Neurobiologische ontwikkeling
2014
Hieronder staan de vragen met antwoorden. Als je wilt oefenen zonder de antwoorden staat
er onder aan het document een lijst met alleen de vragen. Succes!
1. Noem twee functies van gliacellen
Mogelijke antwoorden:
- Ondersteunen van neuronen
- Aan- en afvoer (afval)stoffen
- Produceren van myeline
- Ze spelen een rol in de embryonale ontwikkeling
- Ze spelen een rol bij de bloed-hersen barrière
- FOUT: informatie doorgeven op lange afstand (dat zijn neuronen)
2. Wat is myeline?
- Een vettig laagje dat om de axonen heen ligt om de prikkeloverdracht te
versnellen
3. Wat is het verschil tussen de grijze en de witte massa?
- De grijze massa bestaat uit cellichamen van neuronen
- De witte massa bestaat uit gemyeliniseerde axonen van neuronen
4. Noem een voorbeeld van een afferente (sensorische) neuron en een voorbeeld
van een efferente (motorische) neuron
- Afferent: van een zintuigelijk gebied naar het centrale zenuwstelsel.
o bijvoorbeeld vanaf de huid
o bijvoorbeeld vanaf de retina (oog)
o bijvoorbeeld vanaf het slakkenhuis (oor)
- Efferent: Van het centrale zenuwstelsel naar een spier
o Bijvoorbeeld voor het samentrekken van de biceps
o Bijvoorbeeld voor het ontspannen van de triceps
5. Om de hersenen te beschermen heeft het lichaam een soort muur om het brein
heen gebouwd. Deze muur houdt veel virussen, bacteriën en gevaarlijke
chemicaliën buiten, maar ook de meeste voedingsstoffen. Hoe heet deze
barrière?