1 Inleidende beschouwingen over het onderzoeken van
taalstoornissen
1.1 Inleiding: Algemeen kader
Belangrijke prioriteiten bij onderzoek (Baird, 2008)
1. Wat zijn de bezorgdheden van ouders of andere betrokkenen?
2. Bepalen van:
o aard
o ernst
o impact van het
taalprobleem
3. Nagaan of er andere problemen zijn op vlak van ontwikkeling, gedrag of
emoties
4. Beslissen welke kinderen:
o opgevolgd moeten worden
o actieve behandeling vereisen
o verder onderzocht moeten worden (vb. op complexe problemen op
vlak van ontwikkeling, gedrag…)
o geen probleem stellen
Van den Dungen en Verboog (1991): Taaldiagnostiek
Diagnose stellen:
Is er een probleem? Wat is het probleem?
Behandeldoelen opstellen en behandelplan opmaken
Wat is er aan te doen? Hoe aanpakken?
Wat is hiervoor nodig?
o testresultaten
o gegevens spontane taalanalyse, laag gestructureerde observaties
van spontaan taalgedrag
onderzoeksmethode afhankelijk van vraagstelling
Noden volgens Baird in geval van spraak- en/of taalprobleem bij jong
kind (2008):
1. Adequate differentiële diagnose, o.a.
o spraak- versus taalproblemen
o aflijnen SLI versus niet-specifieke taalproblemen
2. Onderzoek naar oorzaak (waar mogelijk en nodig)
3. Planning m.b.t. aanpak/therapie
o monodisciplinair
o multidisciplinair
Taalonderzoek: middelen
1
,Mondelinge Taal 2 – Taalontwikkelingsstoornissen H4 en 5 © Ellen Michiels
Directe observatie en (test)onderzoek
Gegevens verzamelen van:
o Ouders
o Leerkracht factoren opsporen die rol
o Andere spelen in
Nagaan en bevragen niet-talige aspecten (motoriek, cognitie,…)
ontstaan/voortbestaan
Observatie van kind ik
o verschillende omstandigheden, contexten
speelplaats, kijk rond in de klas, wachtzaal
o in interactie met verschillende gesprekspartners
reacties tegen ouders, leerkracht…
is kind in staat taalgebruik aan te passen aan veranderende
contexten (pragmatiek)
Neem voldoende tijd voor een grondig onderzoek van de taal!
Ga sterk methodisch te werk
Fasen in bepalen van de beginsituatie (Kuiper, 1989)
(= probleeminventarisatie/taxatie)
probleemgedrag definiëren in concrete termen (klacht formuleren)
verzamelen van informatie over probleemgedrag zelf en beïnvloedende
factoren
(anamnese/vragenlijsten, gesprek, observaties, logopedische evolutiegegevens,…)
probleeminventarisatie
(samenvatting probleemtopics)
hypothesen opstellen over
o probleemsamenhang
o wisselwerking tussen problemen
o aanleiding gevende, in stand houdende en verergerende factoren
komen tot (voorlopige) conclusie en/of diagnose op basis van
functie- en betekenisanalyse
Taaldiagnostiek:
Kwantitatief
niveaubepaling
o buikgevoel
o laat je omringen door kinderen met normale taalontwikkeling!!! Je
norm zakt anders te hard!!
Kwalitatief
sterkte-zwakte analyse
Basisvragen:
o WAAROM gaan we onderzoeken?
o WAT gaan we onderzoeken?
o HOE gaan we onderzoeken?
Ook aandacht voor contextuele factoren en persoonlijke factoren
Paul (2001): Klinisch onderzoeksproces
2
, Mondelinge Taal 2 – Taalontwikkelingsstoornissen H4 en 5 © Ellen Michiels
1. WAAROM gaan we onderzoeken?
o Screening en signalering
nagaan of er een probleem is, dat van die aard of graad is dat
verder onderzoek vereist is
o Niveaubepaling
niveau van functioneren vaststellen - baseline bepalen
o Opstellen van een therapieplan
vaststellen aangepaste doelstellingen en procedures voor
behandeling
o Vaststellen van verandering
tgv behandeling/begeleiding, spontane verbetering,…
2. WAT gaan we onderzoeken?
o taalaspecten
taalproductie (makkelijker te testen)
taalbegrip
o verschillende taalgebieden:
vorm
inhoud
gebruik
Taalcomponenten:
fonologie - semantiek - morfologie - syntaxis - pragmatiek
o verwante gebieden in onderzoek betrekken:
gehoor, spraakmotoriek, sociaal functioneren, cognitie
(verbaal versus non-verbaal)
zeer belangrijk op te volgen!! beïnvloedt daalaspecten!!
3. HOE gaan we onderzoeken?
o gestandaardiseerde tests
o ontwikkelingsschalen
o niet gestandaardiseerde of op criteria gebaseerde procedures
o (gedrags)observaties
o vragenlijsten
o direct vs. Indirect
1.2 Inleiding: globaal onderzoekschema
Bij elke verwijzing en aanmelding:
3