaarde
(1+ disconteringsvoet*)ⁿ ⁿ = Aantal jaren
Bijvoorbeeld: Iemand investeerd €920.000 om hiermee over een jaar €80.000 mee te verdienen. De
disconteringsvoet bedraagd 10%. Is het verstandig om te investeren of kan hij het beter op de bank
zetten?
Contante waarde = 1.000.000 (920.000+80.000) = €909.000
1,10
€909.000 is minder dan €920.000, hij kan het geld dus beter niet investeren, maar op de bank zetten.
Netto contante waarde= Contante waarde min de investering(en)
Kasstromen (Cashflow) = Het verschil tussen de bruto-ontvangsten en de uitgaven.
Je kunt op twee manier aan de cashflow komen:
- De totale ontvangsten – de totale uitgaven (inclusief de investeringen) van een project
- De winst van het project + de afschrijvingen van de investering van het project
Oftewel: Cashflow = Winst + afschrijvingen – investeringen + desinvesteringen
Desinvesteringen houdt in dat je je spullen weer verkoopt, hier verdien je dus aan!
Terugverdienperiode = De periode die verstrijkt tot het oorspronkelijke investeringsbedrag is
terugverdiend uit de kasstromen van het project.
,Terugverdientijd uitrekenen ziet er zo uit:
Investering ......
Cashflow jaar 1 ......
Nog terug te verdienen ......
Cashflow jaar 2 ......
Nog terug te verdienen ......
Cashflow jaar 3 .......
Tijdspreferentiemethode is een manier om de
kostprijs uit te rekenen in een situatie waarbij consumenten
een voorkeur hebben voor een bepaalde tijdsperiode
Bijvoorbeeld:
Zomer vs. Winter
Weekend vs. Doordeweeks
´s Avonds vs. Overdag
H7 Eigen- en vreemd vermogen
Eigen vermogen: Geld en/of andere zaken die van de eigenaar zijn.
Vreemd vermogen: leningen/kredieten die verschaft worden door banken, leveranciers en financiers.
Deze verschaffers worden schuldeisers genoemd.
Verschil eigen vermogen bij een eenmanszaak en BV/NV:
Het EV bij een eenmanszaak bestaat puur uit de investering van de eigenaar en eventuele winst uit
het verleden. Het EV bij een BV/NV bestaat ook nog uit het geplaatste aandelenkapitaal, omdat zij
met aandelen werken.
Bij een BV staan deze aandelen op naam en zijn ze niet vrij verhandelbaar. Bij een NV staan ze niet op
naam, en zijn wel vrij verhandelbaar.
Reserves
Er zijn drie soorten open reserves:
-Winstreserve
, - Agioreserve
- Herwaarderingsreserve
Agioreserve: Wanneer je aandelen verkoopt boven de waarde die het heeft, wordt de extra
opbrengst agio genoemd. Deze extra opbrengst komt in de balans onder agioreserve te staan.
Herwaarderingsreserve: waardestijging van de activa.
Het vreemd vermogen bestaat uit twee soorten: Lang vreemd vermogen en kort vreemd vermogen.
LVV: dit zijn de lang lopende leningen die een bedrijf heeft. De bekendste leningen zijn bijvoorbeeld
hypothecaire lening, banklening, obligatielening.
KVV: Ook een lening, maar in tegenstelling tot LVV moet deze lening binnen 1 jaar terugbetaald
worden. Voorbeelden van KVV zijn bijvoorbeeld leverancierskrediet (crediteuren) en rekening-
courantkrediet (rood staan)
H8 Financiële analyse
Kapitaalstructuur: de samenstelling van de activa van een organisatie (balans debetzijde).
Vermogenstructuur: de wijze waarop het vermogen van een organisatie is samengesteld (balans
creditzijde).
Bij een financiële analyse berekenen we met behulp van verschillende posten uit de balans en de
resultatenrekening een groot aantal verhoudingsgetallen ( = kengetallen = ratio’s).
Kengetal (ratio)= een absoluut getal dat informatie geeft over een financiële eigenschap van een
onderneming. Hier zijn drie soorten van: Liquiditeit, Solvabiliteit en Rentabiliteit.
Liquiditeit
De mate waarin een bedrijf op korte termijn aan haar betalingsverplichting kan voldoen.
Current ratio = Vlottende activa / Vreemd Vermogen Kort (VVK)
Quick ratio = Vlottende activa (excl. Voorraden) / Vreemd Vermogen Kort (VVK)
Netto werkkapitaal = Vlottende activa – Vreemd Vermogen Kort
Solvabiliteit
De mate waarin de onderneming in geval van opheffing haar hele vreemd vermogen kan
terugbetalen.
Debt ratio = Vreemd Vermogen (VV) / Totaal Vermogen (TV)
Weerstandsvermogen (of Eigen Vermogen Ratio) = Eigen Vermogen (EV) / totaal Vermogen (TV)
Deze twee zijn samen altijd 1!
Rentabiliteit
De verhouding tussen het inkomen en het gemiddeld vermogen waarmee dit inkomen is behaald.
Gemiddeld Vermogen = (Vermogen begin + Vermogen eind) / 2
Bedrijfsresultaat = Winst voor belasting + Rentekosten
RTV = Bedrijfsresultaat / Gemiddeld Totaal Vermogen x 100%
REVvb = Winst voor belasting / Gemiddeld Eigen Vermogen x 100%
REVnb = Winst na belasting / Gemiddeld Eigen Vermogen x 100%
H1.4
BTW tarieven: algemene tarief 21%
Verlaagde tarief (6%) = goederen en diensten die tot de noodzakelijke levensbehoeften behoren. Ook
vallen hotelaccommodaties, attractieparken en non-alcoholische dranken in een restaurant
hieronder.
Nultarief = Vooral voor de uitvoer van goederen.
H5 Investeringsanalyse
Eindwaarde: De waarde die een kapitaal heeft na een bepaald aantal jaren uitgestaan te hebben
tegen samengestelde rente.
Bijvoorbeeld: Je krijgt 10 euro aan het begin van het jaar en dit kun je op de bank zetten tegen 6%
rente. Aan het eind van het jaar is jou 10 euro (10 x 1,06) 10,60 geworden. Je hebt dus 0,60 cent
rente gekregen.
Eindwaarde = kapitaal + renteopbrengst
Contante waarde: De contante waarde van een bepaalde som geld is de huidige waarde van een
bedrag, dat in de toekomst ontvangen of betaald wordt.
Eindwaarde
Contante waarde = *Disconteringsvoet is de rentewaarde
(1+ disconteringsvoet*)ⁿ ⁿ = Aantal jaren
Bijvoorbeeld: Iemand investeerd €920.000 om hiermee over een jaar €80.000 mee te verdienen. De
disconteringsvoet bedraagd 10%. Is het verstandig om te investeren of kan hij het beter op de bank
zetten?
Contante waarde = 1.000.000 (920.000+80.000) = €909.000
1,10
€909.000 is minder dan €920.000, hij kan het geld dus beter niet investeren, maar op de bank zetten.
Netto contante waarde= Contante waarde min de investering(en)
Kasstromen (Cashflow) = Het verschil tussen de bruto-ontvangsten en de uitgaven.
Je kunt op twee manier aan de cashflow komen:
- De totale ontvangsten – de totale uitgaven (inclusief de investeringen) van een project
- De winst van het project + de afschrijvingen van de investering van het project
Oftewel: Cashflow = Winst + afschrijvingen – investeringen + desinvesteringen
Desinvesteringen houdt in dat je je spullen weer verkoopt, hier verdien je dus aan!
Terugverdienperiode = De periode die verstrijkt tot het oorspronkelijke investeringsbedrag is
terugverdiend uit de kasstromen van het project.
,Terugverdientijd uitrekenen ziet er zo uit:
Investering ......
Cashflow jaar 1 ......
Nog terug te verdienen ......
Cashflow jaar 2 ......
Nog terug te verdienen ......
Cashflow jaar 3 .......
Tijdspreferentiemethode is een manier om de
kostprijs uit te rekenen in een situatie waarbij consumenten
een voorkeur hebben voor een bepaalde tijdsperiode
Bijvoorbeeld:
Zomer vs. Winter
Weekend vs. Doordeweeks
´s Avonds vs. Overdag
H7 Eigen- en vreemd vermogen
Eigen vermogen: Geld en/of andere zaken die van de eigenaar zijn.
Vreemd vermogen: leningen/kredieten die verschaft worden door banken, leveranciers en financiers.
Deze verschaffers worden schuldeisers genoemd.
Verschil eigen vermogen bij een eenmanszaak en BV/NV:
Het EV bij een eenmanszaak bestaat puur uit de investering van de eigenaar en eventuele winst uit
het verleden. Het EV bij een BV/NV bestaat ook nog uit het geplaatste aandelenkapitaal, omdat zij
met aandelen werken.
Bij een BV staan deze aandelen op naam en zijn ze niet vrij verhandelbaar. Bij een NV staan ze niet op
naam, en zijn wel vrij verhandelbaar.
Reserves
Er zijn drie soorten open reserves:
-Winstreserve
, - Agioreserve
- Herwaarderingsreserve
Agioreserve: Wanneer je aandelen verkoopt boven de waarde die het heeft, wordt de extra
opbrengst agio genoemd. Deze extra opbrengst komt in de balans onder agioreserve te staan.
Herwaarderingsreserve: waardestijging van de activa.
Het vreemd vermogen bestaat uit twee soorten: Lang vreemd vermogen en kort vreemd vermogen.
LVV: dit zijn de lang lopende leningen die een bedrijf heeft. De bekendste leningen zijn bijvoorbeeld
hypothecaire lening, banklening, obligatielening.
KVV: Ook een lening, maar in tegenstelling tot LVV moet deze lening binnen 1 jaar terugbetaald
worden. Voorbeelden van KVV zijn bijvoorbeeld leverancierskrediet (crediteuren) en rekening-
courantkrediet (rood staan)
H8 Financiële analyse
Kapitaalstructuur: de samenstelling van de activa van een organisatie (balans debetzijde).
Vermogenstructuur: de wijze waarop het vermogen van een organisatie is samengesteld (balans
creditzijde).
Bij een financiële analyse berekenen we met behulp van verschillende posten uit de balans en de
resultatenrekening een groot aantal verhoudingsgetallen ( = kengetallen = ratio’s).
Kengetal (ratio)= een absoluut getal dat informatie geeft over een financiële eigenschap van een
onderneming. Hier zijn drie soorten van: Liquiditeit, Solvabiliteit en Rentabiliteit.
Liquiditeit
De mate waarin een bedrijf op korte termijn aan haar betalingsverplichting kan voldoen.
Current ratio = Vlottende activa / Vreemd Vermogen Kort (VVK)
Quick ratio = Vlottende activa (excl. Voorraden) / Vreemd Vermogen Kort (VVK)
Netto werkkapitaal = Vlottende activa – Vreemd Vermogen Kort
Solvabiliteit
De mate waarin de onderneming in geval van opheffing haar hele vreemd vermogen kan
terugbetalen.
Debt ratio = Vreemd Vermogen (VV) / Totaal Vermogen (TV)
Weerstandsvermogen (of Eigen Vermogen Ratio) = Eigen Vermogen (EV) / totaal Vermogen (TV)
Deze twee zijn samen altijd 1!
Rentabiliteit
De verhouding tussen het inkomen en het gemiddeld vermogen waarmee dit inkomen is behaald.
Gemiddeld Vermogen = (Vermogen begin + Vermogen eind) / 2
Bedrijfsresultaat = Winst voor belasting + Rentekosten
RTV = Bedrijfsresultaat / Gemiddeld Totaal Vermogen x 100%
REVvb = Winst voor belasting / Gemiddeld Eigen Vermogen x 100%
REVnb = Winst na belasting / Gemiddeld Eigen Vermogen x 100%