2. Etniciteit en sociale stratificatie in Latijns-Amerika (10-09-2014)
In Latijns-Amerika kun je wisselen van etniciteit. Je kunt bijvoorbeeld vroeger indiaan zijn geweest en
nu westers zijn. Alejandro Toledo, voormalig president van Peru is van Indiase komaf, heeft in
Amerika gestudeerd en is westers. Hij is van Indio in een Cholo (ex-indiaan) veranderd.
Etniciteit: manier van kijken. Niet alleen een kwestie van uiterlijke kenmerken.
Sociale stratificatie: plek/status in de samenleving.
12 oktober 1492/Día de la Raza of Hispanidad (dag van de rassen of Spanje): ontdekking van
Amerika door Columbus. Op die dag kwam de christelijke cultuur en de westerse cultuur Amerika
binnen. Voor indianen is deze dag het begin van het einde; slavernij, moordpartijen, uitbuitingen. In
Latijns-Amerika leeft deze dag sinds 1992 heel erg (500 jaar overheersing door de Europese
cultuur>genocide); (manifestaties enz.) omdat de etnische stratificatie (bijv. huidskleur) tot de dag
vandaag eigenlijk ongewijzigd is gebleven. Terwijl deze dag vroeger werd gevierd uit bewondering
voor de Europese cultuur. Men is zich ervan bewust dat Latijns-Amerika multicultureel is. Deze dag
wordt minder uitbundig gevierd. Er zijn tegenwoordig meer subsidies om diversiteit te behouden.
Aan indianen wordt bijvoorbeeld grond teruggegeven.
De Europese aanwezigheid in Latijns-Amerika is relatief groot in vergelijking met de rest van de
wereld. Vele (vooral Zuid-)Europeanen zijn naar Latijns-Amerika geëmigreerd. De elite van Latijns-
Amerika is meestal van Europese komaf. Deze elite heeft de Europese gedachte/cultuur centraal
gesteld en dominant gemaakt in Latijns-Amerika. Dit is in andere werelddelen niet het geval. Het
Christendom, het kapitalisme en het schoonheidsideaal zijn westers. Hieruit blijkt dat de westerse
cultuur dominant is in Latijns-Amerika. Door deze ‘vreemde’ dominante cultuur vragen Latijns-
Amerikanen zich af wat zij zijn; niet-westers, westers, semi-westers? Hier speelt etniciteit dus een
rol.
Mestizaje= mix (van verschillende volken):
De Latijns-Amerikaanse bevolking komt voort uit (vooral mannelijke) Europeanen, Afro-Amerikanen
en de inheemse bevolking. Dit maakt de identiteit moeilijker; je weet niet wat je bent, waar je uit
voorkomt, maar het maakt de etnische verhoudingen wel gemakkelijker omdat er geen onderscheid
gemaakt kan worden tussen zwart en wit. Er zijn een groot aantal gradaties tussen zwart en wit.
Zapatista beweging, januari 1994
Guerrillabeweging uit Chiapas, Mexico. Deze beweging liet zich niet alleen inspireren door het
socialisme en het communisme, maar ook door hun inheemse achtergrond. Men wil sociale
verandering teweegbrengen> socialisme en meer rechten voor de inheemse bevolking. Groeperingen
nemen de strijd van de indianen over.
De ‘Big-Bang’; ontdekking van Amerika, 12 oktober 1492
Bartolomé de las Casas (1484-1566)
Priester die met de Spanjaarden naar Latijns-Amerika kwam. Priesters konden lezen en schrijven en
waren belangrijk voor het vastleggen van de geschiedenis. De las Casas schreef Relato de las
destrucción de las Indias en stuurde dit boek naar de koning om de misstanden en de gruwelijke
gebeurtenissen aan te tonen. De koning kon weinig doen aan de misstanden vanuit Spanje. De
meeste Latijns-Amerikanen stierven niet aan geweld en onderdrukking maar aan ziektes die de
Spanjaarden meebrachten. Binnen honderd jaar na de komst van Columbus in het Caraïbisch gebied
was de oorspronkelijke bevolking uitgestorven. Ditzelfde gebeurde in gedeeltes van het vaste land
van Amerika. Eerst werd geprobeerd indianen te werk te stellen op plantages. Dit werkte niet goed
In Latijns-Amerika kun je wisselen van etniciteit. Je kunt bijvoorbeeld vroeger indiaan zijn geweest en
nu westers zijn. Alejandro Toledo, voormalig president van Peru is van Indiase komaf, heeft in
Amerika gestudeerd en is westers. Hij is van Indio in een Cholo (ex-indiaan) veranderd.
Etniciteit: manier van kijken. Niet alleen een kwestie van uiterlijke kenmerken.
Sociale stratificatie: plek/status in de samenleving.
12 oktober 1492/Día de la Raza of Hispanidad (dag van de rassen of Spanje): ontdekking van
Amerika door Columbus. Op die dag kwam de christelijke cultuur en de westerse cultuur Amerika
binnen. Voor indianen is deze dag het begin van het einde; slavernij, moordpartijen, uitbuitingen. In
Latijns-Amerika leeft deze dag sinds 1992 heel erg (500 jaar overheersing door de Europese
cultuur>genocide); (manifestaties enz.) omdat de etnische stratificatie (bijv. huidskleur) tot de dag
vandaag eigenlijk ongewijzigd is gebleven. Terwijl deze dag vroeger werd gevierd uit bewondering
voor de Europese cultuur. Men is zich ervan bewust dat Latijns-Amerika multicultureel is. Deze dag
wordt minder uitbundig gevierd. Er zijn tegenwoordig meer subsidies om diversiteit te behouden.
Aan indianen wordt bijvoorbeeld grond teruggegeven.
De Europese aanwezigheid in Latijns-Amerika is relatief groot in vergelijking met de rest van de
wereld. Vele (vooral Zuid-)Europeanen zijn naar Latijns-Amerika geëmigreerd. De elite van Latijns-
Amerika is meestal van Europese komaf. Deze elite heeft de Europese gedachte/cultuur centraal
gesteld en dominant gemaakt in Latijns-Amerika. Dit is in andere werelddelen niet het geval. Het
Christendom, het kapitalisme en het schoonheidsideaal zijn westers. Hieruit blijkt dat de westerse
cultuur dominant is in Latijns-Amerika. Door deze ‘vreemde’ dominante cultuur vragen Latijns-
Amerikanen zich af wat zij zijn; niet-westers, westers, semi-westers? Hier speelt etniciteit dus een
rol.
Mestizaje= mix (van verschillende volken):
De Latijns-Amerikaanse bevolking komt voort uit (vooral mannelijke) Europeanen, Afro-Amerikanen
en de inheemse bevolking. Dit maakt de identiteit moeilijker; je weet niet wat je bent, waar je uit
voorkomt, maar het maakt de etnische verhoudingen wel gemakkelijker omdat er geen onderscheid
gemaakt kan worden tussen zwart en wit. Er zijn een groot aantal gradaties tussen zwart en wit.
Zapatista beweging, januari 1994
Guerrillabeweging uit Chiapas, Mexico. Deze beweging liet zich niet alleen inspireren door het
socialisme en het communisme, maar ook door hun inheemse achtergrond. Men wil sociale
verandering teweegbrengen> socialisme en meer rechten voor de inheemse bevolking. Groeperingen
nemen de strijd van de indianen over.
De ‘Big-Bang’; ontdekking van Amerika, 12 oktober 1492
Bartolomé de las Casas (1484-1566)
Priester die met de Spanjaarden naar Latijns-Amerika kwam. Priesters konden lezen en schrijven en
waren belangrijk voor het vastleggen van de geschiedenis. De las Casas schreef Relato de las
destrucción de las Indias en stuurde dit boek naar de koning om de misstanden en de gruwelijke
gebeurtenissen aan te tonen. De koning kon weinig doen aan de misstanden vanuit Spanje. De
meeste Latijns-Amerikanen stierven niet aan geweld en onderdrukking maar aan ziektes die de
Spanjaarden meebrachten. Binnen honderd jaar na de komst van Columbus in het Caraïbisch gebied
was de oorspronkelijke bevolking uitgestorven. Ditzelfde gebeurde in gedeeltes van het vaste land
van Amerika. Eerst werd geprobeerd indianen te werk te stellen op plantages. Dit werkte niet goed