Medisch biologisch colleges
Heupprotheses
Het heupgewricht heet het art. acetabulo femorale
Het kapsel van het heupgewricht:
Ligamenten
De twee belangrijkste heupstabilisatoren zijn de medius en minimus
Een prothese is een artificieel substituut voor een onbekend lichaamsdeel.
Het kan worden gedaan bij:
-Artrose
-RA
-Avasculaire necrose
-Heupfracturen
-Bottumoren
-Ziekte van Bechterev
-en andere..
,Bij een versleten heupkop is het kraakbeen
laagje eromheen niet goed meer.
Avasculaire necrose
Wat doet de chirurg tijdens een total hip operatie?
-De heup wordt uit de kom gehaald en de femurkop wordt eraf gehaald
-Het acutabulum wordt vergroot zodat er een prothese kom in kan worden gezet
-in het femur wordt een opening gemaakt voor de prothese
-Er wordt een prothese geplaats in het femur
-De heup wordt weer in elkaar gezet.
Prothese
Een totale heupprothese wordt een replacement
genoemd,
Een gedeeltelijke een resurfacing.
, Voordelen van gedeeltelijke heupprotheses:
-Bot sparend
-Minder dislocatie
-Weinig slijtage
-Snelle revalidatie (3 m)
Vooral voor jonge en actieve mensen.
Soorten heupprothesen
1. Gecementeerd: Voor ouderen boven de 50,is minder
pijnlijk,direct stabiel,revalideert goed en kan direct vol
worden belast wat belangrijk is voor de spieren!
2. Ongecementeerd: poreuze coating,jongeren onder de 50,meer pijn, direct stabiel,na 12 w vol
belasten , bot groeit in coating.
Operatietechnieken bepalen voor een groot deel welke weefsels er beschadigd raken, wat de aanpak
moet zijn voor de revalidatie en hoe lang de revalidatie duurt
1. Traditionele laterale benadering. Hierbij wordt de
trochanter major losgemaakt, deze moet met de
abductoren opzij worden gedrukt. Dit trochanter moet 8
weken genezen. Hierbij is er dus sprake van verzwakking
van de abductoren.
De abductoren zijn belangrijk voor:
-belangrijke stabilisatoren
-belangrijk voor een normale gang
-belangrijk bij revalidatie
2. MIS: minimale invasive surgery
Anterior, van voren
Tussen de tensor fascia latae en de rectus femoris door. Hierbij
worden er geen belangrijke spieren geraakt, is er weinig kans op
zenuwbeschadiging, de wond is kleiner en er is een snelle
revalidatie.
Heupprotheses
Het heupgewricht heet het art. acetabulo femorale
Het kapsel van het heupgewricht:
Ligamenten
De twee belangrijkste heupstabilisatoren zijn de medius en minimus
Een prothese is een artificieel substituut voor een onbekend lichaamsdeel.
Het kan worden gedaan bij:
-Artrose
-RA
-Avasculaire necrose
-Heupfracturen
-Bottumoren
-Ziekte van Bechterev
-en andere..
,Bij een versleten heupkop is het kraakbeen
laagje eromheen niet goed meer.
Avasculaire necrose
Wat doet de chirurg tijdens een total hip operatie?
-De heup wordt uit de kom gehaald en de femurkop wordt eraf gehaald
-Het acutabulum wordt vergroot zodat er een prothese kom in kan worden gezet
-in het femur wordt een opening gemaakt voor de prothese
-Er wordt een prothese geplaats in het femur
-De heup wordt weer in elkaar gezet.
Prothese
Een totale heupprothese wordt een replacement
genoemd,
Een gedeeltelijke een resurfacing.
, Voordelen van gedeeltelijke heupprotheses:
-Bot sparend
-Minder dislocatie
-Weinig slijtage
-Snelle revalidatie (3 m)
Vooral voor jonge en actieve mensen.
Soorten heupprothesen
1. Gecementeerd: Voor ouderen boven de 50,is minder
pijnlijk,direct stabiel,revalideert goed en kan direct vol
worden belast wat belangrijk is voor de spieren!
2. Ongecementeerd: poreuze coating,jongeren onder de 50,meer pijn, direct stabiel,na 12 w vol
belasten , bot groeit in coating.
Operatietechnieken bepalen voor een groot deel welke weefsels er beschadigd raken, wat de aanpak
moet zijn voor de revalidatie en hoe lang de revalidatie duurt
1. Traditionele laterale benadering. Hierbij wordt de
trochanter major losgemaakt, deze moet met de
abductoren opzij worden gedrukt. Dit trochanter moet 8
weken genezen. Hierbij is er dus sprake van verzwakking
van de abductoren.
De abductoren zijn belangrijk voor:
-belangrijke stabilisatoren
-belangrijk voor een normale gang
-belangrijk bij revalidatie
2. MIS: minimale invasive surgery
Anterior, van voren
Tussen de tensor fascia latae en de rectus femoris door. Hierbij
worden er geen belangrijke spieren geraakt, is er weinig kans op
zenuwbeschadiging, de wond is kleiner en er is een snelle
revalidatie.